Muziek zwijgt, vlammen laaien op

Opera Il prigioniero van Luigi Dallapiccola en Hertog Blauwbaards burcht van Béla Bartók, door Residentie Orkest en Nederlands Concertkoor o.l.v. Adam Fischer. Regie: Peter Stein. Gezien: 5/3 Muziektheater, Amsterdam. Info: www.dno.nl. Radio 4: 13/3 19u NPS.****

Vrijheid, verlangen en de dood: dat zijn de thema’s van zowel Il prigioniero (‘de gevangene’, 1950) van Dallapiccola als Hertog Blauwbaards burcht (1918) van Béla Bartók. Door regisseur Peter Stein worden deze opera’s nu – naar verluidt op suggestie van Pierre Boulez – aaneengeschakeld tot één opera-avond.

Het blijkt een meesterlijke zet, niet alleen vanwege de thematische verwantschap, maar vooral ook vanwege de overkoepelende beweging naar abstractie, die Stein ook in zijn regie accentueert.

Il prigioniero gaat over een een naamloze gevangene die als ultieme marteling door zijn bewaker valse hoop op vrijheid wordt aangepraat. De opera speelt tijdens de inquisitie, en Stein – wars van actualiseren – gebruikt volop historische kostuums. Ook anderszins laat hij niets aan de verbeelding over. Een visioen over koning Filips II wordt wel érg letterlijk uitgebeeld. Grote indruk maakt de slotscène, waar de muziek zwijgt, maar de brandstapel fel oplaait.

In Blauwbaard trouwt de gelijknamige hertog met de jonge Judith, die wil weten wat er achter de zeven deuren in zijn kasteel zit. Ze vindt onder meer een bloeddoordrenkte bloementuin en verdwijnt voorgoed met Blauwbaards vorige vrouwen achter deur zeven – een moment dat bij Stein beeldschoon en hartverscheurend is.

In Blauwbaard werkt hij, conform de wens van Bartók en diens librettist Balázs, slechts met gekleurd licht en een enkel rekwisiet. Het maakt de suggestie van de burcht als metafoor voor de van geheimen aan elkaar hangende ziel des te dwingender. Bovendien valt hierdoor meer nadruk op de autonome kracht van Bartóks muziek die – niets ten nadele van Dallapiccola – toch onovertroffen is.

Het Residentie Orkest speelt uitstekend onder Adam Fischer, maar echt indruk maken de zangers, voorop Lauri Vasar als gevangene en mezzosopraan Elena Zhidkova, die ondanks haar frêle gestalte met kracht een beklemmende Judith neerzet.