Océ is blij, maar weet nog niet precies waarmee

Nu Canon zijn bod op Océ gestand doet, begint het integratiespel tussen twee printerfabrikanten. Zelfs Océ-topman Van Iperen weet niet wat komen gaat.

Voor Océ, fabrikant van printer- en kopieermachines, breekt na een lange periode van onzekerheid een nieuw seizoen aan van groei. Tenminste, dat verwacht Rokus van Iperen, sinds 1999 topman van Océ, van de overname van zijn bedrijf door Canon. Deze week nam het Venlose bedrijf drie belangrijke hordes op weg naar de definitieve verkoop: de biedingsperiode liep af, de Ondernemingskamer ontkrachtte de bezwaren van minderheidsaandeelhouders en Canon deed het bod gestand, met 71 procent van de aandelen in handen.

Van Iperen zit zichtbaar opgelucht in zijn werkkamer, die uitkijkt over de Maas. Hij begon in 1978 als werktuigbouwkundige bij Océ, toen het bedrijf nog een omzet van 500 miljoen euro telde. Océ had net zijn grootste Europese concurrent, Ozalid, overgenomen. „We verdubbelden bijna, van 6.000 naar 12.000 medewerkers.”

Nu heeft Océ een omzet van 2,6 miljard (cijfers 2009) en is het uitgegroeid. Het is de laatste Europese speler tussen de grote printer- en kopieermachinefabrikanten als Xerox en HP uit de VS en Ricoh en Canon uit Japan. „Door het consolidatieproces liep het aantal printermakers terug van 100 in 1978, tot een stuk of 25 nu”, zegt Rokus van Iperen.

In 2010 gooit Océ de handdoek in de ring als autonoom bedrijf. De Venlose firma, trots op zijn Limburgse achtergrond en zijn 132-jarige geschiedenis, bleek te klein. Daarvoor ontbrak het niet aan technologische kennis, maar vooral aan verkoopkanalen. De strategische alliantie met de Japanse printerfabrikant Konica-Minolta was niet voldoende om de financiële crisis te overleven. Door de problemen in de bancaire sector en de bouwsector viel de vraag naar high volume en wide format printers, Océ’s specialiteit, acuut stil. Een lege orderportefeuille, hoge voorraden en een grote schuld deden Van Iperen beseffen dat Océ een sterkere partner nodig had om niet in de marge te verdwijnen. „De crisis versnelde het proces.”

De onderhandelingen met Canon duurden negen maanden. In die tijd bleef Océ snijden in de kosten. Het aantal medewerkers daalde in 2009 van 23.000 naar 21.000, zelfs de budgetten van de gelauwerde onderzoeksafdeling stonden onder druk. „Het was nodig om te overleven, maar ook om het bedrijf aantrekkelijk houden voor de verkoop”, legt Van Iperen uit.

Hij gelooft rotsvast in de overname die hij op 16 november 2009 aankondigde. „Natuurlijk, de emoties die het personeel voelde, heb ik ook doorstaan. Dat was al in de zomer van 2008, toen we aan de buitenwereld bekend maakten dat we alle opties open hielden. Toen ging bij mij de knop om.”

Er is stevig onderhandeld met Canon, vindt hij. „We hebben als Océ vaak genoeg zelf overnames gedaan om te weten hoe het werkt. We bleven tot op het laatste moment met andere partijen praten.” De belangrijkste voorwaarden die hij heeft weten af te dwingen zijn behoud van Océ als zelfstandige onderneming binnen de Canon Group. De technologische ontwikkeling blijft in Nederland en er zijn geen rechtstreekse personele gevolgen door de integratie.

In de nieuwe constellatie krijgt Océ drie divisies onder zich. De afdeling kantoorprinters gaat naar Canon. Hoe de integratie er verder uit zal zien, weet Van Iperen niet. „Die gesprekken beginnen nu pas en het zal enkele maanden duren voordat alles duidelijk is.”

Hij benadrukt het enthousiasme bij het personeel: „Medewerkers bij research vroegen meteen om het telefoonnummer van Canon.” En er zijn cultuurverschillen met Japan, maar ook veel overeenkomsten. „Ook bij Canon is de loyaliteit hoog en werken mensen lang voor het bedrijf. Verkopers spreken dezelfde taal, blijkt uit de eerste voorzichtige kennismakingssessies in de Verenigde Staten en Europa.”

De verkoopstaf van Océ blijft intact, belooft Canon. Maar hoe de klanten verdeeld worden tussen beide bedrijven is nog niet duidelijk. Ook over de IT-infrastructuur – essentieel voor kennisintensieve bedrijven – zijn nog geen details met elkaar gedeeld. Océ staat op het punt een ingrijpend automatiseringsproject uit te voeren, maar het is niet duidelijk of dat past bij de infrastructuur van Canon.

Océ deed er zelf twee jaar over om de automatisering van zijn grootste overname, de Amerikaanse distributeur Imagistics, goed te stroomlijnen. „En dat was sneller dan verwacht”, aldus Van Iperen. Imagistics werd in 2005 door Océ overgenomen voor 754 miljoen dollar. Vijf jaar koopt Canon geheel Océ voor 730 miljoen euro, inclusief schuld ruim 1,4 miljard.

Het demonstreert hoe snel de printermarkt in elkaar duikelde. Had Océ dan achteraf gezien niet beter op een ander moment verkocht kunnen worden? „Achteraf, achteraf...”, herhaalt Van Iperen. Hij ontkent geruchten dat het Venlose bedrijf tien jaar geleden al een partner voor overname zocht. „Daar is nooit over gesproken. We waren er niet klaar voor. Toen deden we alles zelf, zowel ontwikkeling als distributie. Nu zijn we een moderne, open organisatie.”