De misbruikte Kerk

Seksuele activiteiten van priesters waren vroeger algemeen bekend. Maar niet elke melding van seksueel misbruik is betrouwbaar. Er moet worden gevraagd waarom de melder er pas zo laat mee komt. Toch neemt de Katholieke Kerk de meldingen te weinig serieus. Tot schade en schande.

Rechtspsycholoog en hoogleraar aan de juridische faculteiten van de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij was getuige-deskundige in driehonderd rechtszaken.

Mijn middelbare school was een jongensschool, het illustere Triniteitslyceum in Haarlem dat werd bestierd door paters augustijnen. Over de paters gingen wilde verhalen, op dezelfde manier als op elke school over de leraren wilde verhalen gaan. Maar bij priesters kwam daar iets bij. Zij waren allemaal celibatair en homo en pedo, want tussen die drie begrippen was voor ons jongens het onderscheid vaag dan wel nihil. Wisten wij veel.

Mijn enige seksuele ervaring met een van de paters augustijnen was de volgende. Tijdens een proefwerk voor een vak dat ik onbenoemd zal laten, was ik ziek geweest. De pater-leraar zag een adequate oplossing: ik kwam gewoon op het klooster mondeling proefwerk doen. Andere leerlingen waarschuwden mij ernstig: van alle paters was deze man wel het meest erkend als actief celibatair.

Ik stond die middag op de stoep van het klooster met knieën die ik niet meer in bedwang had en belde aan. Hij deed open, nam mij mee en bood mij een kopje koffie aan. Ik vreesde op dat moment al het ergste. Toen hij er nog een speculaasje bij deed, wist ik dat ik verloren was.

Hij nam mij het proefwerk af, ik kreeg een acht en ging ongeschonden naar huis.

Mijn Maastrichter promovendus André de Zutter vertelde mij een heel andere ervaring. Hij bracht een groot deel van zijn jeugd door in een Vlaams internaat van jezuïeten. De jezuïetdirecteur had op hem zijn oog laten vallen en bombardeerde hem tot zijn lieveling. André mocht van alles wat andere pupillen verboden was. De jezuïetdirecteur nam hem mee, en hem alleen, op uitstapjes. André werd zelfs meegenomen om te delen in de grootste liefhebberij van de jezuïetdirecteur: tentoonstellingen van Russische iconen.

Ondertussen was iedereen ervan overtuigd dat de directeur het met hem deed. Het was misschien allemaal wel klef, maar André is nooit door de priester aangeraakt.

André en ik zijn ongeschonden uit onze katholieke jeugd gekomen. Dat geldt niet voor anderen. Laten wij katholieken elkaar echter geen mietje noemen. Sinds jaar en dag weten wij dat allerlei priesters van alles deden wat ook niet-celibatairen deden: seks met vrouwen en meisjes en met jongens en mannen. Wellicht deden zij het met de laatste twee categorieën wat vaker omdat zij die wat gemakkelijker bij de hand hadden.

Wat iedereen allang wist, is recentelijk publiek geworden. Na een route langs, ruwweg, de Verenigde Staten, Ierland en Duitsland schreeuwt men nu ook in Nederland moord en brand over misbruik door priesters. Dat zal ongetwijfeld leiden tot een eis om excuses, genoegdoening en financiële compensatie. De financiële claims zijn in de Verenigde Staten inmiddels zodanig uit de hand gelopen dat gehele bisdommen failliet zijn gegaan. Pikant detail is dat in Engeland het gelovige misbruik veel geringer lijkt te zijn, wellicht omdat Anglicaanse priesters gewoon mogen trouwen. Maar tegelijkertijd lijkt het aandeel van kostschoolmisbruik daar veel groter. Dat rechtvaardigt een voorlopige conclusie dat celibaat en dag en nacht nabijheid van kinderen bevorderlijk zijn voor seksueel misbruik.

Nu de beer in Nederland los is, melden allerlei mensen zich die zeggen dat zij in het verleden door een priester seksueel zijn misbruikt. Als wij dezelfde ontwikkeling gaan doormaken als de eerder getroffen landen, dan kan verwacht worden dat de melders met velen zullen zijn en in aantal zullen groeien. Dat roept allerlei vragen op over de legitimiteit van hun claims. Die vragen hangen alle samen met die ene vraag: ‘Waarom ben je niet eerder met je verhaal gekomen?’

