Rudders jamjazz is rijk verhaal

Jazz. Rudder. Gehoord 6/3, Lantaren/Venster Rotterdam. ***

Het kwartet Rudder speelde voor het eerst in Nederland. Aangekondigd als ‘nieuwe radicale muzieksensatie’ uit de Verenigde Staten waren de verwachtingen hoog: hoe gruizig en stekelig zou de band rond de meesterlijke drummer Keith Carlock (Steely Dan, Sting) gaan klinken? Weinig, want echte grungejazz bleef uit. Wat wel klonk in Rotterdam: hippe opzwepende jamband-funk die cirkelde rond ouderwetse fusion, maar dan heel modern gespeeld.

Het uitdagende drumwerk van Carlock is essentieel voor de Rudder-sound die aangenaam in het gehoor ligt; hij zit bovenop de groove. Speels werkte hij zijn patronen uit en creëerde met de losjes bassende Tim Lefebvre een heerlijke voedingsbodem voor de energieke improvisaties van de andere musici.

Daarnaast speelde elektronica een grote rol in Rudder. Technieken uit de dancemuziek bieden ook deze jazz nieuwe wegen. De saxofoon van Chris Cheek was voorzien van allerlei gadgets, ze vervormden zijn geluid alle kanten op. En ook toetsenist Henry Hey was steeds in de weer met een variatie aan samples en geluidjes. Dan weer een smeuïg klepperend orgeltje, dan weer kille digitale sounds als uit een computerspel.

Rudder riep dit concert associaties op aan de groovende, avontuurlijke jamjazz van het trio Medeski, Martin & Wood en de stevigere rockjazz van The Bad Plus. Wat als een ogenschijnlijk ‘liedje’ leek te beginnen, ontvouwde zich als een rijk geïllustreerd verhaal met veel anekdotes en soepele omwentelingen.

Het speelplezier in de selectie nummers van debuutplaat Rudder en de tweede nog uit te komen Matorning droop ervan af. Maar wat irriteerde de presentatie ervan: een slecht uitgelichte band en karige aankondigingen en onderlinge praatjes. Dat soort onbenulligheden doet dit soort warmbloedige muziek geen eer aan.