Ho! Stop! Bijenalarm!

ILLUSTRATIE IRENE GOEDE NRC / De Kleine Wetenschap Irene Goede

Als honingbijen een fijne plek met voedsel gevonden hebben, maken ze thuis een dansje. Ze beelden daarmee in een codetaal uit waar die plek is. Welke kant op, hoever weg. En ook hoe enthousiast ze zijn over hun vondst. Zo maken ze in de korf reclame voor hun plek. Een reclamemaakster met het beste aanbod krijgt volgelingen. Erop uit!

Het is een mooi systeem: iedere bij blij. Maar er kan natuurlijk een roofdier opduiken bij de bloemen vol eersteklas nectar. Een vogel die van bijen houdt bijvoorbeeld, en die alleen maar zijn snavel hoeft open te doen. Want iedereen komt netjes aanvliegen. Hapklaar. Dan is het voor de bijen beter om daar niet meer naar toe te gaan.

Alleen: ondertussen staan de vorige bezoeksters nog steeds te adverteren in de korf. Dansend laat ze onschuldige bijenzielen de dood tegemoet vliegen – het is wat.

Gelukkig gaan niet alle bijen eraan, sommige ontsnappen. En kijk: een werkster die van de nu gevaarlijke plek terugkeert, grijpt in. Ze klampt de danser aan – door er zich tegen aan te duwen – en ze begint met een bepaalde snelheid kort te beven. Dat is een ingelast trilalarm: ho, stop. De danser valt dan direct stil.

Amerikaanse biologen ontdekten het. Zelf speelden die Amerikanen natuurlijk ook voor aanvallende monsters. En het klopte. Hoe sterker een bij in gevaar was geweest, des te harder deed ze haar best foute adverteerders in het nest het zwijgen op te leggen.

De honingbij heeft dus een stopteken om te voorkomen dat anderen hun ongeluk tegemoet worden gestuurd. Knap van de honingbij en mooi voor ons. Zo kunnen ze ijverig nectar blijven verzamelen, die wij dan weer afpakken.