TU Eindhoven en Duitsland op kop bij alternatieve energie

Duitsland is het land waarin het onderzoek naar alternatieve energie het meest coherent en doelgericht is. In Nederland is de TU Eindhoven de universiteit waar het meest effectief onderzoek naar alternatieve energie wordt verricht.

Ziedaar enkele uitkomsten van een onderzoek dat Elsevier onlangs verrichtte om de verdiensten van hun product Scival Spotlight onder de aandacht brengen (het onderzoek is te vinden bij www.scival.com/aes) Het is een nieuwe bibliometrische methode om de kwaliteit van de wetenschappelijke productie van landen en aparte instituten te meten. Elsevier beveelt het aan als een instrument voor onderzoeksmanagers. De gebruikelijke methoden om onderzoekskwaliteit te meten gaan uit van publicaties in wetenschappelijke tijdschriften. Het relatieve belang van die tijdschriften wordt meestal uitgedrukt in de zogeheten impact factor, een getal dat is toegekend door Thomson ISI (Institute for Scientific Information).

Maar, zo zegt Elsevier, de belangrijke vorderingen in nieuwe wetenschapsgebieden kom je niet op het spoor door artikelen in toptijdschriften te turven, want die nieuwe gebieden houden zich niet aan de gebruikelijke categorieën. Scival Spotlight gaat uit van een database van 5,6 miljoen wetenschappelijke artikelen, gepubliceerd tussen 2003 en 2007, en van allerlei uitgevers. Binnen die grote verzameling is gezocht naar clusters waarbinnen veel onderling geciteerd werd. Daarvan werden er 84.000 gevonden, vaak multidisciplinaire onderzoeksterreinen. Als zo’n cluster binnen de productie van een bepaald instituut of een land valt, kan dat volgens Elsevier worden aangeduid als een distinctive competence, een specialisme waarmee zo’n instelling zich onderscheidt.

Om het systeem te demonstreren werden op het gebied van de alternatieve energie drie onderwerpsgebieden geïsoleerd: zonnecellen, brandstofcellen en een restcategorie van onderzoek naar alternatieve energiebronnen. Vervolgens werd nagegaan welke instituten of landen die gebieden tot een distinctive competence hadden gemaakt. Het belangrijkste criterium daarvoor was of die instituten of landen ook de focus van hun wetenschappelijke productie binnen dat terrein hadden gelegd.

Warna Oosterbaan