Het is slecht geregeld in de schaatsgewesten

Het NK allround is het toernooi waar gewestelijke schaatsers zich kunnen laten zien. Voor blijvende internationale prestaties moet er veel veranderen in de regio’s.

Zevenduizendvijfhonderd euro voor een ploeg met negen schaatsers en twee trainers. Het budget van het gewest Noord-Brabant/Limburg/Zeeland lijkt een fooi vergeleken met dat van de grootste schaatsteams van Nederland, TVM (3,5 miljoen euro) en Control (naar verluidt 3 miljoen euro).

De gewesten, vanouds de kraamkamers van Nederlands schaatstalent, staan onder druk. De kloof tussen de top en de subtop wordt steeds groter. In een aantal regio’s is de situatie zorgelijk. Van de gewesten Drenthe, Overijssel en Noord-Brabant/Limburg/Zeeland wist slechts één schaatser zich te kwalificeren voor het NK allround, afgelopen weekeinde in Heerenveen. Van het gewest Gelderland reed er niet één in Thialf. Noord-Holland/Utrecht (8 schaatsers), Friesland (7) en Zuid-Holland (6) kwamen aanmerkelijk beter voor de dag.

Uit een rondgang langs trainers van vijf van de acht gewesten blijkt dat er veel mis is: weinig ondersteuning, de beste talenten worden weggekaapt, amper financiële middelen, het niet mogen coachen van hun schaatsers bij internationale wedstrijden en een gebrek aan faciliteiten.

Vooral dat laatste stoort hen. Zo moet de selectie van het gewest Overijssel trainen als er zo’n 150 schaatsers van diverse verenigingen op het ijs staan. De Overijsselse Carlijn Achtereekte (20), die dit weekeinde negentiende werd, heeft er veel last van. „Als je temporondjes wil rijden, vlieg je tegen iedereen aan. En je bent alleen maar aan het schreeuwen zodat iedereen aan de kant gaat.’’

In Drenthe kan de gewestelijke selectie in de winter twee uur per week terecht op de kunstijsbaan van Assen. „Veel te weinig”, vindt trainer Tjaard Eisses, wiens pupil Marije Joling vierde werd. De rest van dit seizoen kan er door een evenement op de ijsbaan helemaal niet meer worden getraind, terwijl de schaatsers nog wedstrijden op het programma hebben staan. „De topsportbenadering is absoluut niet goed”, zegt Eisses, die net als zijn collega-trainers het werk tegen een kleine vergoeding doet en het combineert met een fulltime baan. Volgens hem is er vrij veel talent in Drenthe. „Maar door allerlei oorzaken komt er te weinig naar boven.” Zo kreeg Eisses het na veel moeite voor elkaar dat de selectie in een krachthonk kon trainen. „Dat hebben ze een paar weken gedaan. Toen was het niet meer mogelijk. Geen geld.”

De problemen zijn bekend bij de schaatsbond. Arie Koops, directeur sport van de KNSB, vertelt dat er de komende jaren een „kwaliteitsslag” gemaakt moet worden in de gewesten om de aansluiting met de top te behouden. „De plannen liggen klaar.” Op diverse punten zal er gewerkt worden aan verbetering, zegt Koops: faciliteiten, afstemming tussen lesroosters en trainingsuren, moment van trainen (geen overvolle banen) en betere talentherkenning. Ook denkt hij aan het regionaal bundelen van krachten, bijvoorbeeld op het gebied van kennis en trainingsfaciliteiten. En geld? Daar kan Koops nog niks over zeggen, omdat er op dit moment naar gekeken wordt.

De gewestelijke schaatsers die succes behalen worden snel weggehaald door de commerciële teams of de bondsploegen, waardoor het voor de gewesten lastig is grote sponsors te trekken. Een uitzondering is Groningen, dat samenwerkt met de VPZ-ploeg. „Een gewest wordt niet voor vol aangezien”, zegt de succesvolle regiotrainer Wim den Elsen van Zuid-Holland. Hij begeleidde onder anderen Bob de Jong, Gianni Romme, Martin Hersman, Diane Valkenburg en Paulien van Deutekom.

De nieuwste revelatie van Den Elsen is Renz Rotteveel, die in januari achtste werd op het EK allround in Hamar maar gisteren teleurstellend als zesde eindigde. Ter voorbereiding op het NK was Rotteveel (21) vanaf woensdag in Heerenveen. Hij moest zelf de hotel-overnachtingen tot vrijdag betalen. Voor trainingskampen is de gewestelijke rijder 25 euro per dag kwijt. „Het verschil met commerciële ploegen op gebied van professionaliteit is heel groot.’’

Volgens Rotteveel moet de aanpak drastisch veranderen: meer investeren in de gewesten. „Nederland is een groot schaatsland. Maar in de gewesten is het slecht geregeld, terwijl daar de talenten vandaan moeten komen.’’

Den Elsen betwijfelt of er in de toekomst nog rijders zoals Rotteveel zullen doorbreken vanuit zijn gewest, dat werkt met een budget van ruim 40.000 euro (selectie van 23 schaatsers met 9 man begeleiding). „Het wordt moeilijk. Zonder geld geen topsport.” Hij pleit voor professionalisering van de gewesten. „Wil je internationaal mee blijven doen, dan is dat nodig. Zo breng je ook het basisniveau door het hele land omhoog.” Bovendien hoeven schaatsers dan niet ver te reizen voor goede faciliteiten, aldus Den Elsen. Maar hoe te professionaliseren zonder geld? Den Elsen: „Misschien dat commerciële ploegen gewesten kunnen adopteren.”