Eilandmentaliteit

Kleine landen kunnen onevenredig veel macht uitoefenen. IJsland bewijst dat weer eens. De republiek, zo groot als de stad Utrecht, daagt het buitenland uit. Circa 93 procent van de bevolking heeft zich in een referendum gekeerd tegen het akkoord dat was gesloten over het terugbetalen van de spaargelden die bij Icesave in rook waren opgegaan. Concessies van Groot-Brittannië en Nederland – een deel van de 3,8 miljard euro werd kwijtgescholden en de rente van 5,5 procent werd variabel – hebben IJsland niet vermurwd. Verstandig of niet, stoutmoedig is het wel. De IJslanders nemen zo bewust het risico van isolement in Europa. Amper twee weken geleden heeft de Europese Commissie immers positief geadviseerd over eventuele toetreding van IJsland, dat aan de criteria voldoet. De vraag is nu of een conflict over Icesave dat proces mag doorkruisen.

Brussel vindt dat het schuldenconflict en het lidmaatschap gescheiden moeten blijven. Die opvatting is consequent. Het is inderdaad niet redelijk om de voorwaarden halverwege toch maar te wijzigen. Binnen de EU worden bovendien nu ook al lidstaten getolereerd die allerhande onderlinge afspraken over ‘good governance’ aan hun laars lappen.

Maar deze redenering gaat wel aan een ander feit voorbij. IJsland is geen dictatuur, waar het volk geen rol speelt, maar een democratie, zo ongeveer de oudste ter wereld. Niet alleen de regering en toezichthouders op IJsland zijn verantwoordelijk voor het feit dat de financiële sector er zich heeft opgeblazen. De burgers hebben daarvoor indirect een mandaat verschaft en er, zolang de ballon niet knapte, van geprofiteerd.

Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) die eerder dreigde de toetredingsonderhandelingen te blokkeren zolang er geen akkoord is over de schulden, houdt zich nu op de vlakte. „Wij houden ons kruit droog”, zei de bewindsman. Meer kan hij niet zeggen. Verhagen is immers demissionair. Dat dit een lage politieke status is waarvan gebruik kan worden gemaakt, weten ze in IJsland ook heel goed.

Het is anderszins eveneens de vraag hoeveel hefboom de EU op IJsland heeft. Dat de burgers er marginalisering op de koop toe nemen, duidt op irrationele onverschrokkenheid.

De gevolgen daarvan kunnen verder reiken dan het ‘nee’ van zaterdag. Het referendum is niet alleen een overwinning van de eigenmachtige president Grimmson die de volksraadpleging forceerde met zijn weigering een door het parlement aangenomen wet te tekenen. De uitslag wijst eveneens op onvrede jegens de pro-Europese koers van de groen-linkse regering van de sociaal-democraat Sigurdardóttir.

Als de premier haar kabinet niet staande houdt – wat denkbaar is – zou IJsland de onderhandelingen met de EU wel eens op de lange baan kunnen schuiven. En dan is ook Verhagen een troefkaart kwijt. Nederland resteert in dat geval niet veel meer dan een omweg via het IMF. Want dat fonds, waarin Den Haag een belangrijke rol speelt, heeft met zijn leningen nog wel een voet tussen de deur.