'Of het me bevalt? Verkeerde vraag!'

Kenners voorspelden dat Ruud Krol (61) snel weg zou zijn als trainer van de Orlando Pirates in Soweto. Hij werkt er nog steeds, maar is er niet in geslaagd prijzen te winnen.

In het Orlando Stadium in Soweto zaten 30.000 mensen en het getoeter van bijkans evenzoveel vuvuzela’s, de voetbaltoeters, was oorverdovend. Maar toen coach Ruud Krol van de Orlando Pirates op zijn vingers floot, was dat tot in de nok van het stadion te horen.

„Je moet wel”, lacht hij een paar dagen later aan de rand van zijn trainingsveld in hartje Johannesburg. „Anders bereik je ze niet. Maar toen ik aan het eind een wisselspeler inbracht ging het mis. Zag je dat? Hij liep straal de verkeerde kant op en het heeft me tien minuten gekost voordat ik contact met hem had.”

Of Ruud Krol, aan het eind van zijn tweede seizoen in Zuid-Afrika, inmiddels aan de voetbaltoeters gewend is? „Het hoort erbij hè, het is cultuur hier. Dat moet je niet weghalen.”

Het was de stadsderby van Johannesburg: Orlando Pirates tegen Kaizer Chiefs, de grote rivalen uit de zwarte woonwijk Soweto. Duizenden supporters in het zwart-wit met het doodshoofdje van de ‘Pirates’ en het geel van de ‘Chiefs’ blokkeerden de wegen van Soweto. Geen wedstrijd is in Zuid-Afrika belangrijker dan deze, zegt Krol: „Dit is veel groter dan Ajax-Feyenoord.”

Maar anders dan andere jaren speelde het kampioenschap geen rol meer: de laatste speeldag van de competitie is aanstaande zaterdag en het weinig sexy Supersport United uit Pretoria heeft de titel – net als vorig jaar – al binnen. Krols ‘Pirates’ staan nu vijfde. Moegestreden, door een overvol programma.

Vanwege het WK, dat op 11 juni begint, is de nationale competitie in Zuid-Afrika wat ingedikt. In korte tijd zijn heel veel wedstrijden gespeeld. Orlando Pirates speelde in december „zes wedstrijden in achttien dagen, inclusief reistijd”, vertelt Krol iedere journalist die informeert naar de uitgebluste indruk die zijn team maakt. Bijna de helft van zijn vaste opstelling gaat komende week mee met het trainingskamp van ‘Bafana Bafana’, het Zuid-Afrikaanse nationale team, in Brazilië.

Tijdens de stadsderby leek Krol zelf zich nog het meest in te spannen. Hevig gesticulerend probeerde hij langs de lijn zijn sjokkende spelers tot actie te bewegen. Geen minuut bleef hij in de dug-out. Maar de moeite was vergeefs: de wedstrijd eindigde in 0-0. „Now, kaik. Ze maken het niet af”, zei hij na de wedstrijd in zijn in Zuid-Afrika inmiddels fameuze Amsterdamse Engels in het perszaaltje onder het stadion.

De vraag was of hij als ex-verdediger misschien moeite heeft uit te leggen hoe de bal in het doel moet. Krol: „Dat is niet mijn probleem, maar een Zuid-Afrikaans probleem. Het zit mis in de ontwikkeling van de spelers en als ik ze dan op hun 28ste of 30ste in mijn team krijg, dan kan ik daar niets meer aan veranderen. Kansen genoeg, maar scoren, ho maar.”

Spitsen, daar heeft hij groot gebrek aan. („Strijkers’’ noemt hij ze in Zuid-Afrika) Hij had er één, maar die raakte een dag voor de wedstrijd geblesseerd. „Al twee keer heb ik tegen de club gezegd dat ik een spits nodig heb, maar toen kwamen ze met een verdediger aan. De spelers die ik hebben wilde, waren allemaal te duur”, verzucht hij op een warme dinsdagmiddag als de spelers na de derby voor het eerst weer samenkomen. „De allerbeste profvoetballers in Zuid-Afrika verdienen misschien een ton in euro’s, mijn rechtsback van 22 krijgt 500 euro per maand.”

De topspelers, Bafana Bafana-ster Teko Modise bijvoorbeeld, waren in hun hoofd de laatste maanden vooral met het WK bezig. „Ik zeg niet dat ze niet presteren, maar in hun onderbewustzijn willen ze natuurlijk liever niet geblesseerd raken. Dat heeft me opgebroken.”

Dat de nu 61-jarige Krol het na een tamelijk succesvolle periode in Egypte twee seizoenen in Zuid-Afrika zou volhouden, had niemand verwacht. Clubbaas Irvin Khoza van de Orlando Pirates, bijgenaamd de ‘IJzeren Hertog’ en tevens de baas van het lokale organisatiecomité van het WK, heeft de laatste jaren vele nieuwe coaches versleten. „Iedereen zei: je bent gek. Hier ben je zo weer weg. Maar ik zit er nog en ik heb nog een jaarcontract dat ik wil uitdienen.”

Krol heeft echter nog geen prijs gewonnen. Na uitschakeling in de eerste ronde van de Afrikaanse Champions League is hij afgelopen week verder onder druk gekomen. Zijn team werd beschamend verslagen door Gaborone United uit Botswana. „Het team is in onderhoud”, verdedigde hij zichzelf na de wedstrijd tegenover de kritische journalisten.

Toch heeft hij in Zuid-Afrika over het algemeen nog een goede pers. „We krijgen hier meestal uitgerangeerde lui uit Europa die vooral een vlotte babbel hebben, maar verder tot weinig in staat zijn, lacht een verslaggever van voetbalblad Kickoff. „Krol is het tegenovergestelde: hij heeft attractief voetbal gebracht, maar heeft geen ego.”

„Nou, kijk”, zegt Krol bij het trainingsveld, „ik breng natuurlijk wel de Nederlandse school van voetballen mee: aanvallend en goed georganiseerd voetbal. De meeste coaches komen hier met verdedigers en proberen dan op de counter een goaltje te pikken – dat doe ik niet. Een collega zei hier tegen me dat de Pirates echt Europees voetbal spelen. Dat vond ik een geweldig compliment.”

Maar informeer niet of het hem eigenlijk bevalt in Zuid-Afrika. „Verkeerde vraag!” De training van vandaag kon niet op tijd beginnen omdat op het veld nog een rugbywedstrijd bezig was. Een paar dagen eerder, tijdens de belangrijke training voor de derby, renden honderden schoolkinderen over de grasmat vanwege een atletiektoernooi. „En dan heb je het wel over een van de belangrijkste profteams van het land”, foetert Krol. „Stel je voor dat de coach van Ajax op zijn trainingsveldje moet wachten. Het gebrek aan professionalisme hier zit me echt soms dwars: mensen komen te laat, structuren ontbreken. Ik kan daar niet tegen.” Maar, zegt hij, je moet je er niet te druk over maken „want dan gaat je harttikker overlopen”.

Hoewel in Zuid-Afrika deze dagen alles in het teken staat van het naderende WK, zegt Krol dat het hem niet echt bezighoudt. Natuurlijk, hij heeft van tijd tot tijd wel contact met bondscoach Bert van Marwijk en met Hans Jorritsma. „Ik probeer met Pirates zo goed mogelijk te finishen, dat is alles wat telt. Daarna gaat het vast wel spelen.”

Maar een tip voor Van Marwijk heeft hij wel: „Hard op je vingers fluiten.”