Balkenende misbruikt de Kieswet

Als verklaard tegenstander van de gekozen minister-president, deugt het niet dat Balkenende op de lijst voor de Kamerverkiezingen staat, maar niet in de Kamer wil, stelt Peter Ingelse.

Op 2 maart heeft Balkenende in het EO-programma Moraalridders verklaard dat hij alleen beschikbaar is voor het premierschap en geen fractievoorzitter zal worden. Hij hield een vage slag om de arm, maar zijn bedoeling is duidelijk: ik ben lijsttrekker van het CDA, ik nodig u uit mij in de Tweede Kamer te kiezen, maar als ik geen premier word, ziet u mij niet terug. In de Kamer ga ik in ieder geval niet zitten. Daar moet je eerlijk in zijn, aldus Balkenende met een – ook weer vaag – verband met de idealen, die hem altijd leiden.

Balkenende is niet de eerste politicus die de kiezers vraagt hem in de Tweede Kamer of gemeenteraad te kiezen, maar niet bereid is hen daar te vertegenwoordigen. ‘Lijstduwers’ mogen graag een onverkiesbare plaats innemen om aldus reclame te maken voor hun partij. Aan kleur is de methode niet gebonden: Frits Bolkestein en Fred Teeven (VVD), Hilbrand Nawijn (LPF), Marcel van Dam en Wim Kok (PvdA) en een hele rij voor de Partij voor de Dieren, van Maarten ’t Hart tot Georgina Verbaan. Zij hebben allen ooit de lijst van hun partij ‘geduwd’.

Met voorkeursstemmen toch gekozen? Dat overkwam Bolkestein en vorige week nog Wilders bij de verkiezingen van de Haagse gemeenteraad. Wilders liet vandaag weten toch in de gemeenteraad te gaan zitten, maar Bolkestein deed het niet.

Is dat (kiezers)bedrog? Balkenende zegt: je moet daar eerlijk in zijn. En dat is ie, hij vertelt van te voren wat hij van plan is. Je zag Balkenende bij de EO denken: als het eerlijk is, dan is het in orde. Maar die gedachte berust op een misverstand. Balkenende is als de dief die ‘eerlijk’ meedeelt dat hij gaat stelen. Balkenende schermt met de norm van eerlijkheid, maar gooit de waarden van zuiverheid en fair play overboord. Het is een eerlijkheid die bedriegt.

Bovendien kun je – net als van sociale verzekeringswetten, belastingwetten, en andere wetten – ook van de Kieswet misbruik maken en dat is wat Balkenende doet. De Kieswet is de ruggengraat van het stelsel dat de zuiverheid van de samenstelling van de vertegenwoordigende democratie waarborgt. Balkenende gebruikt de faciliteiten van de Kieswet voor een ander doel, dan waarvoor zij gegeven zijn. Dat deugt niet. De omstandigheid dat het misbruik vaker voorkomt, levert ook hier geen rechtvaardiging op.

Het verschil met die andere wetten is dat de Kieswet geen sanctie stelt op dit misbruik. Zeker, als straks het hoofdstembureau, ik meen op 3 mei, de kieslijst van het CDA vaststelt, kan iedere kiezer binnen vier dagen tegen de plaatsing van Balkenende op die lijst beroep instellen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Veel kans heeft u daar niet. Schrapping van de lijst is maar in bepaalde gevallen mogelijk, bijvoorbeeld indien de vereiste verklaring dat de kandidaat instemt met zijn kandidatuur niet is overgelegd. Maar daarvoor zal netjes zijn gezorgd. Dat Balkenende met die verklaring instemt met een kandidatuur die hij niet wil – en waarmee hij dus niet instemt – en dat die verklaring daarom onwaarachtig is, zal er vermoedelijk weinig toe doen. De toetsing door de afdeling is beperkt.

Kan dit kandideren van non-kandidaten kwaad? Ik heb er weinig twijfel over dat een wetsvoorstel om vast te leggen dat ook personen die geen ‘echte’ kandidaat zijn mee mogen doen aan de verkiezingen, geen enkele kans heeft. Daar waagt de wetgever zich niet aan. Men laat dergelijke kwesties liever aan de rechter over en – waar deze geen uitkomst biedt zoals hier – aan de moraliteit. Daarin is Balkenende gelukkig een meester. Legt hij het daadwerkelijk langs de lat van zijn idealen, dan concludeert hij – bij nader inzien – ongetwijfeld: ja, het kan kwaad. Een kandidaat is ‘een gegadigde voor een baan of functie’ en ik bèn helemaal geen gegadigde. Ik profiteer van mijn onwaarachtigheid en dat betekent oneerlijke concurrentie. Verkiezingen worden ondoorzichtig, het wordt een rotzooitje.

En bij mij, Balkenende, speelt dat dubbel. Als zittende premier/lijsttrekker geniet ik extra vertrouwen bij de kiezer. Die premierbonus ga ik incasseren zonder mijn pretentie waar te maken. Ook dat deugt niet. Ten slotte nog dit: ik, Jan Peter, ben een verklaard tegenstander van de gekozen minister-president. Ik vrees dat ik me moet terugtrekken.

Peter Ingelse is vicepresident van het gerechtshof te Amsterdam maar schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel, als kiesgerechtigd burger van Nederland.