'Ik word een beter mens door te acteren'

Vanavond begint de tv-serie De Troon met Marcel Musters als koning Willem III. Een gesprek over het 25-jarig jubileum van zijn theatergroep de Mug, tante Tiny en onbeperkt frites eten in Tilburg. ‘Het leven kan koud op je dak vallen.’

Er zijn Marcel Musters (50 jaar) tijdens de familievoorstelling Snorro slechts enkele, korte momenten gegund om op adem te komen. Dan zit hij, de krulsnor achteloos bungelend aan het linkeroor, op een kist in de coulissen uit te puffen. Maar de meeste tijd sjokt de acteur heen en weer. Zodra hij van het podium afkomt, verwisselen drie assistenten – bijgelicht door zaklampen op het voorhoofd – razendsnel zijn kleren en pruik. Musters verandert van de onnozele Mexicaanse sergeant Manuel in de geldgeile, Brabants pratende tante Esmeralda. Een keer of acht per voorstelling geschiedt die transformatie, want hij speelt in het vrolijke stuk over de gemaskerde held twee hoofdrollen.

Musters is op dit moment een van de meest gevraagde acteurs van Nederland: op tv, in de film en op het toneel. Voor het eerst in 25 jaar speelt hij met Snorro onafgebroken ook in grote schouwburgzalen. Zelfs in de pauze heeft Musters het druk. Met collega’s signeert hij in de foyer Snorroprullaria: tekstboeken, maskers of entreebewijzen. „Dit werk is slavenhandel”, zucht Musters als hij zich op de laatste speeldag, zondag 7 februari, in zijn blauwe soldatenuniform zwetend door de gangen van de Haagse Koninklijke Schouwburg perst.

Gemengde gevoelens heeft Musters na het einde van een tien weken lange reeks Snorroshows die 34.000 toeschouwers trok. „We zaten vannacht in de bus terug naar Amsterdam allemaal quasi te snikken dat dit toneelstuk erop zit. Maar fysiek was het erg zwaar. De trein denderde maar door. Het cliché van de popartiest ging gelden: ‘in welke stad staan we nu te spelen?’”

De ochtend na de laatste Snorro vliegt Musters naar zijn favoriete hersteloord: New York City. Twee weken om bij te komen. „Dat is hoognodig want ik ben bekaf.”

Het was het jaar dat in Woensdrecht 48 kruisraketten werden geïnstalleerd, kraker Hans Kok onder verdachte omstandigheden overleed in een Amsterdamse politiecel en minister Neelie Smit-Kroes in een benzinestation in Geldrop de eerste pinbetaling verrichtte. De gebeurtenissen staan in de met goud geïllustreerde jubileumkaart waarin theatergroep Mugmetdegoudentand, kortweg de Mug, het oprichtingsjaar 1985 beschrijft. Precies 25 jaar geleden besloot regisseur Jan Ritsema om „met twaalf jonge, gedreven, maar nog ongevormde acteurs op een onconventionele manier op zoek te gaan naar betekenisvol theater”.

Marcel Musters is een van de oprichters van de Mug. Samen met medeoprichter Joan Nederlof en Lineke Rijxman vormt hij nu de artistieke leiding van de groep. De in Tilburg geboren Musters is tevens de bedenker van de naam van het gezelschap. Met dank aan een van de vele raadseltjes die moeder Thea Musters-Van de Wiel haar vier jonge zonen voor het slapengaan vertelde. Het blinkt en het vliegt in de lucht, rara wat is dat?

De voormalige leerlingen van de Amsterdamse toneelschool maken postmoderne zedenschetsen over onderwerpen die de acteurs persoonlijk raken. Het is Nu, is hun motto. De toneelgroep wil zich afzetten tegen het zware intellectuele toneel, zei Musters eerder. Het gaat er om bruisend theater te maken.

In het begin schijnt u nogal moeite te hebben gehad met acteren. U zat in een stoel naast het podium vooral te kijken naar de collega’s.

„Oh god ja, dat is waar ook. Dat gebeurde en die situatie duurde wel vijf jaar. Ik heb op school wel eens een heel project langs de kant gezeten omdat ik in verwarring was. Ik kan niks, ik kan niks, dacht ik in die tijd vaak. Sommige acteurs wisten al lang wat ze wilden maar dat had ik helemaal niet. Ik had die school heel erg nodig. In die tijd was het op de toneelschool een vrij grote puinhoop zodat ik gedwongen werd zelf na te denken en te beslissen. Pas aan het eind van de opleiding kreeg ik een beetje door wat acteren is. Maar ook na het oprichten van de Mug wist ik eigenlijk nog steeds niet of ik wel iets kon. Daarom was het fijn dat ik met de Mug mee mocht doen, kon ik veilig bij een groep horen.”

