Dreigende impasse kan ook opfrisser forceren

ill. Ruben L. Oppenheimerill. Ruben L. Oppenheimer

Politici zijn handelsreizigers in goed nieuws. Zij hebben altijd gewonnen. Nieuw voor dit coalitieland is verkiezingen ingaan met een web  aan onderlinge uitsluitingen. Gezien het huidige humeur van de kiezer wordt het mede daardoor na de Kamerverkiezingen van 9 juni moeilijk een meerderheidscoalitie  te smeden. Onbestuurbaarheid dreigt maar hoeft niet.

De Gemeenteraadsverkiezingen zijn met succes gekaapt door Geert Wilders. Beter dan wie voorzag hij dat mikken op maar twee PVV-rijpe gemeentes hem nationale kansen zonder veel risico zou brengen. De tv was blij met één modelgemeente om op in te zoomen: Almere, hoofdstad van Vinexland.

Dankzij de ontploffing van het Balkenende-Bos-kabinet kon Wilders een flink deel van de anti-Binnenhofstem aan zich binden. Bijna de helft van zijn kiezers zijn mensen die anders niet zouden stemmen ‘op dat Haagse zootje’. Ook al zit hij 4148 dagen in de Tweede Kamer, voor mensen die niets meer verwachten van de traditionele politiek is hij een baken.

Die rol zal hij zeker de komende maanden blijven zoeken. Door tijdig de  eis van een hoofddoekverbod te stellen hoeven zijn mensen de handen niet vuil te maken aan compromissen en ander bestuurlijk ongerief. Misschien houdt hij de Almeerse thermiek vast. Maar in  landelijke  gewesten én  linksere steden is minder sympathie te verwachten.

De opgewekte verliezers van woensdag, PvdA en CDA, hebben nog geprofiteerd van de afwezigheid van Wilders in alle gemeenten minus twee. Vooral het CDA, en trouwens ook de nu redelijk stabiele VVD, zijn de meest waarschijnlijke slachtoffers van landelijke PVV-groei. Met ander woorden: de partijen die het in dit land van oudsher voor het zeggen hebben, staat nog een flink tik te wachten.

Volgens de laatste peilingen komen zij in geen enkele plausibele opstelling aan een werkbare meerderheid. Een linkse coalitie met PvdA als grootste haalt volgens de NOS-peiling van woensdag zelfs mét de Christenunie geen meerderheid. CDA en VVD komen mét D66 aan 65 zetels; mét de PVV nog niet aan de vereiste 76 zetels (74). En de meeste zetelrijke opstelling (83) van CDA, PvdA en D66 wordt door de grootste twee uitgesloten.

Het is met die uitsluitingen curieus gesteld. Wouter Bos heeft gezegd dat zijn PvdA niet met de PVV kan regeren. Dat succesvolle Pechtold-punt is snel geloofwaardig te maken voor de recent gerestylde Partij van de Allochtonen. Maar wat als het landsbelang een CDA/PvdA-coalitie vraagt? Kan Bos dan weer geloofwaardig terug?

Bij het CDA lijkt de verwarring nog groter. Het partijbestuur heeft snel Jan Peter Balkenende als lijsttrekker naar voren geschoven na de val van het kabinet, maar de campagnemachine draait nog niet. Coördinatie ontbreekt. JPB heeft  samenwerking met de PvdA uitgesloten in krassere taal dan hij voor de PVV over had. Al was het vast anders bedoeld.

Deze breuk met vaste CDA-praktijk lardeerde Balkenende met de uitspraak dat hij alleen kandidaat premier is en geen kandidaat Kamerlid. Althans zo klonk het. Een staatsrechtelijk monstrum. Er zijn in dit land geen premierverkiezingen: zijn partij heeft nooit die kant op gewild. De meeste andere partijen die nu voor hun rol rond de macht strijden trouwens ook niet.

Wouter Bos heeft zulke uitspraken vermeden, maar niets wijst er op dat hij zin heeft om de partij in de Kamer te gaan leiden. Drie jaar geleden liet hij zich al door zijn grootste ex-vijand paaien in het kabinet te stappen. Ondanks een tegengestelde belofte aan de kiezer. Zo stevent het land dus af op Kamerverkiezingen waarbij de grootste twee kemphanen geen trek hebben in een plaats in het parlement.

Dat biedt kansen voor open doel voor alle andere partijen én kritische kiezers die de komende maanden op zaaltjestournée gaan. Wie zich afvraagt hoe het toch komt dat zo veel mensen woensdag op ‘Beter voor Dordt’, Burgerpartij Amersfoort, ONS Voorschoten, Leefbaar Rotterdam, ‘Hart voor Urk’ en de PVV stemden, hoeft niet verder te zoeken. Volksvertegenwoordigers moeten bereid zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen. Maar als zij alleen willen besturen en geen zin hebben te vertegenwoordigen, maken zij geen aanspraak op vertrouwen.

Wat dat betreft viel de nu vertrokken Agnes Kant als leider van de SP niets te verwijten. Zij was een bevlogen pleitbezorgster van de belangen van patiënten en werknemers in de zorg. Als fractievoorzitter groeide zij in twee jaar onvoldoende in de breedte en in de hoogte. Zij had de statuur dat in te zien. De mediademocratie stelt zware eisen aan het showmanschap van politieke leiders.

Maar het gaat natuurlijk om de inhoud. En het vertrouwen dat mensen die zich verkiesbaar stellen er alles aan zullen doen de keuzes waar zij op worden gekozen zo goed mogelijk in daden om te zetten. Wat dat betreft kan iedere partij nu al de onverschilligheid doorbreken en aankondigen dat haar fractieleden slechts onder uitzonderlijke omstandigheden hun termijn niet zullen uitzitten. En zeggen hoe en waar zij wekelijks verantwoording zullen afleggen aan de kiezers. De democratie rammelt aan de poort van sleetse politiek.

Het wordt interessant hoe het partijbestuur van het CDA maandag de koppositie van Balkenende tegen het licht houdt. Een aantal provinciale bestuurders geeft hem de schuld van de matige resultaten van woensdag. Zijn metaalmoeheid en - ook in eigen partij - minder dan geprononceerde leiderschapsneigingen figureren dit weekeinde in het telefooncircuit.

De ‘klassieke’ partijen die elkaar om het hardst uitsluiten, CDA en PvdA, plus de VVD,  vechten in wezen voor het bestel dat hun zo veel decennia macht heeft gebracht. Zullen zij eindigen zoals de vroegere christelijke partijen KVP, ARP en CHU in 1980 deden: in elkaars armen? Of gaan zij heroïsch verdeeld ten onder? Een impasse na 9 juni kán ook de noodzakelijke doorbraak en vernieuwing van het bestel brengen. Een kans voor Emile Roemer.