Van Uhm: Nederland niet onmisbaar in Uruzgan

Nederland wordt komende zomer afgelost als leidende natie in Uruzgan. Op last van de politiek. „De basis-veiligheid is fragiel”, zegt commandant der strijd- krachten Peter van Uhm.

Landmachtmajoor Marc Zerstegen is sinds een paar weken terug uit Uruzgan. In het vliegtuig naar huis kon hij nog niet vermoeden dat zijn reis zijn laatste Afghanistan-missie was. Maar met de val van het kabinet stopt ook de missie aan het eind van dit jaar.

Militairen als majoor Zerstegen maken deel uit van de laatste Uruzgan-troepen. In december 2010 zullen er geen Nederlandse soldaten meer rondlopen op Kamp Holland. Gisteren werden in de Brabanthallen in Den Bosch 1.900 eerder teruggekeerde militairen geëerd met een herinneringsmedaille.

Als Zerstegen zijn medaille opgespeld heeft gekregen, zegt hij: „Persoonlijk vind ik het jammer dat de missie straks stopt. Ik zat in Deh Rawood en het was er vrij veilig. Maar ja, de politiek beslist, en die lijkt vooral met zichzelf bezig te zijn.”

In de immense hal met de Brabantse en Nederlandse vlag aan het plafond staan militairen in rijen opgesteld. Tegenover hen het thuisfront, op een grote tribune. Op de betonnen vloer staat commandant der strijdkrachten Peter van Uhm. Hij spreekt over de „successen” van de militairen die door „de politieke discussie van de laatste weken nog wel eens ondergesneeuwd dreigden te raken. Begrijp me niet verkeerd, die politieke discussie moet gevoerd worden. Het is immers aan de regering om te besluiten waar wij, militairen, worden ingezet en welke taken wij uitvoeren.”

Na vier jaar loopt de missie in Uruzgan ten einde. Hoe moet het nu verder? Wat laat Nederland achter? In een interview met deze krant zegt Van Uhm: „Voor het eerst is voor de bevolking van Uruzgan basisgezondheidszorg voorhanden. Mannen, vrouwen en kinderen kunnen naar een basic health centre, dat was voorheen niet mogelijk.” Hij noemt ook de opleiding van het Afghaanse leger, dat sinds 2006 is gegroeid van 160 naar 3.000 militairen. „Samen met andere landen hebben we er in Uruzgan voor gezorgd dat er een solide basis ligt voor opbouw. Een fundament gegoten in Nederlands beton, een fundament dat nog lang zal blijven liggen.”

Toch is veiligheid nog geen vanzelfsprekendheid voor alle inwoners in Uruzgan. Er vinden nog altijd aanslagen plaats, en veel van de buitengebieden zijn in handen van de Talibaan. „Er is sprake van een basisveiligheid, maar wel een fragiele”, zegt Van Uhm.

Een ander land zal de taak krijgen om de veiligheid te verbeteren. Op 1 augustus zal een land de leidende rol van Nederland overnemen. „Er komen nieuwe Amerikaanse eenheden bij in Afghanistan. Je hoort mij niet zeggen dat de Amerikanen het van ons gaan overnemen, want dat weet ik gewoon niet. Het is ook mogelijk dat de Amerikanen in NAVO-verband een ander land vrijmaken zodat dat naar Uruzgan komt.”

Tot die tijd verandert er weinig op Kamp Holland. Al spreken Nederlandse officieren de laatste tijd steeds vaker over Multinational Base Tarin Kowt: de vertrekkende hoofdbewoner van Kamp Holland is zogezegd al begonnen met het verwisselen van het naamplaatje voor de nieuwe bewoner.

Pas rond het voorjaar zal de eenheid arriveren, die zich louter en alleen moet bezighouden met de terugtrekking uit Kamp Holland. Over het lot van het aanwezige materieel is nog weinig bekend. Achter elkaar gezet staat er nu voor 3.000 meter aan Nederlands materiaal in Uruzgan. Misschien dat een ander land de gepantserde slaapcontainers wil overnemen – de nieuwwaarde per stuk ligt tussen de 22.000 en 45.000 euro. Biedingen zijn er nog niet binnengekomen, zegt Van Uhm. „Wij houden rekening met alle opties: van verkopen tot alles terugtrekken.”

In juni zal een team van de krijgsmacht inventariseren wat nog bruikbaar is. Van Uhm: „Als jij een lange tijd op reis bent, en je moet je koffers pakken voor de terugreis, dan kijk je ook wat je wilt laten staan. Het kan zijn dat het terugbrengen van materieel naar Nederland duurder is dan een nieuwe aankoop.”

De Nederlandse krijgsmacht wordt in het buitenland geroemd om een aanpak die in militaire kringen uniek wordt genoemd: meer gericht op de bevolking, in samenwerking met diplomaten en ontwikkelingswerkers. Nederland moet verlengen in Uruzgan om die aanpak niet verloren te laten gaan, was een veelgehoord argument om toch na 2010 in Afghanistan te blijven. Van Uhm: „De Amerikanen, de Tsjechen, de Slowaken en de Fransen zitten ook al langer in Uruzgan. Die kunnen wat wij ook kunnen. Nederland is niet onmisbaar. Er is maar één plek waar je als militair echt onmisbaar bent, en dat is thuis.”