Het zijn twee vrouwen geweest die Musters het eerste zetje richting het toneel gaven: tante Tiny, de zus van zijn in 2002 overleden moeder, en zangeres Conny Vink. Tiny was baliemedewerker van de schouwburg in Tilburg en nam haar neefje Marcel wel eens mee naar een voorstelling. Een van de eerste dingen die hij zag als ventje van tien was een optreden van Conny Vink. „Ik werd door haar op het podium gevraagd en zong mee met het liedje De Toeteraar. Dat maakte grote indruk. En later mocht ik achter de schermen kijken. Ik herinner me nog dat ik niet snapte dat het in een gebouw met zo’n mooie zaal, achter het podium zo’n zootje was. Het waren bijzondere belevenissen. Ik begrijp dan ook niets van mensen die me kritisch aanspreken omdat ik in een familievoorstelling als Snorro speel. Het is heel belangrijk dat het RO Theater dit stuk bracht. Zo krijg je nieuw toneelpubliek. Ik weet zeker dat er elke voorstelling wel honderd kinderen voor het eerst in het theater zaten voor wie Snorro een betoverende ervaring was.”

Bij Musters verdwijnt de betovering als hij als 17-jarige na de havo toelatingsbijeenkomsten bezoekt op de Academie voor expressie door woord en gebaar in Utrecht. „Ik kwam terecht in een veel te artistiekerig milieu. Ik raakte geïntimideerd door die jongeren van montessorischolen die deden alsof ze al heel wat waren. Ik had een minderwaardigheidscomplex door mijn Brabantse afkomst. Ik dacht dat ze die zachte g vast heel stom zouden vinden. Ik zat mezelf heel erg in de weg.”

Dan word ik maar verpleger, dacht u?

„Ik vond het interessant om de opleiding voor psychiatrisch verpleegkundige in een inrichting in Vught te volgen. Ik ben erg geïnteresseerd in de psyche van een mens. Wil weten hoe mensen functioneren en hoe ik zelf in elkaar zit, want je spiegelt jezelf aan andere mensen. Het was wel heel heftig voor een jong volwassene. Je ziet veel leed. Veel van die opgenomen mensen moeten gewoon op hun gemak een tijdje gek kunnen zijn waardoor ze er daarna weer tegenaan kunnen. Geen mens is tikloos en ik kon me altijd heel goed met de patiënten identificeren, zonder aan hun kant te raken.”

U begrijpt psychiatrisch patiënten goed omdat u zelf het leven ook gekmakend vindt?

„Ja, je moet als mens zo veel incasseren en er komen voortdurend zo veel dingen op je pad, dat is eigenlijk niet te doen. Het is logisch dat we allemaal beschadigd raken. Ik kan vreselijk opzien tegen hele eenvoudige dingen als telefoneren of rekeningen betalen. En als je dat dan kunt, ben je nog nergens. Dan ben je alleen nog maar aan het leven.”

Na vijf jaar als verpleger te hebben gewerkt, doet Musters op advies van een vriendin een laatste poging alsnog acteur te worden. Tot zijn niet geringe verbazing wordt hij toegelaten tot de toneelschool in Amsterdam. „Ik denk dat ik juist werd aangenomen omdat ik als een van de weinigen uit Brabant kwam. En omdat mijn vader net was overleden, was ik heel emotioneel en in de war. Ik heb waarschijnlijk een gevoeligheid getoond die ik anders nooit zou hebben durven uiten.

„Ik moest auditie doen met een klassieke monoloog, maar wist niet eens wat dat was. Ik had wel eens van Shakespeare gehoord maar wist niet dat het zo’n belangrijke schrijver was. Toen heb ik gewoon iets van Shakespeare genomen, het stuk De Storm. Ik begreep er helemaal niets van maar ik vond het wel intrigerend. Ik heb het uit mijn hoofd geleerd en in een hemdje voorgedragen. Ik denk dat ik daar iets heb laten zien dat ontroerde, waarschijnlijk omdat ik niet snapte wat ik zei maar me er wel waarachtig op stortte. Dat kan aandoenlijk zijn.”

En nu is provinciaal Musters de knuffel-Brabander geworden van de Randstedelijke intellectuele goegemeente.

„Nee, dat is Marc-Marie Huijbregts al. Ik weet niet precies hoe men mij ziet. Ik heb ondertussen naast de Mug ook zo veel televisie en films gedaan dat er een wisselend beeld van mij bestaat. Er zijn mensen die me alleen kennen omdat ze me in series als Gooische Vrouwen of Hertenkamp hebben gezien of juist omdat ze stukken van de Mug hebben bezocht.

