Weg met de voetbal-elite!

Cultureel Nederland huiverde toen de lijsttrekker van de PVV in Den Haag, de heer Sietse Fritsma, tijdens een debat vooraf aan de verkiezingen van afgelopen woensdag het Residentie Orkest een „tromboneclubje’’ noemde – dat als het aan zijn partij lag voortaan geen cent subsidie meer zou ontvangen. Het was niet langer wachten op de barbaren, ze stonden aan de poort. Fritsma: „Waarom moet jan modaal betalen voor een elitegezelschap dat een tromboneclubje bezoekt?”

Als repliek was er, ik haal de verslagen in de kranten er even bij, vooral verontwaardiging. In de debatten met PvdA-lijsttrekker Jeltje van Nieuwenhoven, probeerde de laatste het volgende argument: „Maar de kinderen van jan modaal hebben ook muziekles van die mensen.” Waarop Fritsma zei: „Muziekles is overal te krijgen, ook bij particuliere leraren.”

En gelijk heeft hij. Hoe zwak staat de kunst wanneer het bestaan van een van de oudste en belangrijkste orkesten van ons land verdedigd moet worden met het argument dat de musici peuters het verschil tussen een hobo en een schuiftrompet uitleggen? Dan is het slechts een kwestie van tijd voordat de hele boel bij het vuilnis wordt gezet.

In een land waarin alles en iedereen doortrokken is van sociale nijd, fungeert de kunst als boksbal. Dat is nooit anders geweest. Vroeger was het links dat te hoop liep tegen de verfoeilijke elite die elkaar trof in de concertzalen en de opera – weg met het Holland Festival, leve de Chileense straatmuzikant – tegenwoordig probeert nieuwrechts de haat tegen de ‘hoge cultuur’ aan te wakkeren. „Tromboneclubje” is de artistieke equivalent van de „kopvoddentaks” – aanhangers van de partij van de verongelijkten sidderen van genot bij zo’n zalig ongehoorde provocatie.

Het pijnlijke is dat er altijd zo sukkelig wordt gereageerd. De kunst wordt in Nederland nooit als kunst verdedigd, als iets dat op zichzelf van waarde is. Wanneer het „nut” van kunst in twijfel wordt getrokken, hoor je tegenwoordig altijd twee soorten reacties: dat kunst best wel geld oplevert (de creatieve klasse is goed voor de economie) of dat het best wel nuttig is (het houdt in potentie criminele jongeren van de straat.) In de Volkskrant van 5 maart stond weer zo’n goedbedoelde brief, van Martin Kroon, ‘begeleider kanovaren’: „Preventie bereik je juist met culturele instellingen en sportclubs. Jongens die in teamverband sporten – of individueel zoals bij kanoën of vechtsporten – hebben geen energie of agressie meer over voor potenrammen of rellen. (…) Jongeren die muziek beoefenen behoren sowieso tot de minst criminele. Die vervelen zich te pletter op een hangplek.”

Ik zou best een homo in elkaar willen slaan, maar na dat weekend kanovaren heb ik er de kracht niet meer voor.

Een goed speerpunt voor het COC, de komende jaren: vioolles voor Marokkaanse bontkraagjes.

Dat schiet niet op zo – en wanneer je op die manier tegenargumenten probeert te vinden, loop je blindelings in de val van de tegenpartij. Kunst is niet voor iedereen – en wanneer je gaat doen alsof dat wel zo is, ga je onherroepelijk onderuit.

Kijk, zo kan het ook: tijdens de verkiezingsstrijd toonde Sietse Fritsma zich een verklaard ADO-fan. Weet Fritsma hoeveel subsidie er de afgelopen jaren naar die eeuwig noodlijdende club is gegaan? Hoeveel verzoeken om overheidssteun zijn club heeft gedaan? Weet hij hoeveel Nederlandse belastingbetalers die helemaal niet van voetbal houden ophoesten voor de dure hobby van een elite die zich handig als „het volk’’ presenteert en ondertussen schaamteloos van gemeenschapsgeld profiteert? Waarom moet ik als hardwerkende Nederlander blijven meebetalen aan het faciliteren van een Haagse club die hopeloos onderaan bungelt in de eredivisie? Moeten we die niet heel snel uit haar lijden verlossen? Het scheelt gemeenschapsgeld, politie-inzet en een hoop ellende.

Want die ADO-supporters! Ik zeg niet straatterroristen, maar twee weken geleden gebeurde er dit. Uit het AD: „Tijdens de wedstrijd Feyenoord-ADO Den Haag in De Kuip in Rotterdam is zondag een lawinepijl afgevuurd vanuit het vak met supporters van ADO Den Haag. De pijl kwam in het vak zelf tot ontploffing. Daarbij is zeker één Haagse fan gewond geraakt.’’

Hoe lang nog? Ze kunnen niet eens de vijand raken, stelletje onrendabelen. Wat is het maatschappelijk belang van voetbal? Stel de vraag en je krijgt hetzelfde gestotter als wanneer je iemand vraagt het belang van kunst te verdedigen.

En wanneer Sietse Fritsma met bebloede neus op de grond ligt, kun je een ander verhaal houden. Het Residentie Orkest hoort net zo bij Den Haag als ADO – wanneer iedereen de hand over het hart strijkt, wanneer iedereen elkaar iets gunt, is er veel kou uit de lucht. Je hoeft het nut van waar je plezier aan beleeft niet meer te bewijzen.

Kunst kan sociaal zijn, maar het is geen sociaal werk. Voor voetbal geldt hetzelfde. Het is onzinnig te veronderstellen dat iedereen aan alles moet deelnemen waar hij voor betaalt – gewoon gelijk oversteken en niet zeuren wanneer de een wat meer voor zijn rekening neemt dan de ander. De „elite” die naar de concerten van het Residentie Orkest gaat, betaalt, als ze echt een elite is, veel meer belastingen dan de gemiddelde ADO-supporter. Dus afblijven van die subsidies. Laat je niet iedere keer verleiden tot een discussie over elite en volk – dat maakt de nijd alleen maar groter.

Dat er pas sprake is van een gemeenschap wanneer alles gemeenschappelijk is – dat is het grote Hollandse misverstand. Tijdens de, mede door deze krant georganiseerde, debatten over de tegenstelling ‘volk’ en ‘elite’ in Rotterdam eind vorig jaar gaf de lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam, Marco Pastors, af op de Rotterdamse kunstinstellingen en toneelclubjes die elkaar maar subsidies toestoppen terwijl de zalen half leeg zitten. Toen ik hem voorhield dat bij concerten van het Rotterdam Philharmonisch Orkest er ook vaak lege stoelen zijn, zei hij spontaan: „Van het Rotterdamse Philharmonisch moeten we afblijven.”

Zo is het. Ook al ga je nooit naar een concert in de Doelen, dan kun je het belang voor de stad er nog wel van inzien. Rotterdam heeft het RPhO net zo hard nodig als Feyenoord – het verlies van een van beide zou een verlies voor de stad als gemeenschap betekenen. Een gezonde populistische partij als Leefbaar Rotterdam moet zich helemaal niet tegen kunst teweer stellen. Ze moet zich inspannen om de zalen vol te krijgen, ze moet er voor zorgen dat iedereen aan zijn trekken komt.