Dat is een reële vraag. Het misbruik door priesters is al zolang bekend dat men wel eens eerder had mogen komen klagen. Velen zullen ongetwijfeld zeggen dat voor zo’n klacht de steun van lotgenoten onontbeerlijk is. En dat zal zeker voor een deel van de klagers terecht zijn. Misbruik maakt kinderen ontstellend eenzaam omdat zij het grote geheim in hun leven niet met iemand anders kunnen delen. Dat geldt des te sterker voor kinderen die in een internaat leven. Hun gehele sociale bestaan is afhankelijk van de manier waarop zij met leeftijdgenoten kunnen omgaan. En daarbij zit eenzaamheid behoorlijk in de weg.

Er moet echter ook serieus rekening worden gehouden met mensen die zeggen dat zij misbruikt zijn door een priester terwijl dat niet het geval is, of mensen die het misbruik dat zij meemaakten of de gevolgen daarvan overdrijven. Het is een redelijke verwachting dat er veel mensen zullen zijn die op de golven van de publiciteit meeliften om hun onterechte of niet erg terechte claim te verzilveren.

Ik weet dat er mensen zijn die mij deze laatste alinea zeer kwalijk zullen nemen. Zij vinden dat eenieder die zegt dat hij seksueel is misbruikt zonder meer moet worden geloofd. Die mensen vergeten echter dat er aan de andere kant ook een divers scala aan priesters staat. Er zijn misschien priesters die hun leven systematisch kinderen seksueel misbruikten. Voor hen past weinig medelijden als zij stevig worden aangepakt. Maar er zijn ook priesters die éénmaal in de fout gingen en er zullen zeker ook priesters zijn die geheel onterecht worden beschuldigd. Als wij recht willen doen aan de laatsten, maar ook aan de mensen die als kind ernstig zijn misbruikt, zijn wij verplicht elke melding serieus te onderzoeken. Dan passen indringende vragen aan de klager waarom nu pas wordt geklaagd, wat er precies zou zijn gebeurd, welk ander bewijs er is dan de eigen verklaring en aan wie men misschien het verhaal eerder heeft verteld. Alleen als op deze manier aan alle betrokkenen recht wordt gedaan, kan Onze Kerk vele kleine zwarte bladzijdes uit haar geschiedenis achter zich laten.

Dat zal niet eenvoudig zijn, omdat de Rooms-Katholieke Kerk wordt geplaagd door een chronisch gebrek aan kwalitatief goed personeel. Dat blijkt uit de reactie in het bisdom ’s-Hertogenbosch op homo’s die ter communie willen. Daar wordt over de gehele linie tot en met de bisschop zonder schroom getoond dat men geen idee heeft wat er in de maatschappij leeft en dat elk gevoel voor publiciteit ontbreekt. Dat blijkt ook uit de manier waarop in Rome is gereageerd op de al jaren durende aantijgingen van seksueel misbruik door priesters. Pas onlangs kwam de paus met de 24 Ierse bisschoppen in conferentie bijeen (wat moet een ontvolkt land als Ierland met zoveel bisschoppen?). Waarom demonstreert deze paus steeds zo evident dat hij niet verder kijkt dan zijn eigen curie lang is?

Wij zouden moeten bidden voor de komst van een wijze paus en wijze bisschoppen die klachten over seksueel misbruik door priesters niet als een probleem zien, maar als een geschenk van God, omdat het de mogelijkheid geeft om grove fouten uit het verleden te herstellen of te verzachten. Zij zouden de hand moeten reiken aan al die klagers die met terechte claims komen, maar ook aan al die getroebleerden die met valse aantijgingen komen. Dan zouden zij tonen dat zij het waard zijn om deel uit te maken van een eeuwenoud instituut dat steeds in veel situaties en onder moeilijke omstandigheden in staat was op de goede weg terug te keren. En dat zou ook een gunstig effect kunnen hebben op andere gebieden waar de Kerk een rol kan spelen.

Maar zo zit onze Roomse Kerk niet meer in elkaar. Derhalve kunnen wij Amerikaanse toestanden verwachten over het seksueel misbruik door priesters in Nederland. De letselschadeadvocaten staan al te trappelen. De procedures die gaan volgen, zullen voor niemand prettig zijn en in de meeste gevallen voor alle betrokkenen alleen maar nadelig.