Kak-en-drab

Goed, ik kom dus uit Den Haag, de tweede stad waar de partij die leurt met een anti-immigratiestandpunt, groot en machtig is geworden. Dat maakt mij, en velen met mij hier, ongemakkelijk. Want vluchten is wat we willen, maar geen optie omdat het laf is.

Na de beangstigde uitslag van de Europese verkiezingen pleitte ik al eens voor Floristan, maar dat bestaat alleen achter de 72 sloten van mijn voordeur, en ik moet af en toe ook boodschappen doen.

Op straat valt de wereld in tweeën uiteen: mensen die roepen dat het een schande is, en mensen die roepen dat het allemaal wel overwaait. PVV’ers kom ik onderweg naar de Appie Heijn en de Firat niet tegen, want ik woon op de grens van het zand en het veen - het in steen gehouwen onderscheid tussen rijk en arm Den Haag. En de peilingen hebben ons verteld dat je de echte Haagse PVV’er pas tegen het lijf loopt in de kak van het Benoordenhout en de drab van het Laakkwartier. Zeg maar ergens in de contreien van Kak-en-drab.

En dus is het buitenshuis een angstig gissen geworden naar de diepere intenties van de medeburger en daarmee naar de onzekere toekomst van de stad achter de duinen. Wat mogen we verwachten van de overwinnaars die worden geleid door een man die een verklaard ADO-fan is, de boel op stelten wil zetten in het gemeentebestuur, door vrienden Sietse Febo wordt genoemd en ‘het tromboneclubje’ dat het Residentie Orkest volgens hem is, het liefst meteen wil opheffen?

Volgens de mensen die er schande van spreken, staat ons louter ellende te wachten, heeft de democratie zijn langste tijd gehad en is het ieder voor zich. Volgens de overwaaiers leven wij in een spannend tijdsgewricht, beleeft de democratie haar ultieme test, en moeten de branieschoppers het maar eens voor het zeggen krijgen, vanuit de overtuiging dat hun onvermogen dan vanzelf wel aan het licht zal komen.

Het is verontrusting of onverschilligheid. En ondertussen drijven er twee werelden uiteen. Zo is het leven in Kak-en-drab.

Geef mij maar Floristan.

Floris-Jan van Luyn