Eerlijk zullen we alles delen, ook leed

Arnon Grunberg keert vanuit Istanbul per auto terug naar Bagdad en doet verslag van zijn belevenissen. Tweede aflevering van een serie.

Ramazan Öztürk is een Turkse oorlogsfotograaf en documentairemaker van Koerdische afkomst. Beroemd werd hij met een foto van twee lijken, een moeder en haar kind, die gedood waren tijdens de Iraakse gifgasaanval op de stad Halabja in het voorjaar van 1988.

Öztürks kantoor is gevestigd in een buitenwijk van Istanboel in een woonflat, niet ver van een gebouw waarop met grote letters staat Yoga Academy.

Özturk is eind veertig, hij heeft een zwart petje op zijn hoofd en hij draagt een grijs colbertje met daaronder een wit overhemd. Hij wekt eerder de indruk in de mode te werken dan oorlogsfotograaf te zijn.

Zijn kantoor hangt vol met zijn eigen oorlogsfoto’s. Boven de open haard hangt de foto van moeder en kind die omgekomen zijn tijdens Saddams gifgasaanval.

Ik ben naar Özturk gegaan omdat hij goede contacten heeft in het Koerdische gedeelte van Irak, bovendien zou hij interessante dingen te vertellen hebben over oorlogsfotografie.

Aan een keurig opgeruimd bureau achter een laptop zitten Öztürk en zijn assistente, een vrouw van zijn leeftijd die iets minder modieus gekleed is dan hij.

Öztürk wil geen Engels spreken. Het gesprek verloopt via Gül, mijn vertaalster.

„Een foto kan iets wat het woord en film niet kunnen”, zegt Öztürk.

„In een blik kun je je bewust worden van de slechtheid van de dingen die mensen doen.”

Mijn vertaalster zucht.

„Dit is ongelooflijk wat hij zegt,” fluistert ze. „Dit is zo diep.”

Ik krijg het vermoeden dat mijn vertaalster verliefd is op Öztürk.

„Uw foto’s maken een bijzonder esthetische indruk”, zeg ik. „Welke rol speelt esthetiek in uw werk? Gaat het bij oorlogsfotografie niet in de eerste plaats om schoonheid?”

Öztürk begint nu ook te zuchten.

„Als je tussen de lijken staat, denk je niet aan esthetiek. Maar tegelijkertijd is het esthetische een intuïtie die je nooit kwijtraakt. Mijn foto’s zijn het meest esthetisch omdat ze het meest natuurlijk zijn. Ik doe niets gekunsteld.”

Ook het realisme moet van tijd tot tijd worden verdedigd.

Öztürk staat op, wijst op een foto van drie huilende Servische soldaten. „De persoonlijkheid van de oorlogsfotograaf wordt uitgedrukt in zijn foto’s. Het leed zit aan beide kanten.”

Eerlijk zullen we alles delen, ook het leed.

En de ijdelheid van de boodschapper zal zijn boodschap overleven. Het is maar de vraag of ik aan dit adagium ontkom.

(wordt vervolgd)