Expertdiscussie

De plicht van loyale ambtenaren

Nu het waarschijnlijk is dat de PVV in Almere óf in Den Haag in het college zal komen - en een enquête van Binnenlands Bestuur eerder uitwees dat een derde van het ambtenarenapparaat zijn biezen pakt als Wilders aan de macht komt - wordt de vraag relevant wat van een ambtenaar verwacht mag worden bij een dergelijke politieke koerswijziging.

Vanuit beroepsethisch perspectief zijn in dit verband drie zaken van belang. Ten eerste: de idee van een rechtstaat brengt met zich mee dat een ambtenaar niet altijd loyaal dient te zijn. Als een minister of wethouder de eisen van de rechtstaat aan de laars lapt, of immoreel handelt, dan heeft de ambtenaar de politieke plicht ongehoorzaam te zijn, of op te stappen. Een ambtenaar is niet zonder meer gebonden aan een politieke koers.

Hiervoor is een tweede punt van belang, namelijk een betekenis van ‘politiek’ die anders is dan partijpolitiek. Deze betekenis refereert aan een politieke gemeenschap, veelal omschreven als het ideaal van de liberale rechtstaat. Wanneer men dit ideaal serieus neemt, is de ambtenaar geen willoos werktuig in handen van de minister of wethouder. Een hoofddoekjesverbod is bijvoorbeeld een aanleiding voor ambtelijke ongehoorzaamheid omdat dit verbod kan indruisen tegen de fundamentele vrijheden van burgers waaronder de vrijheid van godsdienst. De politieke plicht van de ambtenaar tot gehoorzaamheid is een afgeleide van de plicht tot gehoorzaamheid aan de rechtsstaat.

Hier rijst het derde punt: het ideaal van de liberale rechtsstaat brengt tevens mee dat persoonlijke (partij)politieke voorkeuren niet doorslaggevend mogen zijn voor de taakopvatting van de ambtenaar.

Kortom: ambtenaren mogen zich niet zonder meer beroepen op hun dienende rol, noch op hun persoonlijke politieke voorkeuren. Daadwerkelijk opstappen, of verzet plegen is echter moeilijk. De meeste ambtenaren zullen daarom waarschijnlijk ‘loyaal’ zijn aan hun minister of bestuurder ongeacht de (politieke) koers die wordt gevolgd.

Iris van Domselaar

Docent/onderzoeker rechtsfilosofie en beroepsethiek, Universiteit van Amsterdam.

IJsland mag geen EU-lid worden

De Europese Commissie heeft IJsland deze week voorgedragen voor een snel toelatingsproces. Omdat het al lid is van de Europese Economische Ruimte (EER) kan het EU-lidmaatschap al in 2013 een feit zijn.

IJsland heeft tot nu toe echter niet uitgeblonken als betrouwbare lidstaat van die EER. In het dossier Icesave zondigt het land tegen Europese afspraken. Zo werd in Nederland bijna 2 miljard euro spaargeld opgehaald. Voorwaarde daartoe was wel dat IJsland moest zorgdragen voor goed financieel toezicht. Maar aan de onderzoekscommissie naar de kredietcrisis is gemeld dat IJsland de Nederlandse autoriteiten hebben voorgelogen en dat hun toezicht heeft gefaald.

IJsland committeerde zich verder aan het Europese depositogarantiestelsel. Omdat IJsland echter toen Landsbanki failliet ging, de garantielasten niet kon dragen, heeft het met Nederland afgesproken dat Nederland IJsland’s schuld zou overnemen ten bedrage van ruim 1,3 miljard euro. Maar we worden inmiddels al anderhalf jaar aan het lijntje en IJsland geeft niet thuis.

In de derde plaats heeft IJsland gezondigd tegen het gelijkheidsbeginsel. Toen Landsbanki omviel, werden de IJslandse deposito’s veiliggesteld in een nieuwe Landesbanki, terwijl de niet-IJslandse deposito’s in de failliete boedel achterbleven. De IJslanders werden zo bevoordeeld. Een land dat wel de lusten wil van de Europese markt, maar niet de lasten, verdient de toelating niet.

Frans Weekers, Han ten Broeke en Hans van Baalen

Respectievelijk woordvoerder Financiën en Europese Zaken van de Tweede-Kamerfractie van de VVD. Hans van Baalen is delegatieleider van de VVD in het Europees Parlement.

Dit zijn delen uit langere expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/opinieblog.