Vogelvrij in Rusland

Privébezit is in Rusland niet bij wet beschermd. Een onderneming kun je er zomaar verliezen. Een Nederlandse zakenman doet zijn verhaal.

Een Amerikaanse zakenvrouw organiseert in Moskou al enkele jaren exclusieve vakanties voor rijke Russen. Haar reisbureau loopt goed. Vooral de junglevakanties, met karaoke, in Afrika, de helikoptertochten in Siberië en de raft-expedities in Zuid-Amerika zijn in trek. Maar geregeld wordt het zakelijk geluk verstoord, als een politieman zich op haar Moskouse kantoor meldt om een belastingschuld van honderdduizend euro in te vorderen. „Gelukkig heeft mijn Russische zakenpartner goede contacten in hoge kringen van de politie en de veiligheidsdiensten”, vertelt ze. „Een telefoontje is dan genoeg om die schuld te minimaliseren. Maar in ruil daarvoor moeten we die zakenrelatie wel een gratis vakantie aanbieden en dan hebben we het over vele tienduizenden euro’s.”

Een Nederlandse handelaar in cosmeticaproducten doet in Moskou al even goede zaken. Maar ook hij weet dat je bij té goed zaken doen in Rusland de politie op je dak kan krijgen. „We naderen nu een jaaromzet van een miljoen euro”, zegt hij. „En dan begin je op te vallen bij de belastingdienst en weten ze je te vinden. Dus het is uitkijken geblazen.”

Of neem de Nederlandse zakenman die voor zijn nieuwe bedrijf een brandweervergunning nodig had en die pas kreeg nadat hij de lokale korpsleiding op een weekendje in het Amsterdamse Amstelhotel had getrakteerd.

Het zijn kleine voorbeelden van hoe het in zakelijk Rusland toegaat. Zonder omkoping gaat het niet, al wil bijna niemand dat openlijk zeggen, omdat mét omkoping de winsten nog altijd behoorlijk zijn. „Wil je als zelfstandige ondernemer succes hebben, dan moet je het spel meespelen”, zegt een Nederlandse ex-bankier met vele jaren ervaring in Moskou. „Privébezit is in dit land niet door de wet beschermd. Je kunt zomaar alles kwijtraken wat je hebt opgebouwd.”

Landbouwkundige Jelmer Buijs kan het weten: zijn Russische zaken liepen op een ramp uit. Aanvankelijk ging het mis bij zijn eerste bedrijf. Maar na ongeveer zestig rechtszaken raakte hij ook zijn tweede kwijt en kwam een van zijn bedrijfsadvocaten onder raadselachtige omstandigheden om het leven. „Je weet nooit wat mensen die smeergeld hebben ontvangen zullen doen om je rustig te houden”, zegt hij.

Net afgestudeerd aan de Landbouwuniversiteit Wageningen trok Buijs in 1993 naar Rusland, waar het communistische systeem van collectieve boerderijen na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, twee jaar eerder, in verval was geraakt. Voor ambitieuze agrariërs als Buijs lagen de kansen voor het oprapen. „In Nederland was ik betrokken bij het geven van cursussen op gebied van agrarisch management”, zegt de inmiddels 52-jarige Buijs in een Moskous hotel, waar hij verblijft op doorreis naar Centraal-Azië. „Eén van de mensen met wie in contact kwam was een Rus uit Izjevsk, de hoofdstad van de autonome republiek Oedmoertië, op ruim duizend kilometer ten oosten van Moskou. Hij vertelde me dat de hele linnensector daar op zijn gat lag. Linnen wordt gefabriceerd uit vlas, dat in Rusland tot linnen stoffen wordt verwerkt en aan kwalitatief goede vlas bestond grote behoefte.”

Buijs vond een Russische zakenpartner, die een grenzeloos optimisme uitstraalde. Samen richtten ze in 1996 met de lokale overheid van het dorp Zoera in Oedmoertië de joint venture Comflax op: een linnenfabriek met zeventig man personeel – die deel had uitgemaakt van een voormalig gemeentelijk bedrijf. „Ik heb toen samen met de directeur van die gemeentelijke fabriek een moderniseringsplan opgesteld, waarbij ik me concentreerde op de verbetering van de opleiding van de arbeiders, de vermindering van het energieverbruik en op kwaliteitscontrole. Want de kwaliteit van wat de fabriek produceerde was onacceptabel, ook omdat vlas tot die tijd werd geteeld op kolchozen, waar een enorme chaos bestond. Kwaliteitscontrole werd daar door iedereen onzin gevonden. Omdat die kolchozen volkomen onbestuurbare bedrijven waren geworden die nog maar amper steun van de overheid kregen, heb ik geadviseerd een eigen teeltafdeling op te zetten binnen onze joint venture.”

