Flora's mallewagen met Justitie

Wie deze week van tulpenbollen wilde genieten, kon terecht in de rechtbank van Den Haag. Daar speelde in aanwezigheid van tientallen advocaten en nog veel meer gedaagde tulpenkwekers de zoveelste aflevering in de afwikkeling van de tulpenfraude die zich in 2003 voltrok.

Het betreft de grootste zaak van beleggingsfraude die zich ooit in Nederland heeft voorgedaan. Beleggers, de meesten via termijnfonds Novacap, staken een slordige 120 miljoen euro in de termijnhandel in tulpenbollen. Er ontstond een piramide van prijsopdrijving en nadat de boel in oktober 2003 geklapt was, bleek er 80 miljoen euro zoek.

Novacap spande zaken aan tegen tulpenkwekers die men ervan verdacht het geld van de beleggers te hebben weggesluisd. Tulpenkwekers gingen over tot de tegenaanval en beschuldigden Novacapbestuurders van fraude.

Novacap en SBC, een commissionairshuis in Lisse dat de aan- en verkoop van de tulpenbollen deed, gingen failliet. Vorderingen over en weer van curatoren en tulpenkwekers vlogen over tafel. Uiteindelijk oordeelden rechters dat de curator van Novacap het piramidespel niet kon bewijzen en dat voor strafrechtelijke vervolging geen grond bestond. Bestuurders, tulpenkwekers en commissionairs gingen vrijuit.

Deze week diende een claim van de curator van SBC tegen 114 tulpenkwekers. Namens 180 crediteuren van het failliete commissionairshuis presenteerde de curator een vordering van in totaal 96 miljoen euro. Voornaamste schuldeisers: de toenmalige deelnemers in Novacap.

De tulpenkwekers hadden volgens de curator via SBC ten onrechte betalingen ontvangen voor verkopen, terwijl ze hun gelijktijdig afgesloten aankopen van bollen niet hadden betaald.

Maar hoe bewijs je dat, als er sprake is van 44.000 transacties, de administratie van SBC niet deugde en betalingen naar belastingparadijzen vloeiden. In de rechtzaal was sprake van spookbriefjes voor gefingeerde koopovereenkomsten en betalingen aan kwekers voor orders die kopers niet hadden afgerekend.

„Hoe gaat u al deze vorderingen per gedaagde inbrengen?”, vroeg rechter De Heij aan de gekwelde advocaten van de curator.

Dat is het probleem.

De tulpengekte van 1637, toen de prijzen van tulpenbollen kortstondig tot krankzinnige hoogtes stegen, leverde een spotprent op van Flora’s mallewagen met speculanten als zotten. De tulpenfraude van 2003 bevat een andere moraal. Maak zo’n chaos van de administratie dat niets te reconstrueren, laat staan juridisch te bewijzen valt. Dan rijdt Vrouwe Justitie op de mallewagen en hebben fraudeplegers vrij spel.

De verdampte 80 miljoen van de beleggers zijn nog altijd zoek.

Roel Janssen