Eenvormig

Er zijn nog zekerheden in het leven: Bert van Marwijk heeft voor twee jaar bijgetekend als bondscoach. Toch niet wat je noemt een schreeuwlelijk uit Almere. Niet een schimmel uit een windgat. Elk populisme is deze leider vreemd. Hij zal de aarde niet doen beven met een karatesprong, en ook niet met een vocabulaire waar de honden geen brood van lusten.

Mooie, introverte man die beschaving toevoegt aan wat we zo stilaan het gesticht Nederland mogen noemen.

Niet dat hij staat te pronken met een academisch zelfbeeld. Bert valt het liefst binnen de verbeelding van de armen. Opgetrokken uit hartelijke vezels, uit het stille en naïeve geloof dat hij in het beste land van de wereld leeft, al kan je dat beter niet meer luidop zeggen. Ik zou dolgraag weten op wie hij deze week gestemd heeft. Op Wilders kan het niet zijn, waarschijnlijk iets D66-achtigs.

Rust in de tent: voor een keer is het voetbal de samenleving ver vooruit. Dat kan natuurlijk gauw omslaan, maar we maken het nu toch al een paar jaar mee dat het Nederlands elftal gevrijwaard blijft van rumoer en verderf. De behoefte om je kleren van smart en spijt te scheuren is er even niet meer. Integendeel, Oranje heeft onder Van Marwijk aan respect gewonnen. En aan fatsoen. Niemand van de internationals geeft ons, liefhebbers, nog het gevoel omhelsd te zijn door een leproos. Of door een landloper.

Bert heeft altijd wel geweten dat hij het zou redden met Oranje. Zijn zelfvertrouwen wordt onderschat. Nog steeds wordt hij niet tot het pantheon (Hiddink, Van Gaal, Advocaat, Adriaanse) gerekend. Het stoort hem niet. Zoals het hem niet stoort dat de voetbalwereld er gemakshalve vanuit gaat dat hij de minst betaalde bondscoach van de laatste jaren is. Onderbetaald zelfs. Inschattingsfoutje. Van Marwijk heeft het hoogste salaris aller bondscoaches ooit. Een pak hoger dan dat van Guus Hiddink, Louis van Gaal en Marco van Basten.

Dure jongen, maar je mag het zien.

De verlenging van zijn contract was in een mum van tijd uitonderhandeld. Directeur Henk Kesler heeft zich voor een keer van zijn royale kant laten kennen. Misschien ook omdat hij in Van Marwijk iets van een spiegelbeeld ziet: noeste alledaagsheid. De lichte pijn ook van het onvervuld verlangen door te kunnen stromen tot het hogere van de natie. Tot de club van arrivés. Kesler en Van Marwijk: in taal en verschijning doorsnee Nederlanders gebleven. Geen luxeproleten die staan te rammelen aan de ketenen van een komaf.

Het zou mooi zijn als beide heren straks in Zuid-Afrika eens een grote triomf mogen delen. Dat ze hoogmoedig kunnen volhouden dat er op hun wijze van leven en beleid geen commentaar mogelijk is. Het zou een novum zijn in de historie van het Nederlandse voetbal, sinds 1988. Eindelijk ook nog eens een toernooi zonder gedoe en gedaas. Bestuur, spelers en technische staf in granieten eenvormigheid.

De maatschappelijke relevantie ervan zou mooi meegenomen zijn in dit verbrokkelde en versplinterde land. Een lesje in nederigheid vanuit de Zestien voor de laveloze bende in Den Haag: doe maar! En dan ook nog Johan Cruijff die ongeremd iedereen bejubelt als uit de Sixtijnse kapel geplukte engelen.

Schijn van eenheid in het land.

Te gemoedelijk moet het ook weer niet worden. Soms krijg je de indruk dat de selectie van het Nederlands elftal in de huid van de Wiener Sängerknaben is gekropen. Of in een postzegel. Wat zei Nigel de Jong meteen na zijn loederige tackle in de vriendschappelijke wedstrijd tegen de Verenigde Staten? Hij zei dat het hem in Zuid-Afrika niet zou overkomen. Ook Wesley Sneijder liet al ostentatief weten dat hij bekeerd is tot nederigheid. „Ik ga geen misbaar maken als ik straks op het WK een keer op de bank zit.” Met andere woorden: Sneijder wil niet zo nodig dé leider gaan uithangen, laat staan de heerser.

Oranje als slaapliedje voor kinderen gaat mij ook te ver.

Zonder smeerlapjes word je geen wereldkampioen. Bert van Marwijk weet dat als geen ander. Als voetballer had hij een fluwelen wreef, maar er zat ook gif in. Bert kon uitdelen, zij het gedoseerd. Mij valt het op dat Mark van Bommel nog zelden een gele kaart pakt. Past het in het beschavingsoffensief van de KNVB, of komt het doordat Van Marwijk zijn schoonzoon tot het juiste positiespel dwingt? Ik denk het laatste.

Met een bang hart vraag ik me nu af: wat als Wilders premier wordt? Zit hij dan in Zuid-Afrika op het ereterras? Moeten de spelers in de rij gaan staan om hem een handje te geven? Mag hij, godbetert, ronddolen in de kleedkamer?

Ik hoop maar op een ferme aanval van jicht, in het Catshuis, nog net niet ten dode opgeschreven. Wel gevolgd door een vliegverbod van de dokter.