Juist de samenwerking met de lokale overheid zou Buijs noodlottig worden. „Ons bedrijf begon net goed te lopen toen het misging”, vertelt hij. „We hadden er onze kennis in gestoken en machines gekocht, terwijl de gemeente bedrijfsruimte inbracht. Maar na een half jaar werd door het provinciale bestuur ineens een beroep gedaan op een in die tijd aangenomen wetswijziging die bepaalde dat een provincie pas onroerend goed in joint ventures mocht inbrengen nadat de provinciale raad van gedeputeerden daarmee had ingestemd. De rechtbank bepaalde toen dat de gemeente illegaal onroerend goed had ingelegd in de joint venture. Daardoor moest onze joint venture worden geliquideerd. Ook nadat er in de lokale pers artikelen waren verschenen waarin stond dat ondernemers – wij dus – misbruik hadden gemaakt van het onroerend goed van de lokale overheid. We bleven toen zitten met duizend ton vlasstro ter waarde van honderdduizend euro en hadden geen gebouwen om dat op te slaan.”

Buijs accepteerde zijn verlies en ging met zijn Russische partner op zoek naar een eigen bedrijfspand. In de naburige provincie, waar ze op steun van de autoriteiten konden rekenen, kochten ze een failliete steenfabriek, waar ze hun vlasmachines heen brachten en een opslagplaats bouwden. „Wij hadden op die nieuwe plek een nieuw bedrijf, OOO Linovita, opgezet met zo’n achtduizend hectare gewassen, waar we ook graan en koolzaad inzaaiden. Het was een investering van een miljoen euro, die we samen met de lokale banken, een Nederlands linnenbedrijf en een Russisch-Turkse zakenman hadden gefinancierd.

„Het bedrijf liep redelijk en uiteindelijk werkten er bij ons 130 mensen. In 2004 hebben we zelfs de eerste prijs gewonnen voor het beste linnenhalffabrikaat in Rusland.”

Wel had Buijs voortdurend grote moeite met het vinden van goed en betrouwbaar personeel. Een gevolg van het alcoholisme op het van Russische platteland. „Zoiets legt een grote druk op het management. Als je bijvoorbeeld gewassen inzaait, dan moet dat in zes dagen gebeuren. Doe je er tien dagen over, dan lijd je al gauw 100.000 euro verlies. In een dunbevolkt gebied als de republiek Oedmoertië woonden in onze provincie Debessi bijvoorbeeld maar vijf machinebankwerkers. Als je ze alle vijf wegens dronkenschap hebt ontslagen, dan ben je gedwongen de minst drinkende maar weer aan te nemen.”

De productie van Buijs’ bedrijf werd geleidelijk aan uitgebreid tot die van korte vlasvezels voor isolatiemateriaal, dat gebruikt kan worden in het ijskoude noorden en voor dekzeilen voor de olie-industrie die tegen een temperatuur van min twintig graden Celsius (en lager) bestand zijn. „Maar op een gegeven moment kwam ik erachter dat er een viervoudige boekhouding werd gevoerd, en dat we helemaal niet al een tijdje verlies leden, zoals mij was verteld. Eén boekhouding was voor de belastingdienst, één voor de banken, één – de verliesgevende – voor mij, en één gaf de werkelijke situatie weer. De bedrieger bleek mijn Russische partner van het eerste uur te zijn. Hij had gemene zaak gemaakt met zowel de Russisch-Turkse zakenman als de door ons gezamenlijk aangestelde directeur die weer de boekhouding had vervalst. Met mijn Nederlandse en een nieuwe Russische aandeelhouder heb ik toen besloten die malafide directeur eruit te gooien.”

De ervaringen van Buijs hebben een constante, die je vaak in Rusland aantreft. „Russische zakenlieden bouwen eerst met hun buitenlandse partners – en hun kennis en kapitaal – een winstgevend bedrijf op. Zolang dat proces duurt zijn ze zeer correct. Vanaf het moment dat het bedrijf winstgevend wordt gaan ze eerst de boekhouding vervalsen om je te laten zien dat het slecht gaat. En als je eenmaal beseft wat er aan de hand is, word je buitenspel gezet door omgekochte ambtenaren van de belastingdienst die verantwoordelijk zijn voor de registratie van joint stock company’s met buitenlandse aandeelhouders. Het spel is waterdicht, tenzij je zelf over betere connecties bij de belastingdienst beschikt of de rechtbanken meer smeergeld betaalt.”

