'Ik sta voor 100 procent achter mijn besluit'

Zijn besluit om niet aan de viermanswedstrijd mee te doen in Vancouver kwam bobsleeër Edwin van Calker op felle reacties te staan. Maar spijt heeft hij niet.

Een lafaard, een angsthaas, een mietje. Het zijn enkele van de vele kwalificaties die over bobsleeër Edwin van Calker werden geuit nadat hij besloten had zich terug te trekken uit de viermanswedstrijd in Vancouver. Dat de piloot zichzelf niet in staat achtte de snelle afdaling in het olympische ijskanaal te maken, werd aanvankelijk als een teken van zwakte beschouwd – zelfs door mensen met wie hij jarenlang samenwerkte. Maar de laatste dagen lijkt er sprake van een kentering, zegt Van Calker, die ruim voor de slotceremonie in zijn woonplaats Groningen terugkeerde. „Naarmate ik mijn versie van het verhaal vaker vertel, groeit ook het begrip. Was ik eerst een lafaard, nu noemen sommigen mijn besluit moedig.”

Toen hij woensdag met de olympische equipe in de Ridderzaal zat, stak menig sporter hem een hart onder de riem. En ook Erica Terpstra nam het in haar speech nadrukkelijk voor de geplaagde bobsleeër op. „Het spontane applaus dat daarop volgde raakte mij diep”, zegt hij. „Ja, die hele huldiging voelde voor mij als een warme deken. Want ik kan je garanderen dat ik door alle gebeurtenissen in een nachtmerrieachtige situatie was beland.”

In de spaarzame interviews die u na terugkomst gaf, klinkt boosheid en teleurstelling door. Herkent u zich in dat beeld?

„Boos ben ik nooit echt geweest. Wel teleurgesteld. De Spelen zijn niet geworden wat ik ervan verwacht had. Onze veertiende plek in de tweemanswedstrijd was zeker niet goed, maar weinig mannenteams in de geschiedenis van het Nederlandse bobsleeën hebben het beter gedaan. Los van mijn eigen inbreng ben ik ook teleurgesteld over de reacties uit onze directe omgeving. Die waren ongemeen fel.”

Tegenover het ANP nam u het woord ‘strontkar’ in de mond.

„Zo voelde het ook. Het nieuws dat wij ons terugtrokken uit de viermanswedstrijd, werd door NOC*NSF naar buiten gebracht. Daarna volgden allerlei eenzijdige meningen van mensen die dichtbij de sport staan. Mensen die weten hoe gevaarlijk de baan in Vancouver is en hoeveel sporters met hersenschuddingen of ander letsel zijn uitgevallen. Mensen die ook weten welke fantastische prestaties ons team in de aanloop naar de Spelen heeft neergezet. Dat juist díe mensen felle kritiek leverden, heeft mij bevreemd. Het voelde als een dolkstoot in de rug.”

Wat raakte u het meest?

„De reactie van de bobsleebond. Die plaatste een oproep op de website voor mensen die ‘wél een olympisch avontuur aandurven’. Je kan je voorstellen dat dat hard aankomt. Je eigen bond, met wie je jaren goed hebt samengewerkt, zet je op die manier te kijk. De bond schoof het hele gebeuren in onze schoenen. Dat heeft mij – en de andere teamleden – nogal bevreemd.”

In de reacties komt het woord ‘angsthaas’ vaak terug. Het lijkt of angst en topsport niet samengaan.

„Het woord ‘angst’ heb ik zelf nooit in de mond genomen. Ik heb steeds aangegeven dat het om een gebrek aan vertrouwen in de olympische baan ging. Vorig jaar zijn wij op dezelfde baan hard onderuit gegaan. Daardoor zijn mijn teammaten Arnold [van Calker, red] en Arno [Klaassen] in het ziekenhuis beland. Als je dan bij de eerste training in Vancouver crasht, komt dat het zelfvertrouwen niet ten goede. Uiteindelijk ben ik uit die tweemansslee gestapt met een zelfvertrouwen dat aan het nulpunt grensde. Dat is mede de reden geweest het team in bescherming te nemen.”

Neemt niet weg dat de meeste topsporters niet openlijk over hun angsten praten. Doen zij dat wél, dan zijn zij een angsthaas.

„Misschien. Maar ik kan je garanderen dat veel collega’s in Vancouver de baan wantrouwen. Weinigen zijn met een lekker gevoel naar beneden gegaan. Crashen heeft veel invloed op het zelfvertrouwen van de piloot. Er zijn trainingen afgelast vanwege het grote aantal crashes. Dat zegt genoeg.”

Vlak voor de Spelen kwam de Georgische rodelaar Nodar Koemaritasjvili tijdens een training om het leven. In hoeverre woog dat mee bij uw besluit om te stoppen?