En dan zijn er nog, zo merkt Musters als hij op straat loopt, de huisvrouwen die hem aanspreken omdat ze hem herkennen als acteur uit Smoeder. Vooral in zijn geboortestreek kan hij niet meer stuk sinds hij een paar jaar geleden samen met collega Maria Goos (Breda, 1956) van de vertelvoorstelling Smoeder een ontroerend monument maakte voor de Brabantse moeders. De televisiefilm ervan is op 10 mei, een dag na moederdag, op tv te zien. „In Tilburg ben ik door Smoeder een held geworden. Daar vinden ze me nu sowieso leuk. In de snackbar in de Heuvelstraat waar ik als hangjongere vroeger veel kwam, mag ik van de eigenaar zelfs onbeperkt gratis frites eten.’’

Lange, smalle trappen voeren naar zijn op de derde etage gelegen appartement in het centrum van Amsterdam. Marcel Musters is blij met de dagelijkse onvermijdelijke klimpartijen. Ze helpen hem fit te blijven. Niet onbelangrijk voor de acteur die, sinds hij een jaar of vijftien geleden stopte met roken, nogal worstelt met zijn lichaamsomvang. De man die in het begin van zijn loopbaan oogde als Sean Penn is veranderd in Gérard Depardieu. Zijn huidige gewicht bedraagt 123 kilo, een record.

De Dikke Deur, noemde Joan Nederlof hem twee jaar geleden in deze krant. In een speciaal Mug Magazine – dat bij het 25-jarig bestaan in mei verschijnt – zegt de vaste fotografe van de Mug, Inez van Lamsweerde, over de zwaarlijvigheid van Musters. „Iedere keer als ik Marcel zie, vind ik hem wéér mooier. Dat vindt hij zelf geloof ik niet.”

Dat laatste klopt. „Ik kan bijna niet geloven dat Inez dat echt vindt want zij heeft als fotografe de hele dag met schoonheid te maken. Maar ik denk toch dat ze het meent. Hoewel het moeilijk is aan te nemen. Ach, ik heb al zo veel geprobeerd te doen tegen het dik worden, maar het helpt allemaal niets. Het is heel makkelijk om in dit vak te zwaar te worden. Na een voorstelling zijn er altijd hapjes, wijnen en chips. Dat is rampzalig. Ik neem me voor het niet te eten, omdat het na zo’n voorstelling het slechtste moment is om te doen, maar het lukt me nu niet. Ik neig ertoe me erbij neer te leggen. Dan ben ik maar een dikke vijftiger. Als ik maar gezond blijf en gelukkig voel ik me best goed omdat ik veel beweeg.”

Heeft het voordelen een dikke acteur te zijn?

„Als acteur heb ik er zeker geen last van. In het normale leven probeer ik mijn omvang te verdoezelen maar in mijn werk kan ik mijn lichaam vaak goed uitbuiten. Als koning Willem III ga ik lekker te keer met mijn pens: nog meer uitzakken, op de buik trommelen en lekker moeilijk zitten bijvoorbeeld. Die ongegeneerdheid is goed gelukt volgens mij.”

Was het leuk een rare koning te spelen?

„Ik kon fijn alle kanten op. Willem III was vrij extreem, soms alleraardigst en dan weer woedend. Het was een vrij onsympathieke man die geen koning wilde worden. We hebben een scène gedraaid waarbij de koning met zijn maîtresse op het balkon staat in Zwitserland. Als het volk naar hem wijst, doet hij zijn kamerjas open en roept: ‘kijk maar’. Ik zag nu tot mijn schrik bij de montage dat ik helemaal naakt ben, terwijl ik bij de opname mijn onderbroek aan had. Regisseur Erik de Bruyn blijkt me met de computer een piemeltje te hebben gegeven. Dat kan allemaal tegenwoordig.”

Musters vertelt het thuis aan de keukentafel, twee dagen na zijn terugkomst uit New York. Hij heeft er al weer een dag repetities op zitten voor de Mug-voorstelling Verlichtinglight die volgende maand in première gaat. De vakantie is hem goed bevallen. „Ik voel me nu weer veel beter. Zit vol energie om er opnieuw tegenaan te gaan”, zegt hij.

Is het niet erg moeilijk om uit te rusten in een metropool als New York?

„Ach er zijn daar ook genoeg rustige plekken. Ik doe al 25 jaar aan huizenruil en zit vaak op de meest waanzinnige plekken. Nu zat ik in een prachtige loft in Hudson Street. Het doel is innerlijke rust en die krijg ik daar heel erg. De hectiek in die stad maakt mij niet nerveus. Ik kan er uren op een bankje zitten en denken: nou, doen jullie het maar. Ik heb er een fiets en ik zwem elke ochtend. Voor rust hoef ik niet diep de natuur in.”

U schijnt, gewapend met een blauwe tas met broodtrommeltje en notitieblokje, New Yorkers ook te volgen?

