Partijen gaan hun eigen weg in Rotterdam

Een genante vertoning en het zoveelste bewijs dat Leefbaar Rotterdam de partij van het wantrouwen is. Zo reageerden enkele PvdA’ers gisterochtend, nadat Leefbaar-lijsttrekker Marco Pastors in scherpe bewoordingen bezwaar had aangetekend tegen de officiële einduitslag. Hij sprak over „ontoelaatbare onrechtmatigheden” die zich op verkiezingsdag hadden voorgedaan, en die Leefbaar de overwinning zouden hebben gekost.

Het verschil tussen beide aartsrivalen is minimaal: in een stad met 472.070 stemgerechtigden kreeg de PvdA (28,92 procent van de stemmen) welgeteld 651 stemmen meer dan Leefbaar (28,63 procent). Vlak na afloop van de bekendmaking van de eindstand meldde PvdA-lijsttrekker Dominic Schrijer dat hij zo snel mogelijk besprekingen begint met „drie winnende partijen”: VVD (4 zetels), D66 (4) en GroenLinks (3).

Leefbaar heeft het nakijken. „Wij hebben óók oog voor de belangen van de Leefbaar-kiezers, maar achten samenwerking met hun politieke vertegenwoordigers gewoon niet verstandig”, zegt Schrijer. Sinds „de ongenuanceerde aanvallen” op zijn partijgenoot en burgemeester Ahmed Aboutaleb signaleert hij „onoverkomelijke verschillen van inzicht” met Leefbaar. Rotterdam is volgens hem dan ook „absoluut niet gebaat bij een verstandshuwelijk”. Een college van „twee uitersten leidt vroeg of laat tot brokken”.

En zo dreigt – opnieuw – een bestuurlijke impasse in Rotterdam, de stad die al vaker de rol van de politieke barometer vertolkte. Hier immers greep Pim Fortuyn acht jaar geleden de macht met zijn Leefbaar-beweging. Ditmaal lijkt de afwijzende houding van Schrijer een voorbode van wat Nederland na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni te wachten staat. PvdA-partijleider Wouter Bos wijst samenwerking met Geert Wilders’ PVV om dezelfde reden af als Schrijer doet met „de lokale PVV-club”.

Hoe die gordiaanse knoop te ontwarren? Zowel stad als land moet bestuurd worden, zeker in tijden van een economische crisis, menen tegenstanders van het conflictmodel. In Rotterdam riep toenmalig burgemeester Ivo Opstelten (VVD) in 2002 de hulp in van een relatieve buitenstaander, politicoloog Rinus van Schendelen van de Erasmus Universiteit. Hij moest de plooien gladstrijken in de zich voortslepende coalitieonderhandelingen na de politieke aardverschuiving die nieuwkomer Leefbaar teweeg had gebracht: van nul naar zeventien zetels. „De stad stond voor aap, met drie keer in de week grote krantenkoppen die repten over chaos in Rotterdam”, herinnert Van Schendelen zich. In 4,5 dag smeedde hij een akkoord tussen Leefbaar, CDA en VVD.

In tegenstelling tot vier jaar geleden staat Leefbaar nu wel open voor eventuele samenwerking. Van Schendelen: „Als de PvdA niet bereid is om over de eigen schaduw heen te stappen, dan is Schrijer veroordeeld tot drie of vier kleinere partijtjes. Dat betekent eindeloos onderhandelen, plus een per definitie wankel college.”

Samenwerking met Leefbaar heeft volgens Van Schendelen bovendien het voordeel dat de PvdA de eigen – en door Leefbaar gisteren opnieuw bekritiseerde – burgemeester uit de wind zet. „Dan zit Aboutaleb in de luwte en komt hij beter tot zijn recht. De PvdA en Leefbaar kunnen hun energie vervolgens besteden aan de stad en niet aan elkaar.” Inhoudelijk verschillen beide partijen veel minder van mening dan zij beide willen doen geloven.

Leefbaar kondigde gisteren aan zelf op zoek te gaan naar potentiële coalitiepartners.

Commentaar: Opinie&Debat