Gemeenteraad is geen controleur, maar hoofd van de gemeente

Ik heb problemen met de opvatting van NRC Handelsblad over de aard van het gemeentebestuur, tot uiting komend in een onjuiste parallel met de verhouding kabinet - Staten-Generaal (hoofdredactioneel commentaar, 27 februari). Zo kan een kabinet een motie – een wilsuitdrukking – van de Kamer naast zich neerleggen („Wij voeren hem niet uit!” riep een schaterende minister Zalm eens vanachter de tafel), maar een aangenomen motie in de gemeenteraad is een besluit.

In Nederland is niet de burgemeester, maar de raad het hoofd van de gemeente. De gemeenteraad is dus niet, zoals in het commentaar staat, een controlerend orgaan, maar het bestuur zelf. Deze constatering raakt aan het vanouds bekende ‘kroonjuweel’ van D66: de gekozen burgemeester. Bij handhaving van de huidige bepaling in de Gemeentewet heeft zoiets weinig zin: de burgemeester heeft bestuurlijk uitsluitend zeggenschap over Openbare Orde en Veiligheid. Op het beleid van de raad heeft hij formeel geen invloed; een burgemeestersverkiezing levert in zo’n situatie vooral een illusie op.

Ik zie, gezien de Nederlandse afkeer van sterke leiders, een wijziging van de Gemeentewet die de burgemeester tot hoofd van de gemeente maakt nog niet zo snel tot stand komen.

Waarom, ik noem slechts een voorbeeld, wilde de socialistische raadsmeerderheid de Maastrichtse burgemeester Leers weg hebben? De ‘schijn van belangenverstrengeling’ was niet meer dan de stok om de hond – een daadkrachtige burgemeester – te slaan. En in de jaren vijftig trachtte de toenmalige roemruchte burgemeester Ridder van Rappard Gorinchem in zijn eentje te besturen; toen er een sterke gemeenteraad kwam, moest hij toch bakzeil halen. Kennelijk bestond de afkeer van een baas al toen de Gemeentewet werd geformuleerd.

Drs. Th. Tromp

Almere