Voorzitter schrijversbond bespioneerde Grass

De Duitse schrijver en Nobelprijswinnaar Günter Grass is jarenlang door de Stasi bespioneerd, de geheime dienst van de DDR.

Dat blijkt uit het boek Günter Grass im Visier – die Stasi-Akte van de Duitse journalist Kai Schlüter, dat dezer dagen verschijnt. Schlüter heeft het lijvige Stasidossier van Grass doorgeploegd en interessante details gevonden. Al meteen na de bouw van de Muur, in augustus 1961, begon de Oost-Duitse geheime dienst met het bespioneren van Grass. Hij had zich kritisch over het communistische regime uitgelaten en over het monddood maken van schrijvers. De autoriteiten van de arbeiders- en boerenrepubliek bestempelden Grass vanaf dat moment als „volksvijand”.

Tijdens bezoeken van Grass aan Oost-Duitsland, waar hij collega-schrijvers opzocht, werd alles vastgelegd wat de auteur zei en deed. Maar ook werd verslag gedaan van het omgekeerde, als Oost-Duitse schrijvers het Westen bezochten en met Grass sprake. Zo staat vanaf nu vast dat Herman Kant, destijds voorzitter van de schrijversbond in de DDR, Grass heeft bespioneerd. Van Kant (83) gaat het gerucht dat hij Stasimedewerker was, zelf heeft hij dat altijd ontkend. Kant is een gevestigd auteur, met boeken als Die Aula (1965) en Kino (2005).

Grass heeft zich van meet af aan ingezet voor het geknevelde vrije woord in de DDR. In een protestbrief aan Anna Seghers, een communiste die wereldberoemd werd met haar boek Das siebte Kreuz, vergeleek hij DDR-leider Walter Ulbricht met een concentratiekampcommandant. Vooral Grass’ toneelstuk Die Plebejer proben den Aufstand, over de door Ulbricht neergeslagen opstand van 17 juni 1953, werd als „staatsgevaarlijke literatuur” beschouwd.