Sven Kramer had last van een responsconflict

Het aardige artikel van Wagenaar over de gemiste gouden medaille van Sven Kramer bevredigde mij niet helemaal (Opinie & Debat, 27 februari). Hij schrijft de foute aanwijzing van Kemkers toe aan een ‘intrusie’: het stellige geloof dat we iets hebben waargenomen, dat we nooit echt hebben gezien.

Volgens mij maakte Kemkers echter een fout bij het verdelen van de aandacht. Kennelijk had hij zich op twee taken gericht: het volgen van de wissels van zijn pupil (taak a) en het geven van aanwijzingen via een bordje (taak b). Als hij het bordje invult (taak b) mist hij een belangrijk element van taak a (de wissel naar de buitenbocht aan het begin van de wisselstrook): hij denkt daardoor dat Kramer nog moet wisselen.

Anderzijds was de foute wissel van Kramer niet een gevolg van een aandachtlapse maar een logisch gevolg van de aanwijzing van zijn coach. Kramer ervaart hierna een responsconflict: hij aarzelt even, duikt naar links en scheert dan nog net met zijn been over de pylon.

Conclusie: de baanselectie moet aan de schaatser overgelaten worden. Deze moet zich volledig kunnen focussen op zijn voornaamste taak: het rijden van zijn race. Een nuttig hulpmiddel zou kunnen zijn boven elke baan een lampje te laten branden. Schaatser a (binnenbaan) krijgt bij de start de kleur groen toegewezen, schaatser b (buitenbaan) de kleur rood. Elke keer dat zij na een ronde opnieuw de wisselstrook oprijden, verandert rood in groen en groen in rood.

Albert Kok

Emeritus hoogleraar Fysiologische psychologie, UvA