Eerlijk volk, autodealers

Joris Luyendijk doet aan nieuwe journalistiek en scheurt met een Lotus naar een oplaadpunt.

‘Ik zit in een jongensdroom, zo simpel is het.” Aan het woord en stuur is Hans Erdmann, een opgeruimde en gedreven man van begin vijftig die veel praat en goed luistert. Een paar jaar terug verkocht hij aandelen van zijn bureau Claessens-Erdmann, en toen zijn vrouw vroeg wat hij ging kopen, wist hij: een zwarte elektrische Lotus Elise sportwagen. Kijk hem scheuren door de Amsterdamse binnenstad, met naast hem uw correspondent. Ze zijn op weg naar een oplaadpunt.

Vaste lezers hebben opgemerkt dat het hier nog weinig over elektrische auto’s gaat. Touché! Dus dacht uw correspondent: laat ik kijken hoe het elektrische pioniers bevalt. Volgende week de elektrische kiepauto van de plantsoenendienst van het Overijsselse Dalfsen, nu het super-de-luxe andere uiterste.

Voor Erdmann is zijn Lotus precies wat duurzaamheid moet worden: fun. „Duurzaamheid moet iets toevoegen aan je leven, niet iets wegnemen. Denk aan die vieze oldtimers. Je kunt zeggen: die vervuilen zo erg, die moeten van de weg. Je kunt ook zeggen: we zetten er een elektrische motor in.”

Maar vinden die oldtimers dat niet suf? Misschien, maar wie weet wat er gebeurt als die oldtimers het verschil proeven tussen een benzine- en een elektromotor. Voor mij als tweedehands Toyotarijder is een auto een middel om mijn lichaam op een andere plek te krijgen, meer niet. Maar zo’n elektrische sportwagen... Een autodealer vertelde ooit: „Een Porsche of Lotus is ideaal om domme vrouwen mee op te pikken. Een slimme vrouw denkt echter, bah, die heeft zeker iets te compenseren. Totdat ze hoort dat jouw sportauto elektrisch is. Dan ziet ze opeens een rijke vent in een gave auto die ook nog oog heeft voor het milieu en dus zorgzaam is. Kat. In. Het. Bakkie.

Eerlijk volk, autodealers. Terug naar Erdmann’s sportauto. Wat een kick. Erdmann trekt meestal in zijn twee op want in zijn één heeft hij gewoon te veel vermogen ineens. En ook als-ie van 30 naar 60 km per uur gaat, voel je zo’n heerlijke duw terug je stoel in. Exclusieve terzijde voor generatiegenoten: zo voelt Knight Rider Michael zich dus als KIT overgaat op silent mode en turbo boost.

Ook fijn, normaal is scheuren in de binnenstad het toppunt van asociaal: lawaai, benzineverspilling en de lucht vol astma veroorzakende ellende. Nu rij je stil en schoon en verspil je alleen nog elektriciteit, en dan zegt uw correspondent: moet kunnen (mits duurzaam opgewekt).

We reden langs de oplaadpaal aan de Amstel dichtbij de Albert Cuypmarkt, waar zowaar een gemeentewagentje stond te laden. De paal bij de Stopera lieten we net als die bij het Science Park van de Universiteit van Amsterdam schieten, en we zetten koers naar een bakkerij annex koffiehuis aan de Wibautstraat, die sinds kort is uitgerust met twee laadpunten. Bij een beker cappuccino en wat wortelsap een paar kilowattuurtjes gepakt en toen naar de Westergasfabriek. Erdmanns hield zijn e-laadpasje bij de display van de paal en daar sprong het kastdeurtje open. Het juiste snoer uit de achterbak, inpluggen, en daar konden we op een schermpje in de auto zien dat er werd opgeladen.

Hij heeft mooie verhalen. Over die race op de Duitse Autobahn met een stel Polen. „Ja, dan trek je zo’n elektrische accu heel snel leeg. Dus ik van de snelweg af, zijn we op het fietspad gaan rijden. Twintig per uur, toen deed-ie het weer.” Laatst was Erdmann bijna thuis. „Ik rook de stal.” Agenten hielden hem aan: „U reed te hard.” Dan zegt Erdmann: „Ik reed snel.” Wat dan goed werkt is de achterbak open doen, heeft hij gemerkt. Dan zien die agenten de enorme zwarte accu, en alle snoeren. Dan willen ze weten hoe dat nu werkt, zo’n auto op stroom, en vergeten ze de bekeuring.

Zijn Lotus is ook professioneel nuttig. Belangrijke klanten maken een ritje en dan praat je heel makkelijk. „Die gaan heel snel overstag”, grinnikt de architect die onder meer de Van Nelle-fabriek in Rotterdam een tweede leven gaf. „Ik leer ook van alles over die auto’s door erin te rijden.” Dit hoort uw correspondent vaker: innovatie is een kwart laboratorium, en driekwart Leren door te Doen.

Dan zijn we terug op Erdmann’s kantoor, aan de voormalige VOC scheepswerven achter Artis. Het is een gebouw met aan weerszijde schuin oplopende grasdaken zodat je je half buiten de stad waant. Een paar medewerkers van rond de dertig drinken een vrijdagmiddagbiertje. Erdmann vraagt naar voortgang, plannen, successen. De antwoorden zitten vol grappen, zelfspot en vooral: plaagstootjes. Erdmann incasseert ze glunderend.

Zie ook nrc.nl/weekblad voor de weblog van Joris Luyendijk