Een hopeloos verdeeld land

Verzoening is een onbekend woord in Irak. Daarom kunnen de parlementsverkiezingen die morgen worden gehouden tot een verdere desintegratie leiden.

Irak blijft een verdeeld land. Saddam Hussein hield het met grof geweld bijeen, maar sinds de omverwerping van zijn bewind in 2003 zijn de grote breuklijnen voor iedereen zichtbaar.

De shi’itisch-Arabische meerderheid (60 procent) staat tegenover de sunnitisch-Arabische minderheid (20 procent). Koerden (20 procent) staan tegenover Arabieren, sunnitisch én shi’itisch. Fundamentalisten tegenover seculieren. Extremisten tegenover iedereen.

De verdeeldheid spatte bloedig naar buiten tijdens de burgeroorlog na de Amerikaans-Britse invasie. Sunnieten bliezen shi’ieten op, shi’ieten slachtten met elektrische boren en andere handwapens willekeurige sunnieten af. De Koerden zaten verschanst in hun de facto staatje in het noorden en bleven relatief gespaard. Volgens zeer ruwe schattingen kwamen tegen de 100.000 mensen om het leven. Miljoenen Iraakse burgers vluchtten naar het buitenland.

In 2007 kwam de oorlog min of meer ten einde. Het Amerikaanse leger stuurde extra manschappen (the surge) en ging sunnitische rebellen en andere sunnitische stamleden betalen die zich tegen hun vroegere collega’s keerden. De shi’itische doodseskaders onder leiding van de geestelijke Muqtada Sadr voltooiden hun zuivering van het grootste deel van Bagdad van sunnieten en legden de wapens neer. Het geweld verminderde van duizenden doden per maand tot enkele honderden nu.

Maar van verzoening is geen sprake. En er heerst grote bezorgdheid dat de parlementsverkiezingen die morgen plaatshebben tot een verdere desintegratie zullen leiden.

Neem de Amerikaanse brigade-generaal Kevin Mangum, die in Bagdad is gestationeerd. „Zal er sektarische strijd komen na de verkiezingen?” vroeg hij op een bijeenkomst met de pers op 19 februari. „Dat is onze grootste zorg op dit moment.” Iraks onzekere toekomst heet het op 25 februari gepubliceerde rapport van de International Crisis Group, de gezaghebbende, onafhankelijke organisatie die conflicten doorlicht.

Het belangrijkste thema in de campagne was niet de slechte gezondheidszorg, de grote werkloosheid of het tekort aan drinkwater en stroom waarmee de burgers nog steeds te kampen hebben. En ook niet de enorme corruptie of zelfs de veiligheid. Dat zijn onderwerpen waarover sunnieten, shi’ieten, Koerden of welke gemeenschap dan ook geen eigen groepsmening hoeven te hebben.

Het grote thema was de anti-Ba’ath-campagne, na het besluit van de door shi’ieten geleide ‘Commissie voor Gerechtigheid en Toerekenbaarheid’ dat in januari uit de lucht kwam vallen om 500 kandidaten te schrappen wegens banden met Saddam Husseins Ba’athpartij.

De afgelopen dagen is meegedeeld dat de commissie ook bijna 600 leden van politie en leger, onder wie hoge legerofficieren, evenals zo’n duizend provinciale functionarissen wil wegzuiveren.

Het onderwerp Ba’ath zet wél gemeenschappen tegen elkaar op. De Ba’ath, die in 1968 de macht greep, was in principe seculier, niet-sektarisch, maar wordt geassocieerd met de sunnitische gemeenschap, omdat die Saddams regime domineerde. Zo zien de sunnieten de anti-Ba’ath-campagne ook als specifiek tegen hen gericht, al zijn lang niet alle slachtoffers sunnieten. Alleen in shi’itische gebieden werd de campagne ondersteund met leuzen als ‘Een terugkeer naar de Ba’ath is terugkeer naar de massagraven’.