„Als ik uit het zwembad kom en ik weet niet wat ik moet gaan doen, volg ik soms iemand die ik interessant vind omdat die opvallend lelijk of knap of dik is. Als zo iemand in de bus stapt, doe ik dat ook en reis zo lang mogelijk mee. Het is een hele fijne manier om mijn dag door te brengen en het brengt je naar plekken waar je anders nooit zou komen. Ik heb ook wel eens doelbewust een tijd dikke mensen gevolgd om die kennis te gebruiken voor de voorstelling Zwaargewicht.”

De verlegen acteur van weleer is volgens uw collega’s nu iemand met een enorm speeltalent. Musters durft alles op het toneel.

„Ja, dat is ook zo. Ik ben het vak gaan snappen. Ik durf heel veel van mezelf te laten zien, weliswaar in het personage van een ander maar je moet toch je eigen laatjes opentrekken. In mijn gewone leven hou ik bijvoorbeeld niet van schreeuwen maar op het toneel kan ik hup mijn bek openzetten en heerlijk schelden, lachen en huilen.”

U hebt een kunstzinnige en een volkse kant.

„Ik ben in beide werelden geïnteresseerd. Maar afzonderlijk zijn ze niet voldoende. Het is de combinatie van die twee kanten die ik prettig vind.”

De site imdb.com, de internet movie database, vermeldt bij uw naam 47 films en tv-series. Met de Mug maakte u tientallen toneelstukken. Waarom werkt u zo veel?

„Omdat ik voor veel leuke dingen word gevraagd. Als je eens wist hoeveel ik afzeg. Ik kan van het filmen leven maar dat wil ik niet, want de Mug is me veel waard. En er komt altijd nog wel iets extra’s bij zoals dat ik nu van de zomer meedoe aan de verfilming van Snorro. Internationale films trekken me helemaal niet. Nederland is de juiste maat voor mij. Ik hoef niet per se groter. De Mug wil ook bewust niet groeien. We willen zelf de touwtjes in handen hebben dus geen tableau de la troupe van twintig acteurs. Juist door te spelen in kleine zalen en dankzij het contact met het publiek, zijn we de enige toneelgroep in Nederland die na 25 jaar, met dezelfde artistieke leiding, nog alive and kicking is.”

U hoeft geen Oscar te winnen?

„Nee helemaal niet. Een Gouden Kalf wel, maar meer voor de lol. Omdat ik al zo lang meedoe en alle collega’s hem ook al hebben. Maar ik heb zo veel voldoening van mijn werk dat het me eigenlijk niet veel kan schelen wat jury’s van me vinden.”

Musters werkt zo hard omdat hij zo zijn sombere kanten moet bezweren, hoorde ik.

„Dat is ook wel zo. Ik heb een zware kant. Ik vind het leven ook heel erg ingewikkeld en onrechtvaardig. Het leven kan koud op je dak vallen. Vrienden worden ziek en sterven. Het werk maakt mijn leven lichter omdat het me veel plezier geeft.

„Mijn werk gaat over het leven. Zelfs in zo’n Willem III, die nogal ingewikkeld in elkaar zat, kan ik veel kwijt. Hij was heel wispelturig, erg op zichzelf gericht. Door die rol te spelen, zie je beter hoe zo’n mechanisme werkt. Dat gebeurt bij stukken van de Mug voortdurend. Ik word een beter mens door te acteren. En de omgang met mijn medespelers maakt me wijzer. Het is een enorme luxe dit te doen en je krijgt er veel voor terug omdat mensen het leuk vinden.”

En recensenten die het niet leuk vinden, krijgen naar verluidt van u de wind van voren.

„Ja soms wel. Recensenten mogen iets kut vinden maar ze hoeven het niet zo naar te verwoorden. Een vriendin van me, Yolanda Entius, schreef onlangs de prachtige roman De Gelukkigen maar ze wordt in een bespreking in De Groene Amsterdammer aangepakt alsof zij een misdadiger is. Dat vind ik zo naargeestig. Dan heb ik de neiging het blad te schrijven om te vragen naar het waarom van die agressie.

„Soms krijg je als acteur lyrische recensies en soms hele slechte. Maar een recensent moet zich realiseren dat we steeds vanuit een en dezelfde kern dingen maken. Dus een beetje meer respect is wel op zijn plaats. Maar ik begrijp dat het niet gebruikelijk is dat ik reageer als een recensent me de grond in wil trappen. Bij de Volkskrant schijnt het een running gag te zijn: ‘kijk maar uit voor Marcel Musters’. Maar waarom zou ik niet mogen reageren?”

U gooit ’s nachts geen stenen door de ruit bij journalisten?

„Neen, helemaal niet, daar heb ik geen behoefte aan. Ik wil het alleen gezegd hebben als ik er anders over denk. En dan ben ik het kwijt.”