'Willem IV': wachten op de eindmontage

Waarom noemden Jan Hoedeman en Remco Meijer het portret van een springlevende man van 42 een ‘biografie’ en zelfs DE biografie? Dat kan alleen maar omdat ze een leven schetsten dat volgens hun logica op het punt staat te eindigen, d.w.z. voorbij is als Willem-Alexander formeel het koningschap heeft aanvaard. Mij schoot ook meteen een aforisme te binnen van de vrijwel vergeten dichter Eric van der Steen die een roman definieerde als ‘het stoffelijk overschot van een idee’. De kroonprins is dood, leve de koning!

Hoedeman en Meijer hadden het manuscript van hun boek, dat Willem IV heet, in maart 2009 al ingeleverd. Iedereen rekende erop dat Beatrix rond Koninginnedag haar aftreden zou aankondigen, waarna the making of a king de winkel uit moest vliegen. Helaas kwam de zwarte Suzuki tussenbeide, die het op de koninklijke familie had gemunt. Het incident zou de voorgenomen abdicatie hebben doorkruist, en de kroonprinsbiografen daardoor hebben verplicht hun pen nog even in de aanslag te houden: de kroonprins werd voorlopig nog niet bevorderd tot de heerlijkheid van een nieuw leven.

De schrijvers troffen het in zoverre, dat Willem-Alexander in de volgende maanden vaker in het nieuws was dan gemiddeld. Maar jammer genoeg spoorde het negatieve nieuws niet meer met de opzet van het manuscript, dat juist wilde laten zien hoe langzaam maar zeker een fatsoenlijk staatshoofd kon worden gekneed uit een onvoorspelbare, pils drinkende, niet al te studieuze, maar des te gretiger in het kielzog van Erica Terpstra met de hockeymeisjes mee hossende jongeman.

Zo moet ook de titel zijn bedoeld van het voorlaatste hoofdstuk Langzaam maar zeker op koers. Ik herinner me uit de afgelopen tien jaar zeker drie artikelen waarin Jan Hoedeman de stand in dat proces ook bijhield.

Terwijl met de ‘biografie’ een jaar geleden nog alles in kannen en kruiken leek, kwamen in de verlengde wachttijd allerlei akkefietjes in de publiciteit, variërend van de hoge vliegkosten van het kroonprinselijk paar, de fiscale smokkelroute van een Oranje-tante, onderhandelingen met dubieuze projectontwikkelaars over een vakantievilla op Mozambique, tot aan een rechtszaak tegen het persbureau AP die kon worden uitgelegd als een wrevelig gebaar tegen de persvrijheid. Hadden Hoedeman en Meijer dat allemaal kunnen voorzien? Nee, natuurlijk. Maar ze hadden kunnen luisteren naar de filosofische Pier Paolo Pasolini, die ooit vaststelde dat het met zijn films was als met het leven: pas na de dood kun je veilig aan de eindmontage beginnen.

Gezegd moet worden dat de twee Volkskrant-journalisten zich behendig uit de ‘tegenslag’ hebben gered. ‘Willem-Alexander’, schrijven ze aan het eind van hun slothoofdstuk, ‘weet wat het is om onder vuur te liggen’ – en ze voegen er de aanbeveling aan toe om hem te omringen met sterke adviseurs. ‘Dan is de kans groot dat zijn missie slaagt om het koningschap in Nederland onomstreden en bindend te laten zijn.’

Beetje zuinig misschien, maar voor Willems van hoogmoed en eigengereidheid verdachte moeder is in de jaren zestig van de vorige eeuw wel ernstiger gewaarschuwd. Hoedeman en Meijer zijn eigenlijk heel ingenomen met hun aanstaande koning. Uit achtergrondgesprekken komt het beeld tevoorschijn van een open, kapsonesloze man die zich liefst Alexander laat noemen, expert op het gebied van vliegen, waterkunde en alle olympische sporten, breed georiënteerd en onder regie van vooral zijn moeder (maar dat lijkt meer een vermoeden dan dat er ‘bewijzen’ op tafel liggen) werkelijk klaargestoomd voor zijn toekomstige taken. Misschien toch iets meer op zijn rechten gesteld dan op zijn plichten bedacht, zoals Daniela Hooghiemstra (naar aanleiding van o.a. een skizomer in Argentinië) in deze krant betoogde? Hoedeman en Meijer maken melding van het artikel, maar laten het daarbij. Van kritiek hebben ze zich consequent onthouden, evenals van eigen onderzoek. Of het nou om de met geheimzinnigheid omgeven doctoraalscriptie bij de Leidse historicus Wesseling gaat, het IOC-lidmaatschap, de waarheid achter ‘Mozambique’ of het Argentijnse vastgoed – de twee gunnen mijn nieuwsgierigheid niet meer dan wat ik (vooral dankzij Hoedemans royalty-verslaggeving uit het verleden) al wist. Zelfs over een wat cryptisch instituut als de Vereniging Verslaggevers Koninklijk Huis (VVKH, sinds 2002), die akkoord ging met de door de RVD afgedwongen ‘mediacode’ en waarbinnen Hoedeman van meet af aan een centrale rol heeft gespeeld, krijgen we alleen informatie als van een voorlichterscommuniqué.

Maar als een voorlopige, goed geschreven ‘biografische’ samenvatting kan het allemaal best door de beugel. Het wachten is op een eindmontage.

Jan Hoedeman, Remco Meijer: Willem IV, van prins tot koning. De biografie. Atlas, 366 blz. € 24,90