Premier Nouri al-Maliki, een shi’iet – als grootste gemeenschap claimen de shi’ieten de premier – bezwoer dat de ban niet tegen de sunnitische gemeenschap was gericht. „Sommige van die mensen propageerden schaamteloos Ba’ath-ideeën en er is informatie dat sommige zijn betrokken bij acties die de Ba’athpartij dienen”, zei hij. Daarbij doelde hij op de vier rondes van zware aanslagen op ministeries en internationale hotels sinds augustus, die hij aan de Ba’ath heeft toegeschreven. Terroristen zijn voor Maliki ba’athisten.

Die aanslagen zijn heel schadelijk geweest voor het imago van Maliki, die een jaar geleden met zijn Staat van het Recht-beweging de provinciale verkiezingen won door zich te presenteren als sterke man die de orde had hersteld. De Crisis Group noemt de anti-Ba’ath-campagne „een naakt machtsspel” dat „een verontrustend licht heeft geworpen op Maliki, die nog maar een jaar geleden [...] beloofde een brede, niet-sektarische verkiezingsalliantie te smeden”.

Maar in deze verkiezingen hebben niet-sektarische partijen zich juist opgeworpen als gevaarlijke rivalen voor Maliki. Er zijn er twee, de groep van minister van Binnenlandse Zaken Bolani en die van ex-premier Iyad Allawi. Beiden zijn seculiere shi’ieten die zich met sunnitische politici en groepen hebben verbonden.

Het antwoord van Maliki is geweest zich weer sektarischer, shi’itischer op te stellen. Hij lonkt de laatste dagen ook openlijk naar voortzetting van de huidige regeringscoalitie met de fundamentalistische shi’ieten onder Ammar al-Hakim en Muqtada Sadr. Die verloren de provinciale verkiezingen omdat hun bestuur zwak en corrupt was en omdat de sektarische moordenaarsbende van Muqtada Sadr ook onder shi’ieten niet populair was.

Een jaar later lijken de kansen weer te keren, omdat Maliki het sindsdien niet veel beter heeft gedaan en de herinnering aan Sadrs doodseskaders is vervaagd. In plaats daarvan concentreert diens beweging zich weer op het verschaffen van gezondheidszorg, onderwijs en andere diensten aan de armsten, waarmee Sadr ooit naam maakte.

De anti-Ba’ath-campagne is volgens velen het tweede deel van Maliki’s antwoord aan de concurrentie. De partijallianties van Bolani en Allawi zijn immers onevenredig hard getroffen door de uitsluitingen. Het prominentste slachtoffer was de machtige sunnitische politicus Saleh Mutlaq, coalitiepartner van Allawi.

Niemand durft te voorspellen wie als grootste tevoorschijn komt uit de verkiezingen. Volgens zijn eigen onderzoeksbureau wordt dat Maliki’s Staat van het Recht, gevolgd door Allawi’s Iraqiya – die ondanks Mutlaqs uitsluiting veel sunnitische kiezers zal trekken – en de Nationale Iraakse Alliantie van Hakim en Sadr. Anderen bestrijden dat. Het staat vast dat de winnaar andere partijen nodig zal hebben om een kabinet te vormen.

Daar ligt de kans voor de Koerden om in ruil voor hun steun opnieuw hun aanspraak op de oliestad Kirkuk neer te leggen en trouwens voor elke partij om punten te scoren en oude ruzies uit te vechten. In 2005 kostte het vijf maanden voor een coalitie was gevormd. Nu valt deze fragiele periode ook nog eens samen met de terugtrekking van de Amerikaanse gevechtstroepen uit Irak, die volgens plan 1 september moet zijn voltooid. Vandaar de ongerustheid van generaal Mangum over sektarische strijd na de verkiezingen.

Haast stiekem is het geweld alweer toegenomen. Volgens het rapport van de Crisis Group zijn – „grotendeels onzichtbaar voor de internationale media” – tussen 1 januari en 15 februari meer dan honderd mensen vermoord die als plaatselijk politicus, lid van een burgerwacht of politieman een rol speelden in hun gemeenschap. De officiële cijfers melden 352 doden in februari tegen 196 de voorgaande maand. Zolang verzoening uitblijft, liggen de wapens paraat.

Rapport International Crisis Group: via nrc.nl/buitenland

Bekijk de webdocumentaire van Dirk-Jan Visser via nrc.nl/nrcweekblad

Fotoreportage: NRC Weekblad