Schandalen maken lastig jaar veel moeilijker

Corruptie in de VS is van alle tijden en alle partijen. Nu krijgen de Democraten het zwaar te verduren, net in een jaar dat Obama het toch al zo lastig heeft.

Er is de smerige affaire – machtsmisbruik, aanranding, doofpotaffaire – waarin de gouverneur van New York, David Paterson, al weken is verwikkeld. Hij is Democraat.

Er was deze week het ‘tijdelijke’ vertrek van een van de machtigste Congresleden, Charlie Rangel, wegens ‘onethisch’ handelen. Een Democraat.

Er is de aanstaande berechting van de ex-gouverneur van Illinois, Rod Blagojevich, die de senaatszetel van Barack Obama te koop aanbood. Een Democraat.

En er is de stroom berichten dat de vervolging van John Edwards nabij is, de man die in 2004 op een haar na vicepresident werd. Ook Democraat.

Zo stapelen de schandalen zich op, en met de Congresverkiezingen van november in het vooruitzicht vormen ze een potentieel vernietigend beeld voor de partij van president Obama. In 2006 heroverden Democraten hun meerderheid in het Congres. Twee jaar later won Obama het Witte Huis en verpletterden Democraten de Grand Ol’ Party in Huis en Senaat. Telkens maakten zij een groot punt van „de cultuur van corruptie’’ die onder Republikeinen zou zijn ontstaan. En dus is de huidige schandalenreeks een inkoppertje voor Republikeinen: cultuur van corruptie, zei u?

„Een eerlijke vergelijking”, zegt Peter Beinart, oud-hoofdredacteur van het gematigd progressieve blad New Republic en verbonden aan de New America Foundation. Volgens hem zijn de meeste recente affaires terug te voeren op een systematisch probleem in de Amerikaanse politiek: private overvloed en openbare tekorten.

Politici zijn naar Amerikaanse maatstaven niet bijster vermogend: talrijke gevestigde belangen – bedrijven, belangengroepen, investeerders – hebben niet de invloed van een Congreslid maar beschikken over fondsen waar afgevaardigden alleen van kunnen dromen. Zo staan politici voor de constante verleiding „macht om te zetten in geld’’.

En wat met klein bier begint – het buitenlandse reisje op kosten van de lobbyist – groeit uit tot omkoping, fraude, machtsmisbruik. „Partijen doen er alles aan dit te voorkomen, maar het duikt altijd weer op”, constateert Beinart.

Het pijnlijkste schandaal van het moment – rond de gouverneur van New York – gaat intussen over veel meer dan alleen geld. Het is een moderne zedenschets die alles in zich heeft uit te groeien tot een memorabele film.

Het begon toen weken geleden op internet het gerucht verscheen dat The New York Times een stuk had klaarliggen waarin de gouverneur in verband werd gebracht met cocaïnegebruik en overspel. Paterson maakte prompt een afspraak met CNN om de nog niet gepubliceerde aantijgingen te ontkennen.

De volgende wending kwam toen de krant zijn werkelijke bevindingen naar buiten bracht: een medewerker van Paterson, in korte tijd opgeklommen van chauffeur tot vorstelijk betaald topadviseur, bleek een pijnlijk verleden te hebben: veroordeeld voor cocaïnehandel en diverse keren betrokken bij huiselijk geweld. De man zou nog vorig najaar een vriendin hebben afgetuigd, in de periode dat hij door de gouverneur werd gepromoveerd.

De doodklap kwam toen vorige week bleek dat de gouverneur zelf, alsmede de politie van de staat New York (die geen jurisdictie in de zaak heeft), contact hadden met de vrouw, waarna zij haar aangifte tegen de topadviseur introk. Medewerkers traden af, Paterson besloot zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen, en ondanks de gêne was er ook opluchting in het Witte Huis: Paterson zou dit najaar vrijwel zeker hebben verloren in het overwegend Democratische New York.

Maar helaas voor de partij gebeurde dit vlak voordat een andere Democraat, Charlie Rangel (79), van onethisch handelen werd beschuldigd. Hij zag zich gedwongen het voorzitterschap van de begrotingscommissie in het Huis van Afgevaardigden op te geven, een machtig orgaan omdat het beslist over alle federale belastingwetgeving.

De kleurrijke Rangel, die zich uit de sloppen van Harlem opwerkte tot held uit de Koreaanse oorlog, bleek nogal soepel met de regels om te gaan. Zijn medewerkers namen geld van een lobbyist aan voor een reisje. En zijn buitenhuis in Punta Cana, in de Dominicaanse Republiek, bleek niet op zijn aangifteformulier voor te komen: een foto waarop hij zich op een strandstoel aan de zon overgeeft werd symbool van het Democratische machtsbederf.

Rangels aftreden was dan ook „het enig juiste dat de Democraten konden doen’’, zegt Beinart, maar hij verwacht niet dat het veel helpt. Voorzitter Pelosi van het Huis beloofde in 2006 „het meest ethische Congres in de geschiedenis’’, en dat was achteraf te veel gezegd.

Bovendien zijn er twee andere zaken die binnenkort uitvoerig terugkeren. Het proces tegen Rod Blagojevich, ex-bondgenoot van Obama uit Illinois, belooft het beeld van een door en door corrupte partij te bevestigen. En de manier waarop John Edwards in 2008, tijdens de Democratische voorverkiezingen, het bestaan van een buitenechtelijk kind maskeerde wordt met de dag smoezeliger. De medewerker die hij tegen betaling overhaalde als vader te poseren heeft belastende verklaringen over Edwards bij justitie afgelegd, en vervolging wegens oneigenlijk gebruik van campagnegeld lijkt een kwestie van tijd.

Corruptie is in de VS van alle tijden en alle partijen, zegt Beinart. Het thema krijgt pas electorale lading als de geloofwaardigheid van een partij toch al onder druk staat, zoals nu van Democraten. Het economisch herstel is zwak, de werkloosheid blijft hoog, de hervorming van de zorg is een stroperig proces waar geen einde aan lijkt te komen: onafhankelijke kiezers verliezen op grote schaal vertrouwen in Obama en zijn partij.

„Dit zou altijd een lastig jaar voor Democraten zijn geworden’’, zegt Beinart. „Maar de schandalen maken alles veel, veel moeilijker.’’