De juridische chaos in Rusland is voor malafide zakenlieden een uitkomst. Op lokaal niveau is het justitieel apparaat totaal onkundig als het gaat om allerlei economische delicten bij joint ventures. De lokale justitie verzamelt op amateuristische wijze en met veel vormfouten bewijsmateriaal en daarna wordt er onderhandeld met de meest biedende partij. Het gaat daarbij om de vraag: seponeren of een aanklacht indienen. „Er werd ons openlijk gevraagd of we niet voor nieuwe computers konden zorgen bij justitie en of ik geen werk kon vinden in Duitsland voor de zoon van een justitiemedewerkster”, vertelt Buijs. „Verder probeerde mijn frauderende zakenpartner, van wie we niet zomaar afkonden, de benoeming van een nieuwe directeur tegen te houden. Zo posteerde hij onder meer gewapende politieagenten voor de fabriekspoort om te voorkomen dat die nieuwe directeur naar binnen kon.”

Buijs en zijn twee andere partners probeerden op allerlei manieren de zakelijke bankrekeningen te blokkeren, om te voorkomen dat de frauderende partner (die geen commentaar geeft) die kon leeghalen. „Maar dat bleek onmogelijk, hoogstwaarschijnlijk doordat de filiaaldirecteuren van de banken bij de verstrekking van leningen 20 procent smeergeld hadden bedongen. Die bankiers zaten dus niet te wachten op iemand die schoon schip wilde maken bij ons bedrijf, omdat ze zelf veel te veel belang hadden bij het aanblijven van de frauderende partner, die in naam van de fabriek leningen doorsluisde naar een tiental andere bv’s.”

Er volgde een lawine van rechtszaken, vertelt Buijs. „Doordat het goedkoper is rechtszaken aan te spannen dan ze te winnen, heeft het mijn opponenten erg veel geld gekost om iedereen en alles om te kopen. Die zestig rechtszaken hebben mij ongeveer 16.000 euro gekost, maar mijn opponenten hebben tonnen betaald, gefinancierd uit de kas van het bedrijf en uit malafide kredieten, waarvoor ook weer 20 procent aan smeergeld aan bankdirecteuren en de regionale ministeries van landbouw moest worden betaald. Want in Rusland is het zo dat als je de rechter niet betaalt, je niet wint.

„In het midden- en kleinbedrijf heerst daardoor totale wetteloosheid. Ik ken diverse Nederlandse zakenlieden die op zijn tijd bij de juiste persoon een fors geldbedrag afdragen. Behalve door malafide management en onkunde, is ons bedrijf dankzij die processen versneld naar de afgrond gerold, ook al was het inmiddels behoorlijk winstgevend geworden.”

Buijs’ vlasfabriek is sinds oktober 2009 gesloten. Het personeel is naar huis gestuurd. Of Buijs zijn rechtszaak wil voortzetten, weet hij niet. „Ik kan wel proberen mijn bedrijf terug te krijgen, maar dan moet ik toch weer op zoek naar een nieuwe directeur en krijg ik opnieuw te maken met al die onduidelijke eigendomsverhoudingen, malafide leningen en enorme juridische risico’s. Samen met een van de andere aandeelhouders heb ik me in Moskou schriftelijk beklaagd bij president Medvedev over het functioneren van justitie in de deelrepubliek Oedmoertië. Dat heeft ertoe geleid dat de lokale rechter de zaak opnieuw moet bekijken. Voor mij was het een zinloze exercitie en mijn frauderende zakenpartner heeft het waarschijnlijk opnieuw een hoop smeergeld gekost. Ik ben nog steeds met mijn advocaat in gesprek of ik verder nog iets zal ondernemen. Want op dit moment is ons bedrijf nog niet failliet, maar heeft het surseance van betaling tot 10 maart.”

In Rusland gaat de grap dat de beste manier om geld te verdienen is om bij anticorruptiecomités te gaan werken, omdat daar de tarieven van smeergeld het hoogst zouden zijn. „Het illustreert alleen maar dat het zeer moeilijk is om in Rusland succesvol (en gewetensvol) zaken te doen”, zegt Buijs. „Toch heb ik van dit alles veel geleerd. Alleen daarom al vragen bedrijven me nu als adviseur voor hun activiteiten in Rusland en in buurlanden.”