Obama's extra belasting op banken schiet doel voorbij

De oorlog tegen Wall Street van president Barack Obama is op nieuwe weerstand gestuit. Zijn plan om de bankschulden te belasten zou wel eens net zoveel politieke problemen kunnen ondervinden als zijn voorstel om de effectenhandel voor eigen rekening van de banken aan banden te leggen. Uit een nieuw regeringsrapport blijkt dat de heffing deels zou worden doorberekend aan consumenten en dat hij kleine bedrijven zou schaden. Ook al lijken deze neveneffecten klein, zij zullen koren op de molen zijn van de critici en resulteren in onfortuinlijke tegenslag voor de voorgestelde belasting op speculatief kapitaal.

De analyse van het Begrotingskantoor van het Congres (CBO) is niet bepaald schokkend. Maar het is ook niet moeilijk om te begrijpen hoe de oppositie er haar voordeel mee kan doen. Slechts zo’n zestig financiële instellingen zijn groot genoeg om in aanmerking te komen voor de heffing van 0,15 procent op hun schulden, minus de door de overheid gegarandeerde deposito’s. Toch zinspeelt het CBO erop dat de kosten uiteindelijk door de klanten, werknemers en beleggers zullen worden betaald. Het is een relatief onbelangrijke bewering, maar die kan met gemak worden omgezet in een krantenkop als „Wall Street-belasting schaadt Amerikaanse economie.”

Ook de kredietverstrekking zal waarschijnlijk – zij het in geringe mate – verkrappen als gevolg van het presidentiële plan, aldus het CBO. Volgens de instelling zouden kleine bedrijven daar de dupe van kunnen worden. Dat is duidelijk in strijd met Obama’s doelstelling om de banengroei te bevorderen door de banken méér aan kleinere bedrijven te laten lenen. Het is waar dat banken met minimaal 100 miljard dollar aan bezittingen 22 procent van de kredietverlening aan kleine bedrijven voor hun rekening nemen. Maar banken met minder dan 1 miljard aan bezittingen zijn verantwoordelijk voor 40 procent van die leningen, aldus een lobbygroepering voor kleine banken. Het rapport onderstreept deze dynamiek. Toch levert het CBO voldoende munitie voor een kop als „Bankbelasting gooit zand in de Amerikaanse banenmotor.”

Het ergste is dat het CBO tot de slotsom kan komen dat de belasting te weinig gewicht in de schaal legt om het gedrag van de banken serieus te beïnvloeden. Dit is de meest voor de hand liggende conclusie. Maar het betekent niet dat het zoeken naar een manier om de te grote afhankelijkheid van de banksector van kortetermijnfinanciering te verminderen een slecht idee is. Bovendien wil de regering graag het grote gat vullen dat is ontstaan door het noodfonds voor de banken. De 90 miljard dollar (66 miljard euro) die de belasting naar verwachting zou kunnen opbrengen, zouden kunnen volstaan om het voorstel te doen slagen. Maar de kans daarop is niet groter geworden.