We zijn belangrijk

Dat BBC-programma over het belang van het koken van eten dat van de week op de televisie was, moet wel een slag in het gezicht geweest zijn van de moderne raw food-types, liep ik nog te denken. Het hoogtepunt van dat louter rauw is geloof ik alweer voorbij, of het nieuwtje is er gewoon af. Maar een paar jaar geleden las je van alles over het raw food-dieet en bleken allerlei filmsterren, modieus als die nu eenmaal zijn, zich tot het ongekookte te hebben bekeerd. Dat was véél beter voor eh voor, voor álles. Je kreeg meer energie en meer slankte en meer gezonde vezels – het kon niet op.

Er zijn nog steeds mensen die er diep in geloven. Koken is nergens goed voor, zeggen ze. Terwijl professor Rangham ons op de BBC nu juist probeerde te doordringen van het niet te onderschatten belang van koken. Rauwe spullen verteren wij erg slecht, dat lieten ze ook zien in dat programma, hoe een nagebouwde maag rauwe aardappelen verteerde. Niet. Die moeten dan onverteerd (wel vermalen door de tanden en licht aangetast door het maagzuur) door de darmen. Daar kon je wel eens veel last van hebben.

Het kost ook zoveel tijd, rauw eten. De tijdbesparing van het koken weegt in het geheel niet op tegen de hoeveelheden die je almaar naar binnen moet werken. Dieren die het van plantaardig voedsel moeten hebben, zoals koeien en paarden (en panda’s! vergeet de panda’s niet!) zijn de héle dag aan het eten en verteren. Die houden helemaal geen tijd over om een mooi boek te lezen of aan sport te doen.

En die hebben dan tenminste nog spijsverteringsapparatuur die is ingesteld op het verwerken van al die vezels en taaie delen. Wij niet. Onze spijsvertering wil gekookt eten en onze hersenen zijn zo groot dankzij onze eiwitrijke voeding: vis, vlees, schelpdieren.

Een slag in het gezicht van de vegetariërs ook, al staat zo langzamerhand heus wel vast dat je met voldoende aandacht voor eiwit (soja) heel goed zonder vlees kunt.

Zulke onderzoeken gaan natuurlijk altijd over enorme tijdspannes en over de menselijke soort inclusief voorouders, we moeten ze ook weer niet vertalen in: eet maar liever geen rauwkost. Maar het belang van koken, dat dat nu eens gewoon vaststaat, dat is niet slecht. Daar kunnen wij thuiskoks wel wat mee. Onze hele functiewaardering is veranderd: we zijn belangrijk. Voor de soort.

Dus gaan we met een heel gewichtig gezicht en terwijl we intussen flink dikdoen een simpele maar heerlijke aardappelgratin maken, weer uit Rachel Allens Uit de oven Het is nog koud genoeg voor zoiets. Elke morgen is alles nog berijpt.

Smelt de boter in een royale koekenpan op halfhoog vuur en smoor de uien ongeveer een half uur. Roer af en toe, ze moeten gelijkmatig bruin worden en een beetje karamelliseren. Bestrooi ze terwijl ze bakken met peper en zout.

Verwarm de oven op 180 graden. Schil de aardappelen en snijd ze in dunne plakken. Vet een ovenschaal in, leg er de helft van de aardappelen in, bestrooi ze met peper en zout. Strooi daar de kaas over, de helft van de ui, en de helft van de rozemarijn. Dan opnieuw aardappelen, kaas, uien en rozemarijn. Giet de room eroverheen, dek de schaal af met folie en bak het gerecht 1 uur in de oven. Haal het folie weg en bak nog 15 minuten.

Een rauwe sla kan hier goed bij.