Een morele missionaris en gedroomde Europeaan

Ad van Luyn is bisschop van Rotterdam, ‘onze man in Brussel’, Italiaan en salesiaan. Als voorzitter van de bisschoppenconferentie wil hij onderzoek naar misbruik in de r.-k. kerk.

In de binnenzak van zijn colbertje draagt hij een lijstje met de millenniumdoelen. Staat bisschop Ad van Luyn op een receptie, dan vraagt hij vriendelijk aan degene die naast hem staat: „Kent u de millenniumdoelen al?” De afspraken die 189 wereldleiders in 2000 maakten om de belangrijkste wereldproblemen aan te pakken, draagt hij letterlijk met zich mee. Armoede halveren, iedereen naar school, mannen en vrouwen gelijk, een duurzaam leefmilieu. Rotterdam is eigenlijk te klein voor deze bisschop. Aan het besturen van zijn bisdom heeft hij niet genoeg.

Na het aantreden van Wim Eijk als aartsbisschop in Utrecht in 2008 werd Van Luyn aangewezen als voorzitter van de Nederlandse bisschoppenconferentie. Morgen houdt die haar maandelijkse vergadering. Dan komt ook de kwestie van seksueel misbruik van leerlingen op het kleinseminarie in ’s-Heerenberg aan de orde, wat hem als salesiaan raakt. Gisteravond bepleitte hij in het programma Kruispunt TV onafhankelijk onderzoek naar seksueel misbruik binnen katholieke instellingen. Zaterdag werd bekend dat Aegon maximaal één miljoen euro aan claims zal honoreren.

Onder aartsbisschop Simonis was Van Luyn al vicevoorzitter van de bisschoppenconferentie. Eduard Kimman, hoogleraar ethiek van economie en bedrijf aan de Vrije Universiteit (VU), was toen secretaris-generaal. „Ik heb Van Luyn leren kennen als een geboren administrator – ik gebruik bewust die Amerikaanse term – iemand die weet hoe het bestuur werkt, zijn dossiers kent en zich niet voor verrassingen laat plaatsen.”

„Vooral het lidmaatschap van het wereldepiscopaat maakt Van Luyn gelukkig”, zegt Paul van Geest, hoogleraar patristiek aan de Universiteit van Tilburg en de VU. De grote geopolitieke onderwerpen hebben zijn belangstelling: Israël-Palestina, Irak, Afghanistan. „Voor nucleaire bewapening kan ik hem uit zijn bed bellen”, zegt directeur Jan Gruiters van de katholieke vredesbeweging Pax Christi. Van Luyn is al vijftien jaar voorzitter van deze beweging. „Als er een nieuwe ontwikkeling is, vraagt hij: ‘moeten we niet samen een artikel schrijven?’ Hij is een missionaris voor de vrede.”

Op 22 maart 2003 stapte hij als eerste spreker op het podium voor tienduizenden demonstranten op de Amsterdamse Dam. Tegen de inval in Irak. „De oorlog is politiek overhaast, moreel onverantwoord en juridisch onrechtmatig”, verkondigde Van Luyn. Gruiters memoreert die stellingname wegens het rapport van de commissie-Davids. „Dat vond Van Luyn dus toen al, en hij heeft dat gezegd tegen toenmalig minister De Hoop Scheffer. Hij heeft ook gepraat met Balkenende. Die moet dat niet leuk hebben gevonden.” Onlangs heeft Pax Christi een rapport uitgebracht waarin staat dat de politieke isolatie van Hamas nergens toe heeft geleid en dialoog noodzakelijk is. „Van Luyn tekent daarvoor.” Van Geest: „Maar hij wil de zaken nooit op de spits drijven.”

Van Luyn is ook de gedroomde Europeaan. De bisschop rijdt om de haverklap naar het buitenland, spreekt zijn talen, schrijft boeken als het moet in het Italiaans – de taal van het land waar hij zijn opleiding kreeg en waaraan hij zijn hart heeft verpand. „Hoe dichter hij Italië komt, hoe meer hij opleeft. Eigenlijk is hij een Italiaan”, zegt Gruiters. „Hij heeft dat joyeuze. Op informele vergaderingen komt hij zonder boordje, colbertje los over één schouder hangend.”

