Rotterdam, en de ondraaglijke leegheid van de politiek

Hoeveel analfabeten wonen er in Rotterdam? Volgens de Stichting Lezen en Schrijven bijna 100.000, dat is 22 procent van de bevolking en fors hoger dan het landelijk gemiddelde van 13 procent. Het is een goede gok om te vermoeden dat ze zich vooral ophouden in achterstandswijken. Analfabetisme is nogal sociaal gebonden. De Rotterdamse achterstandswijken worden voor 80 procent bevolkt door allochtonen en zo weten we dan precies waar Leefbaar Rotterdam-lijsttrekker Marco Pastors het over had toen hij halverwege de verkiezingsavond klaagde dat het tellen der stemmen in die wijken langzaam ging. Daar wonen immers allochtonen en die kunnen niet lezen en schrijven, dus...

Het zijn ook die wijken waar volgens de Leefbaren onregelmatigheden voorkwamen. Mensen zouden zonder of met onvolledig ingevulde volmachten hebben gestemd en er stonden soms twee mensen in een stemhokje. Op internet doen de eerste geruchten al de ronde over verdwenen stembussen uit een wijk waar Leefbaar veel aanhang had. Het lijkt Florida wel. Ronald Buijt van Leefbaar Rotterdam vatte het anders samen: „Afrikaanse toestanden.”

Op de site van de Leefbaren doet Buijt met veel gevoel voor drama en schijnbaar zonder spellingscorrectie verslag van zijn tocht langs stembureaus en wat hij daar constateert: twee mensen in een hokje, ‘een Turkse vrouw’ kan een naam niet vinden op het biljet en wordt er door de voorzitter op gewezen dat die naam zich op het biljet voor de deelgemeente bevindt. Van die dingen. De bureaus die Buijt bezoekt bevinden zich allemaal in, laten we zeggen, ‘zwarte’ wijken. Het ‘witte’ Kralingen, Blijdorp, Hilligersberg? Ze worden niet bezocht.

Lijsttrekker Pastors over de Rotterdamse gemeenteraadverkiezingen: „Ik weet niet hoe juristen het noemen, maar het klopt in elk geval niet. En we zijn geen bananenrepubliek, dus we willen een hertelling.”

De retoriek is even impliciet als duidelijk: Afrikaanse toestanden, bananenrepubliek, achterstandswijken, analfabeten. Het is als zo vaak bij Leefbaar: de goede verstaander weet waarover en over wie het gaat, maar er is net niet genoeg aanleiding om ‘discriminatie’ te roepen. Leefbaar heeft de pest aan hoofddoeken, maar hanteert taalgebruik dat minstens zo verhullend is.

Feit is dat de verkiezingsuitslag in Rotterdam op zijn minst omstreden en zeer waarschijnlijk onzuiver is. In een stad waar de tegenstellingen hevig zijn, een stad die vecht met haar zelfbeeld, met achterstand en armoede en culturele schraalheid, is dat gevaarlijk. Als er ergens behoefte aan is, dan aan rust en rust kan er alleen zijn als de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen door de winnaars én de verliezers wordt geaccepteerd. Er is maar één oplossing om te voorkomen dat Rotterdam inderdaad het Florida van Nederland wordt en Marco Pastors een zure versie van Al Gore: hertelling, of nieuwe verkiezingen. Als 20 procent van de stadsbevolking kan geloven dat haar iets is ontstolen, omdat er nogal luchtig wordt gedaan over misstanden in stembureaus, dan is elke kans op een tweede wederopbouw verkeken.

Of de 80 procent die niet op Leefbaar stemde blij moet zijn met een neuslengte winst voor de PvdA, is nog onduidelijk. Leefbaar mocht dan een negatieve campagne voeren met als voornaamste leus ‘Stop de achteruitgang’, de PvdA wist de problemen van Rotterdam niet beter te samen te vatten dan met het wazige ‘Iedereen doet mee’. Het is maar de vraag of dat zo is. PvdA-lijsttrekker en wethouder Dominic Schrijer kondigde onlangs aan dat het stadsbestuur zich actief gaat bemoeien met het onderwijsaanbod in Rotterdam-Zuid. Concreet betekent dat dat de gemeentelijke overheid het aanbod wil sturen en beperken. „Op paardenverzorgers en visagistes zit niemand te wachten. In de zorg en de techniek daarentegen zal de vraag de komende jaren alleen maar toenemen”, aldus Schrijer. Dat is het soort flinke taal dat de sociaal-democraten hebben geleerd van de Leefbaren. Er straalt daadkracht en doelgerichtheid van uit en daar houden de mensen van. Je vraagt je af waarom kinderen op Zuid geen visagiste of paardenverzorger mogen worden. De idealen, wensen en levensvervulling van kinderen in het armste deel van Rotterdam zijn blijkbaar ondergeschikt aan de economie. Het doet je onwillekeurig aan de DDR denken, waar beroepskeuze en levensgeluk ook ondergeschikt waren aan de noden van het grotere goed dat overheid heet.

Dat de PvdA en Leefbaar Rotterdam op een haar na even groot zijn geworden, lijkt een getrouwe afspiegeling van de onmacht waarmee de Rotterdamse problemen de afgelopen jaren zijn aangepakt en de komende jaren tegemoet zullen worden getreden. De Leefbaren en de sociaal-democraten hebben elkaar in een houdgreep en de kreten die ze al worstelend uitslaan lijken verdraaid veel op elkaar. Zoals organisator en kunstenaar Ted Langenbach het onlangs typeerde in een interview: „Het antwoord op rechts populisme is links populisme.” De ruimte tussen die twee bedraagt maar een paar honderd betwiste stemmen. De ideeënschraalheid en creatieve verlamming van de Rotterdamse politiek kon niet beter worden samengevat.