Ooievaar

Er is een kort verhaal op de markt verschenen met een spannende titel: Andy en de verdwenen tatoeage. De klassieke vertelling, met verwijzingen naar Het Paard van Troje, handelt over een voetballer – Andy van der Meyde – die als oud-Ajacied een tatoeage op zijn onderbeen zou hebben. Het zijn vier letters, in gotisch handschrift: AJAX.

Van der Meyde is na omzwervingen in Europa terug in Nederland. Hij gaat het resterende seizoen spelen voor PSV, een aartsrivaal van de Amsterdamse club. De grote vraag: zit de tatoeage nog op het been van Andy?

Andy zegt van niet.

Op internet kun je foto’s vinden uit zijn Ajax-tijd. Tussen het ruim aanwezige beenhaar zie je de vier letters liggen. Wie een naam in zijn huid zet, laat de wereld zien dat er liefde in het spel is. Mamma (met een hartje erbij), is natuurlijk de mooiste. In Rotterdam hebben massa’s mannen een zwaar leven met John de Wolf op hun rug.

In Eindhoven zijn de supporters verbolgen over de aanschaf van de nieuwe speler. Fans hadden afgelopen weekeinde een spandoek meegenomen naar de uitwedstrijd tegen NAC Breda: „Als clubliefde nog bestaat, willen wij dat Andy gaat.”

Andy leek geschrokken. Hij heeft gezegd dat de tatoeage allang niet meer op zijn been zit. Bewijs leverde hij niet. Hij trainde met een lange broek aan. Er mogen trouwens nog wel wat kilo’s van af. Met zijn kaalgeschoren hoofd was er kort de opwinding dat voormalig verdediger en mastodont Alex weer terug zou zijn. Maar nee, het was dikke Andy.

Andy speelde na Ajax bij Inter en Everton. Het werd niks. In die periode werd hij het meest bekend door de aanschaf van vreemde huisdieren. Rond zijn Italiaanse villa had hij zebra’s, geiten, fretten, ganzen en een kameel lopen.

Het zweet stond Andy op het voorhoofd na één sprintje op het trainingsveld. Toch geloofde hij in een snelle terugkeer. Volgende week al hoopte hij op speelminuten.

PSV speelt aanstaande zondag in Amsterdam tegen Ajax. Het staat 0-0 in de Arena. Ajax komt maar niet door de verdediging van de Brabanders heen. Andy krijgt een seintje. Invallen. Als hij het veld inloopt volgt een striemend fluitconcert, van Ajax- én PSV-supporters.

Als de bal niet in de buurt is, oefent Andy zijn beroemde manier van een doelpunt vieren. Als een imaginaire boogschutter trekt hij een pijl uit de houder, plaatst hem in de boog en richt.

Ajax dringt aan in de laatste minuten. Ze moeten winnen om nog kampioen te kunnen worden. Andy loopt sloom naar achteren. Door het PSV-shirt schemert een buikje. Hij verdedigt mee. Met de bal aan de voet wandelt hij op zijn eigen keeper af. Als hij vlakbij is, ramt hij de bal in de kruising.

Eigen doelpunt. Het is 1-0 voor Ajax.

Alle monden in het stadion vallen open. Andy loopt naar de Amsterdamse fans, doet zijn kous naar beneden, gaat op één been staan en zoent de vier gotische letters. In die houding blijft hij staan, als een levend standbeeld. „De Ooievaar!’’ roept een supporter. Alle Ajacieden scanderen zijn nieuwe bijnaam.

Andy de Ooievaar, vermomd als PSV’er brengt Ajax de titel.

De weken erop hangt in de Arena een spandoek, met een voetballer op één been: „Als clubliefde nog bestaat, willen wij dat Andy zo staat.”