Een monument voor HeLa

Wie over de onsterfelijke Henrietta Lacks leest, mag nooit meer lacherig doen over ‘Black History Month’.

De school van mijn kinderen is goed in simpele tradities. Iedere Thanksgiving verkleden de jongste klassen zich in papieren zakken als ‘native Americans’ en zingen zij The Eagle Song: een weemoedig lied waarin vrijheid en een kogel zoals gewoonlijk niet ver weg zijn:

Brave and a hunter’s son

the land was his ’til he met a gun

He was free when they let him be.

Dit fijn met uithalen meezingen. Free-hee. Be-hee.

Op Martin Luther King Day zingen de kleinsten het lied Doctor King, eten zij chocolade cupcakes en luisteren ze naar de ‘I have a dream’-toespraak. Altijd begint er een kind over de moord op de dominee, wat niet echt de bedoeling is, maar evenmin te voorkomen. Dus dat wordt dan, terwijl de kleuters het glazuur van hun vingers likken, ook maar even doorgenomen.

Februari is Black History Month. Je moet met je kind een interessante zwarte Amerikaan opzoeken. Daarna een paar regels uit die biografie uit het hoofd leren. Tijdens het Black History Optreden stellen de kinderen zichzelf beurtelings voor als ‘hun’ Afro-Amerikaan. Ruim een derde van de school is zwart en het hakt er altijd flink in om zo’n gemengde klas trots, na alle moeite, te horen vertellen over een reeks vaak vergeten landgenoten. Tegen de tijd dat het We shall overcome wordt ingezet, beginnen veel ouders dan ook te snotteren. (Daarna racen zij nijdig toeterend naar hun werk zonder elkaar voorrang te geven.)

Mijn zoon kreeg eerder attent Jan Ernst Matzeliger toegewezen, de zoon van een Nederlandse ingenieur en een Surinaamse slavin, die in Amerika de eerste machine uitvond om schoenen te maken. Met mijn dochter oefende ik vorige week op Phillis Wheatley, de eerste zwarte dichter die hier, in 1773, in druk verscheen. Voor een zesjarige had mijn dochter nogal wat ellende te verwerken, al draaien we daar onze hand inmiddels niet meer voor om. Phillis Wheatley was op haar achtste in Senegal bij haar ouders weggerukt en als slaaf naar Amerika verscheept. In Boston schreef zij al snel poëzie. Toen haar eigenaar stierf, die zijn bezit tot in Engeland trots had rond getroond, was Phillis Wheatley een vrij mens.

„En toen?”, vraagt mijn dochter al geroutineerd: „Heeft iemand haar doodgeschoten?”

Nee, deze keer niet. Phillis Wheatley moest als meid gaan werken om het hoofd boven water te houden en heeft nooit meer een gedicht kunnen schrijven. Door uitputting stierf ze al op haar eenendertigste.

Amerikanen hebben overigens de neiging, op school, om opmerkelijke feiten fun facts te noemen. Zodat iedereen even oplet. Maar goed.

Vroeger leek ‘Black History Month’ me zo’n Amerikaans geval van gefabriceerde correctheid, en deed ik er lacherig over: iedereen zijn eigen zeepkistje in de geschiedenis. Nu lees ik een duizelingwekkend goed boek over ras, armoede en wetenschap dat in één klap aantoont hoeveel ‘black history’ nog is uit te zoeken. The Immortal Life of Henrietta Lacks van Rebecca Skloot, hier deze maand juichend ontvangen, gaat over het leven en de nalatenschap van een zwarte vrouw die u niets zegt. Maar als u bètawetenschapper bent kent u haar, als HeLa. Zo heten de eerste ‘onsterfelijke’ menselijke cellen die in een laboratorium zijn bewaard. Deze cellen werden, zonder dat zij dat wist, door artsen afgenomen van Henrietta Lacks. Zij overleed niet lang daarna aan kanker. We hebben het over de jaren 50, toen zwarten hun eigen afdelingen in Amerikaanse ziekenhuizen hadden, waar artsen wel vaker ongevraagd met ze experimenteerden.

Skloot vertelt de geschiedenis van Henrietta, haar familie en haar woekerende cellen, die zich al zestig jaar wereldwijd in laboratoria vermenigvuldigen. Er zijn er nu zoveel van, dat ze naar schatting evenveel wegen als honderd Empire State Buildings. De cellen van Henrietta Lacks waren onmisbaar voor de ontwikkeling van het poliovaccin, in baanbrekend onderzoek naar kanker, virussen, genetisch onderzoek en de effecten van de atoombom. Ze waren in de ruimte, hielpen ivf en het klonen vooruit, droegen bij aan geneesmiddelen voor herpes, leukemie, de griep, de ziekte van Parkinson, de lijst is eindeloos. Nog steeds verschijnen maandelijks zo’n driehonderd wetenschappelijke studies over onderzoek op HeLa-cellen.

HeLa werd een wetenschappelijke celebrity. Maar voor Henrietta Lacks interesseerde bijna niemand zich. Haar eigen kinderen hoorden pas twintig jaar na dato van het bestaan van HeLa en van de miljoenenindustrie rond de cellen. Dit pas toen nieuwe wetenschappers hen, opnieuw zonder hun medeweten, wilden gebruiken voor genetisch onderzoek.

Fun fact: De Lacks-familie bleef te arm om zich een ziektekostenverzekering te kunnen veroorloven en toch willen zij geen geld. Wel zouden zij het waarderen als de geleerde onderzoekers „iets doen” ter ere van hun moeder. Geen zeepkistje nu, een standbeeld lijkt me wel het minste.