DEBAT VAN DE WEEK

Debat over de toekomst van de regionale media. Door: Leidsch Dagblad en de Universiteit Leiden. Met o.a. Jan Geert Majoor en Kees Boonman. Leiden, 4 maart.

De Leidsche werkelijkheid

Als verkiezingen een feest zijn voor de democratie, dan moet het een vrolijke week zijn geweest voor de regionale kranten. En al helemaal voor het Leidsch Dagblad, dat 150 jaar bestaat. Maar vrolijk wordt het niet echt, deze donderdagavond in Leiden. Hier praat een journalistenpanel over de toekomst van de regionale pers.

De cijfers stemmen ook niet vrolijk. In 1983 hadden 87 van de 100 huishoudens nog een abonnement op een regionale krant, in 2008 nog maar 50. En de gezamenlijke oplage is sinds 1983 gedaald van 2,8 miljoen naar 1,6 miljoen kranten in 2008 – een afname van 43 procent. De gevolgen zijn bekend: van fusies via gedwongen ontslagen tot raadsvergaderingen waar geen journalist meer te bekennen is.

Dit debat gaat over die harde werkelijkheid, en over de journalistiek. Maar vooral over de harde werkelijkheid. Dat ligt met name aan de bijdrage van Jan Geert Majoor, hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad. De man zit duidelijk klem. Wil wel ambities koesteren, maar is zeer voorzichtig gezien de hoge „rendementseisen” en de failliete „verdienmodellen”. Bij elke suggestie die een ander panellid of iemand uit het publiek doet, bedankt Majoor de spreker, maar komt hij steeds weer uit bij die harde werkelijkheid.

Dus als een panellid vaststelt dat het Leidsch Dagblad te veel is blijven vastplakken aan een oud lezerspubliek, dan luidt het antwoord van Majoor ongeveer als volgt: ‘als eindverantwoordelijke herken en erken ik dit. Maar de ene fusie en verhuizing na de ander vreet energie van een organisatie en dat trekt de aandacht weg van de zaken waar u het over heeft. Nu is er een zekere rust, en die kunnen we misschien gebruiken om een slag te maken. We zijn er druk mee bezig, maar het is een ingewikkeld en complex proces. Toch ben ik er niet desperaat over.’

You go, Majoor!

Als een lezer van het Leidsch Dagblad zich afvraagt waarom die handige uitgaansbijlage twee jaar geleden eigenlijk is verdwenen, zegt de hoofdredacteur dat de bioscoop en het theater geen advertenties wilden plaatsen. „Dat is het antwoord. Die keuze moesten we maken.”

Meer nadruk op regionaal nieuws dan? Daar moet Majoor over nadenken. Hij noemt een experiment in Alphen aan de Rijn, Alphen.cc. „Dat is een puur regionaal product. Daar zijn we aarzelend succesvol mee.”

Aarzelend succesvol. Dat klinkt alsof de werkelijkheid hard is.

Kan het ook zijn dat de regionale journalistiek steken laat vallen? Ja, zegt Ton van Brussel, oud-hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad. Hij herinnert zich een onderzoek waaruit bleek dat lezers al snel na het begin van een artikel afhaakten. „Wij deden níks met die kennis. De krant werd met de rug naar de lezers gemaakt!”

Ja, de regionale journalistiek moet beter, zegt ook Kees Boonman, docent journalistiek en nieuwe media bij de Universiteit Leiden. „Mensen willen weten wat er gebeurt in hun straat, ze willen verbonden zijn met de krant. Met kranten is het net als met de oude politieke partijen, ze zijn vervreemd van hun achterban.”

Jeroen Maters, directeur van een bureau voor vernieuwende journalistiek, wil dat kranten nog één keer bij de lezer te rade gaan voordat ze mogen denken aan subsidie. „Luister naar je lezers én naar je niet-lezers. Hoe kan de krant hen helpen met informatie, en via welke kanalen? Die slag moet de krant nog maken.”

„Dat kost geld”, zegt een ander panellid doodleuk.

De werkelijkheid was hard en het feest ver weg, donderdag in Leiden.

Ingmar Vriesema