„Zijn dood hing als een grauwsluier over de openingsceremonie. Je kunt een uitdagende baan neerleggen als organisatie, maar het kan nooit de bedoeling zijn dat mensen op die manier de baan uit vliegen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik de trainingen van een aantal disciplines volgde op een intern televisiecircuit, toen een van mijn collega’s mij wees op die rodelbaan. Bijna live heb ik gezien hoe hij uit de baan vloog en tegen een paal knalde. In de dagen erna kwam het incident af en toe op mijn netvlies terug, maar ik heb het – zoals een topsporter betaamt – wel een plek kunnen geven. Vergeet niet dat wij gewoon zijn gestart in de tweemanswedstrijd. Dus de dood van die rodelaar speelde geen cruciale rol in mijn latere besluit te stoppen.”

Sponsor Wim Noorman zei dat hij altijd al twijfels had over uw mentale weerbaarheid.

„Ik heb de bond vorig jaar al verzocht om mentale begeleiding in het programma op te nemen. Toen de bond daar niet op inging, heb ik op eigen initiatief enkele gesprekken gevoerd. Het is geen geheim dat veel piloten om psychische redenen zijn afgehaakt. Vooral piloten in de viermansbob hebben het zwaar, omdat zij met grote snelheid en zware vracht de baan afgaan. Iedere fout wordt genadeloos afgestraft. Dan is het soms moeilijk de knop om te draaien. Had een sportpsycholoog de gebeurtenissen in Vancouver kunnen voorkomen? Waren we dan wél met goed gevolg de baan afgegaan? Bewijzen kun je het niet, maar ik sluit het niet uit.”

Want Nederland had geen sportpsycholoog meegenomen naar Vancouver, in tegenstelling tot veel andere landen. Een gemiste kans?

„Ik weet niet waarom sportkoepel NOC*NSF daar niet voor gekozen heeft. Maar het feit er geen mental coach of sportpsycholoog in de equipe zat, toont volgens mij aan dat ze er op dit moment niet voor open staan.”

Afgaande op bondscoach Tom de la Hunty is bobsleeën een macho sport. Hij vond dat u niet moest zeuren, want uw vrouwelijke collega’s toonden ook geen angst.

„De dames hebben het fantastisch gedaan. Zij zijn boven zichzelf uitgestegen met hun achtste plek in de tweemans. De mannen doen daarnaast ook mee in de viermanswedstrijden, een discipline die meer gevaar met zich meebrengt. Daar komt bij dat ons team – met twee kerels van rond de twee meter – over de langste bemanning van het hele veld beschikte. Ga je met zo’n ploeg onderuit, dan kunnen die hoofden en schouders lelijk terechtkomen.”

Past dat machowereldje wel bij u?

„Ik ben niet zo van het machogedrag. Ik vind bobsleeën een uitdagende sport, maar veiligheid is voor mij een groot goed. Overigens zijn niet alle bobsleeërs zo macho als onze bondscoach, die een verleden in het leger heeft. Tom bekijkt bobslee vanuit de oude doos. Hij ziet het als een survivaltocht waarbij mensen kunnen omkomen. In zo’n belevingswereld is wat minder ruimte voor gevoelens.”

De la Hunty vergeleek uw optreden met dat van een soldaat in een oorlogssituatie: ‘Daar blijf je ook niet in de loopgraaf zitten, terwijl anderen zich overhoop laten schieten door de vijand’.

„In alle emoties zeggen mensen soms dingen die niet zo verstandig zijn, inclusief ikzelf. Maar als ik oorlog had willen voeren, was ik wel naar Afghanistan gegaan.”

Uw zorg om de veiligheid van het team keerde zich tegen u. Er werd gefluisterd dat u het argument gebruikte om uzelf vrij te pleiten.

Van Calker reageert voor het eerst emotioneel. „Die jongens hebben mijn gemoedstoestand gezien! Ze wisten dondersgoed wat er kon gebeuren als zij naar beneden gingen met een piloot die zelfvertrouwen ontbeerde. Een dag na de tweemanswedstrijd hebben ze gezegd: ‘Edwin, zoals jij uit je ogen kijkt, is het niet verantwoord om af te dalen’. Als team hebben we uiteindelijk de beslissing genomen om te stoppen.”

In de beeldvorming leek het om een eenmansactie te gaan.

„Ik was degene die aangaf dat het zo niet langer kon, maar zij steunden mijn keuze. Omdat ze snapten dat het gevaarlijk kon worden als het vertrouwen zoek was. Hoe moeilijk ook voor hen.”

Van Calker staat „voor honderd procent” achter zijn beslissing, die hij „de moeilijkste uit mijn sportieve leven” noemt. Wel geeft hij toe dat hij de psychische gevolgen van zijn eerste crash in Vancouver, een jaar voor de Spelen, heeft onderschat. „Onbewust neem je zo’n ervaring toch mee”, beseft hij nu. „Ik had beter naar die signalen moeten luisteren.”

Na zijn terugkomst in Nederland heeft hij de gesprekken met zijn psycholoog hervat. Het voelt „bijzonder goed” de gebeurtenissen met een onafhankelijk persoon op een rij te zetten. Op de vraag of hij doorgaat als bobsleeër moet hij het antwoord voorlopig schuldig blijven. „Laat eerst het stof maar eens neer dwarrelen.”