Vogelvrij (1)

Bart Funnekotter schreef een gematigd kritische recensie van Vogelvrij. De jacht op de joodse onderduiker van Sytze van der Zee (Boeken, 26.02.10). Elsbeth Etty zag dit boek als een vorm van vermenging van ‘goed’ en ‘fout’, een misplaatste relativering van het onderscheid tussen dader en slachtoffer. Terecht. In zijn boek doet Van der Zee geen uitspraken waarmee hij rechtstreeks een eigen aversie tegen Joden uit. Maar dat schuilt in zijn methode, zijn focus. Na een inleiding over collaboratie door bijzondere politieafdelingen, die onder leiding van de Sicherheitsdienst tot taak kregen ondergedoken Joden en hun helpers op te sporen, neemt Van der Zee twintig hoofdstukken lang exclusief een klein aantal Joden in het vizier, die na hun arrestatie door de SD gezwicht zijn om als aangever, ‘Vertrauensmann’ of -vrouw te gaan fungeren. Met zijn thema van verraad door Joden claimt Van der Zee een taboe te doorbreken. Onzichtbaar blijven alle omgekomen Joden die in het zicht van een zekere dood wel geweigerd hebben anderen te verraden. Hij veronachtzaamt bovendien de honderdduizenden NSB-ers en andere Nazisympathisanten, die deel wilden hebben aan het uitoefenen van de Naziterreur, en de duizenden verklikkers, die vanwege christelijke afkomst geen vervolging te vrezen hadden, maar uit anti-Joods sentiment of voor kopgeld Joden aan de SD en de politie uitleverden. Van der Zee claimt, dat historici De Jong, Presser, Herzberg en Sijes dit gegeven onderbelicht hebben gelaten, maar deze historici gaven zijn onderwerp nu juist de aandacht die het toekwam, een voetnoot in de geschiedenis. Van der Zee geeft blijk van een antisemitische blikvernauwing door deze kleine groep aangevers omwille van hun Joodse hoedanigheid in de schijnwerpers te zetten. In Vogelvrij wordt het detail tot hoofdmoot en de hoofdzaak, de moord op driekwart van het Nederlandse Jodendom, tot detail.

Alida van der Veen, Amsterdam