Van Luyn is voorzitter van Europese bisschoppenconferentie Comece en daarmee our man in Brussels, zegt oud-premier Ruud Lubbers die hem, als Rotterdammer, ‘zijn’ bisschop noemt. Ook ontmoet hij hem geregeld in het curatorium bij werkgeversorganisatie VNO/NCW. „Het thema waarover hij in Brussel spreekt, is bij hem hetzelfde als waar hij het altijd over heeft”, zegt Lubbers. „Dat het niet alleen over de economie moet gaan, maar ook over waarden. Hij houdt zich erg bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Aan de drie P’s uit de duurzame ontwikkeling [people, profit, planet] heeft de bisschop, een leuke vondst, een vierde P toegevoegd: van pneuma, het Griekse woord voor wat in Latijn spiritus heet. Spiritualiteit. Dat van die vierde P, dat typeert hem.”

Het is zijn doel te laten zien wat voor rol het christendom in de samenleving kan spelen, zegt Van Geest. „Hoe valt globalisering te verenigen met christelijke deugden als soberheid, matigheid? Van de homo-hostiekwestie houdt hij zich afzijdig. Hij spreekt zich uit over de energiecrisis en economische crisis.De bisschop kan niet in een hokje worden geplaatst worden van progressief of traditioneel. Van Luyn is als salesiaan mondiaal gevormd, omdat dat een wereldwijde orde is.”

Het gezin van de jonge Ad van Luyn kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog met de salesianen van Don Bosco in contact in Sint Nicolaasga, een van de weinige katholieke dorpen in Friesland. Zijn vader was er hoofd van de katholieke lagere school. „Het gezin waar we uitkomen, is een echt onderwijzersgezin”, zegt broer Kees van Luyn, ook salesiaan. Hun moeder was onderwijzeres, maar bleef thuis toen de kinderen klein waren, zoals toen gebruikelijk.

Dat er kinderen Van Luyn religieus zouden worden, was niet vreemd. „Uit het gezin van mijn moeder zijn vier broers bij verschillende ordes gegaan, uit het gezin van mijn vader waren drie tantes non.” Maar de keus voor de salesianen lag minder voor de hand, vertelt Kees, dertien maanden ouder dan Ad. Liefst vier van de tien kinderen werden salesiaan. Behalve Ad en Kees ook Piet en Wim, de tweelingbroer van Kees. Wim en Piet overleden in 2007 vier dagen na elkaar, 72 respectievelijk 74 jaar oud. „Bij ons thuis, in het dorp zagen we veel verschillende ordes. Paters kwamen in de parochie met name in de vasten en kwamen dan ook bij ons thuis. We waren misdienaar in de kerk.” De kiem werd gelegd in de zomer van 1942. „De salesianen waren door de SS uit hun gebouw in Leusden gezet en naar Ugchelen verplaatst. Zij kwamen voor vakantie in ons dorp, het parochiehuis was vlak bij ons. Ze brachten het boek van Don Bosco mee en een stripboek over zijn leven. Dat laatste verslonden we.” Moeder las op zondagmiddag voor uit het dikke boek. „Voor ons, als jonge kinderen, waren die salesianen opmerkelijk. Ze organiseerden bonte avonden, spelen, tochten door het bos, naar het Tjeukemeer. En je hoefde ook niet stil te zijn. Als een oom van ons wel eens op bezoek was, dan moesten we ons koest houden: ‘Stil, heeroom bidt’.” Zo viel de keus op de salesianen. Een opvoedcongregatie, dus het lesgeven bleef in de familie.

Hoewel de familie Ad en de andere broers stimuleerde in hun keuze priester te worden, was het geen plicht, benadrukt broer Kees. „Mijn ouders zagen het graag, maar zeiden ook: als je het niet kan volhouden, hoeft het niet.”

Ad hield het vol en werd bisschop. Broer Kees denkt dat dit vooral te danken is aan zijn karakter. „Al speelde ook mee dat hij voor zijn opleiding naar Italië is gestuurd. Die universiteit [van de salesianen in Turijn] heeft de ambitie aanstaande provincialen en bisschoppen op te leiden.” Net als broer Piet kon hij goed studeren. „Zij waren de besten. Piets geheugen was ijzersterk, Ad is sterk analytisch en heeft een verbindend vermogen in zijn denken. Hij is ook een leidersfiguur. Vroeger was hij erg sportief, kon goed hardlopen, deed aan handbal, voetbal. Hij heeft de charme en de diplomatie om mensen voor zich te winnen.” Een bindend figuur, zegt Kees. „Hij ziet verbanden tussen mensen en zaken. Dat heeft hij altijd wel gehad.”

