Een goede zaak dat IJsland een democratie is

In een democratie hebben kiezers het recht ‘nee’ te zeggen als ze beseffen te moeten betalen voor de tekortkoningen van bankiers en overheden, zegt John Nichols.

Stel dat de Amerikanen was gevraagd of ze de grote bankiers en speculanten van Wall Street te hulp wilden komen. Hoeveel zouden er dan tegen hebben gestemd?

Ik koester de patriottische hoop dat ze een even klinkend ‘nee’ zouden hebben laten horen als zaterdag de kiezers van IJsland tegen de eis van Groot-Brittannië en Nederland – in nauwe samenwerking met het roofzuchtige Internationaal Monetair Fonds – dat de bevolking van de nietige eilandstaat de verliezen dekt die zijn veroorzaakt door het failliet van een particuliere bank.

Een ‘ja’ bij het referendum van zaterdag zou elke IJslandse burger met 12.000 euro schuld hebben opgezadeld, te betalen aan de Britse en Nederlandse overheid ter compensatie van de uitgaven onder de garantieregeling voor spaarders na het faillissement van de IJslandse bank Icesave.

De totale schuld van 3,9 miljard euro, oftewel 45 procent van de IJslandse economische productie vorig jaar, zou het land in armoe hebben gedompeld.

Zoals de IJslandse president Olafur R. Grimsson afgelopen week uitlegde: „Van gewone mensen, boeren en vissers, belastingbetalers, artsen, verpleegkundigen, leraren, werd gevraagd om via hun belastingaanslag een last te dragen die door onverantwoordelijke, inhalige bankiers is veroorzaakt.”

Gelukkig is IJsland een democratie. Zodat die boeren en vissers, belastingbetalers, artsen, verpleegkundigen en leraren mochten beslissen of ze bereid waren de redding van een bank te betalen.

Harder hadden ze geen ‘nee’ kunnen roepen. Circa 93 procent van de IJslanders heeft de ‘deal’ afgewezen.

De Londense Daily Telegraph plaatste het referendum als volgt in het juiste perspectief: „Zaterdag zijn de IJslanders als eersten ter wereld in opstand gekomen tegen het idee om de troep op te ruimen die een roekeloze particuliere bank heeft gemaakt. Deze volksopstand is bezorgd gadegeslagen door de regeringen in Griekenland, Ierland, Oost-Europa – en zelfs in Groot-Brittannië – uit vrees dat dit verzet weleens besmettelijk zou kunnen worden.”

Het zou besmettelijk moeten worden. Ondanks de dreigementen die de heersende economische machten tegen IJsland hebben geuit, zal de afwijzing van deze specifieke overeenkomst in concreto tot een aanzienlijk betere regeling leiden. Vooruitlopend op het ‘nee’ hadden Groot-Brittannië en Nederland de IJslandse minister van Financiën, Steingrímur Sigfússon, zelfs al een brief geschreven waarin ze toezegden een billijker oplossing te zoeken, conform internationale normen.

Naar aanleiding hiervan is wel beweerd dat het referendum niet veel te betekenen had. Maar daar tegenover staan de woorden van de IJslandse oud-minister van Volksgezondheid Ögmundur Jónasson, afgelopen najaar afgetreden uit protest tegen de Icesave- deal: „Dit is een geschil tussen mens en kapitaal, tussen eigendomsrechten en mensenrechten. Misschien hebben we wel behoefte aan een beetje revolutie – daarom moeten veel mensen in de financiële wereld niets van dit referendum hebben, omdat het symbolisch is. De mens zet vraagtekens bij de rechten van het kapitaal.”

De schuldvoorwaarden voor de IJslanders betekenden niets minder dan „economische oorlog”, zegt Birgitta Jónsdóttir, die als anti-reddingskandidaat vorig jaar in het parlement werd gekozen.

Afgelopen zaterdag vocht IJsland terug. Hun ‘beetje revolutie’ zou moeten overslaan naar andere landen – waaronder de VS, die de belastingbetaler met enorme schulden hebben opgezadeld om grote banken en kwaadaardige speculanten te hulp te komen.

Niemand beweert dat slecht beleid van banken en overheden geen gevolgen zou mogen hebben. Natuurlijk moeten er bepaalde verantwoordelijkheden worden genomen. Maar de belastingbetaler heeft het recht deel te nemen aan de besluitvorming. En in een democratie hebben de kiezers het recht ‘nee’ te zeggen als ze beseffen noodgedwongen te betalen voor de kwade zaken van de grote bankiers en de tekortkomingen van de overheden en internationale instanties die toezicht op die bankiers moesten houden.

„We zien hier een uitslag van 97 procent nee-stemmers in sommige districten en 98 procent in andere”, zei Eirigur Svavarsson, die als advocaat het verzet leidde tegen de pogingen IJsland een regeling op te leggen, bij het binnenkomen van de uitslagen van het referendum. „Wij zeggen dat dit een onredelijke regeling is en dat we een nieuwe regeling willen.”

Dat is een redelijke eis – voor de IJslanders en ook voor de Amerikanen.

John Nichols is correspondent in Washington van het Amerikaanse opinieweekblad The Nation.