Consortium wil stroomnet op Noordzee

Een Europees consortium lanceert vandaag een plan voor de aanleg van een ‘superhoogspanningsnet’ op de Noordzee. Het is bedoeld om op grote schaal windenergie naar het vasteland te transporteren.

Het gaat om het grootste Europese constructieproject tot nu toe en zal vele tientallen miljarden euro’s kosten. Als het plan doorgaat kan het een belangrijke bijdrage leveren aan de duurzame doelstellingen van Europa. In 2020 moet van alle verbruikte energie 20 procent afkomstig zijn van duurzame bronnen.

Het consortium bestaat tot nog toe uit tien bedrijven en noemt zichzelf Friends of the Supergrid. Onder hen bevinden zich grote spelers als het Duitse technologiebedrijf Siemens en het Franse energieconcern Areva. Er zit één Nederlands bedrijf bij het consortium, Visser & Smit Marine Contracting, een dochteronderneming van bouwbedrijf VolkerWessels die is gespecialiseerd in het leggen van onderzeese kabels.

Volgens directeur Jack Wattel van Visser & Smit Marine Contracting is het vandaag gepresenteerde plan bedoeld om de ontwikkeling van windenergie op de Noordzee meer te centraliseren. In plaats van dat elk lidstaat zijn eigen windparken en zijn eigen infrastructuur gaat aanleggen, is het idee een overkoepelend plan te ontwikkelen. Dat is economischer.

In politieke kringen in Europa bestaat inmiddels ook sterke interesse voor de aanleg van een gezamenlijk hoogspanningsnet op de Noordzee. Eerder dit jaar hebben negen EU-lidstaten, waaronder alle landen die aan de Noordzee grenzen, afgesproken een plan hiervoor op te zetten. Dat moet eind 2010 klaar zijn. Het net zou niet alleen bedoeld zijn voor het vervoer van windenergie, maar bijvoorbeeld ook van waterkracht uit Noorwegen, en van getijdekracht.

„Het plan dat wij vandaag presenteren is één van de opties”, zegt Wattel. Friends of the Supergrid voorzien concentraties van windparken in de Noordzee die op een slimme manier met elkaar verbonden worden, en die hun elektriciteit via zware kabels naar het vasteland transporteren. Het hoogspanningsnet is ook aangesloten op de stroomverbindingen (interconnecties) tussen lidstaten, zodat de ‘groene’ stroom over grote gebieden vervoerd kan worden.

In de eerste fase van het project moeten Groot-Brittannië, Schotland, Duitsland en Noorwegen met elkaar verbonden worden. Deze fase kost naar schatting 34 miljard euro.