Dé inspiratiebron van Van Luyn is het Emmaüsverhaal, zegt Stefan Waanders, directeur van de katholieke Radboudstichting, die zich inzet voor levensbeschouwelijke vorming van studenten. Van Luyn zit in het bestuur en de twee reizen regelmatig samen door Europa. Het Emmaüsverhaal gaat als volgt: op de derde dag na de kruisdood van Jezus vertrekken twee van zijn leerlingen teleurgesteld uit Jeruzalem naar het dorp Emmaüs. Onderweg voegt zich een man bij hen die informeert waar ze zo druk over spreken. Ze vertellen over Jezus, die ze als Messias zagen. Dan begint de man de Messiasteksten uit de oude joodse geschriften te citeren. Aangekomen in Emmaüs wil hij doorlopen, maar de twee staan erop dat hij blijft eten. Aan tafel ontpopt de gast zich als gastheer door het brood te breken, zoals bij het laatste avondmaal. Op het moment dat het besef doordringt dat Jezus verrezen is, is de gast weg. De twee leerlingen haasten zich terug naar Jeruzalem.

Waanders: „Dit verhaal is de rode draad in Van Luyns leven. Het komt telkens terug. Hij wil met mensen oplopen en over het evangelie vertellen, maar zonder zich op te dringen. Mensen moeten de betekenis ervan zelf ontdekken en daar consequenties uit trekken. Thuis heeft hij een grote verzameling afbeeldingen van het verhaal.”

De Rotterdamse wethouder Lucas Bolsius (CDA) heeft de Emmaüsverzameling van de bisschop wel eens bekeken. „Dat verhaal betekent veel voor hem. Hij leeft eruit. Het viel mij op tijdens een bedevaart naar Lourdes. Hij legde daar, zodra dat kon, de uiterlijke tekenen van zijn ambt af en zat dan gezellig met een stel Ieren op een terras te praten, zonder dat ze doorhadden met een bisschop van doen te hebben. Hij wil vooral gewoon zijn.”

Bolsius vindt dat Van Luyn in klein gezelschap het meest tot zijn recht komt. Een van zijn kinderen werd door de bisschop gedoopt. „Bij zo’n plechtigheid weet hij zo’n sfeer te maken dat ook mensen die niets met kerk en geloof hebben zich erbij thuis voelen. Hij sluit nooit iemand buiten. De openlijke homoseksualiteit van Pim Fortuyn was voor hem geen belemmering om hem vanuit de Laurentius & Elisabethkathedraal te begraven. Dat tekent zijn opstelling: niemand buitensluiten”, aldus Bolsius. „In grotere gezelschappen komt hij minder goed over, zijn sonore stem heeft dan een zekere monotonie.”

Op sommigen maakt Van Luyn een afstandelijke indruk. Dominee Bert Kuipers van de protestantse Laurenskerk in Rotterdam woont in dezelfde flat als de bisschop, maar van een persoonlijke ontmoeting bij een glas wijn is het nooit gekomen. „Hij heeft het stellig heel druk met andere activiteiten, maar ik vind hem daardoor in Rotterdam een wat afwezige bisschop.”

Ook de dominicaan pater Jan Laan, verbonden aan de kerk Het Steiger in het centrum van Rotterdam en al 35 jaar werkzaam in de Maasstad, constateert een groot verschil met zijn hartelijke voorganger, bisschop Bär. Maar Eduard Kimman vindt afstandelijk geen goede kwalificatie. „Hij is bedachtzaam, minder spontaan dan Bär. Hij heeft zeker aandacht voor mensen, maar hij heeft zichzelf wel voortdurend in de hand en laat zich niet meeslepen.”

Op buitenlandse reizen kan Van Luyn helemaal ontdooien. „Er steekt iets van een kwajongen in hem, zegt Waanders. „Hij scheurt met de auto door Rome als een echte Romein en geniet daar zichtbaar van. Toen hij merkte dat niemand bij hem durfde instappen, gaf hij de sleutels aan mij: rij jij maar. Hij is ook een echte fixer. Na een bezoek aan de grot van Benedictus in Subiaco [Italië] wist hij voor ons reisgezelschap een goed restaurant. Dat bleek gesloten. Plotseling was hij verdwenen om na vijf minuten triomfantelijk terug te keren: ‘Het restaurant is open. Er wordt gekookt!’”

In augustus wordt Van Luyn 75 jaar, de leeftijd waarop iedere bisschop de paus zijn ontslag aanbiedt. Van Geest: „Als je het slecht hebt gedaan, dan krijg je je ontslag per kerende post. Als je het goed hebt gedaan, dan krijg je het verzoek om nog wat langer te blijven. Ik verwacht dat laatste.”