Alice in Wonderland als kantoorroutine

Alice in Wonderland. Regie: Tim Burton. Met: Mia Wasikowska, Johnny Depp, Helena Bonham Carter, Anne Hathaway. **

Van een gewone nieuwe film werd Tim Burtons versie van Alice in Wonderland een heuse nieuwsgebeurtenis, en vervolgens weer een gewone film. Het nieuws was het hoogoplopende conflict tussen producent Disney en de bioscopen. Die dreigden met een boycot omdat Disney de film te snel op dvd zou uitbrengen. Dat liep met een sisser af, de bioscopen bonden in, waardoor de film nu toch vrijwel overal te zien is.

Weer een gewone film dus. Te gewoon. Tim Burton maakt al bijna dertig jaar films in hetzelfde fantasygenre, voor een groot deel met dezelfde mensen om zich heen, zoals kostuumontwerper Colleen Atwood, componist Danny Elfman en ook steeds met dezelfde ster, Johnny Depp. Dat is te zien. Zelfs een fantasiewereld waarin alles kan en alles mag, kan routineus overkomen. Veel scènes in Alice in Wonderland maken een matte en niet zozeer ‘duistere’ (Burtons handelsmerk) alswel lichtelijk deprimerende indruk; alsof er alleen tussen negen en vijf aan Alice in Wonderland is gewerkt. Vuurspuwende draken, pratende konijnen, een koningin met een enorm waterhoofd; voor Burton is het inmiddels just another day at the office. Dat roept de vraag op: waarom vluchten in fantasy als de wereld daar net zo’n tranendal is als de grijze werkelijkheid?

Misschien dat die wat plichtmatige indruk ook komt doordat de film geen project is dat volledig uit de koker van de regisseur komt. Disney ontwikkelde het scenario, waar huisschrijver Linda Woolverton op werd gezet, verantwoordelijk voor Beauty and the Beast en The Lion King. Disney bedacht ook dat de film in 3D zou moeten worden gemaakt. Pas daarna benaderde de studio Burton als regisseur.

Woolverton gebruikte de personages uit het klassieke kinderboek van Lewis Caroll en legt ze hier en daar ook wel een beroemde regel uit het boek in de mond. Maar wat ze vooral heeft gedaan is er een verhaal van maken dat exact voldoet aan het verwachtingspatroon dat het gros van de blockbusters oproept. Alice moet de wereld redden, maar dat moet ze eerst nog zelf ontdekken en ze moet ook bepaalde karakterzwakheden overwinnen. De vrolijke, bevrijdende nonsens van het oorspronkelijke verhaal is niet weg, maar hangt erbij en heeft eigenlijk geen functie meer. Om van Alice een strijdende heldin te maken – en niet een verdwaald en verwonderd meisje – is ze van zeven jaar ineens negentien geworden. Dat zal ook verband houden met de beoogde tienerdoelgroep.

Burton koos ervoor om de film niet met 3D-camera’s op te nemen, zoals James Cameron deed voor Avatar, maar met reguliere camera’s en de beelden daarna om te zetten naar 3D. Dat is een vergissing, want het diepte-effect is daardoor aanzienlijk minder imponerend dan in Avatar en dat is nu eenmaal de nieuwe standaard die door Cameron is gezet.

De enige acteur die het formaat heeft om niet te verbleken bij de special effects is Johnny Depp als de Mad Hatter, zwaar opgemaakt en met digitaal vergrote ogen. De anderen – ook nieuwkomer Mia Wasikowska als Alice – steken bleekjes af tegen wat Burton en zijn technici digitaal allemaal tevoorschijn toveren. Maar dat komt mede doordat hun rollen te plat zijn geschreven. Allerleukst is de Britse komiek Matt Lucas (uit Little Britain) die zowel Tweedledee als Tweedledum speelt. Plotseling krijgt de film door hem een sprankje echte vrolijkheid. Maar zijn rol is klein.