Turkse gevoeligheid

Politici schrijven soms zelf geschiedenis. Maar ze moeten zich hoeden voor de pretentie dat ze ook aan geschiedschrijving kunnen doen. Want dat wekt de indruk dat er iets bestaat als een officiële, politiek gefiatteerde, geschiedenis die een hogere waarheid in pacht heeft dan de geschiedschrijving waaraan de officieuze historici werken.

Zeker als politici in het ene land zich gaan bemoeien met de historiografie in het andere land, gaat het dan snel mis. Dat dreigt nu ook te gebeuren met de VS en Turkije.

Gisteren heeft een commissie uit het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden met een nipte meerderheid een motie aangenomen waarin de massamoord op de Armeniërs in het toenmalige Ottomaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog als „genocide” wordt veroordeeld.

Het gaat primair om de woordkeus. Het begrip genocide heeft een politieke lading. Voor Armeniërs is het woord een erkenning van de massaslachting die tussen 1915 en 1923 is aangericht. Voor Turken is het begrip onverteerbaar omdat het voorbij zou gaan aan de complexiteit van de politieke en etnische verhoudingen binnen en buiten het Ottomaanse Rijk. In het streven naar stapsgewijze normalisering van de betrekkingen met Armenië, die vorig jaar vorm kreeg met een principeakkoord, is Turkije hooguit bereid in te stemmen met historisch onderzoek door internationale experts.

Het Huis van Afgevaardigden is niet het eerste parlement dat zich per motie uitspreekt over de Armeense genocide. Soms gaat het daarbij niet alleen om het historische lijden van de Armeniërs maar ook om de eigentijdse positie van Turken. Voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 werd er in Nederland een punt van gemaakt dat kandidaten van Turkse afkomst, zoals de latere staatssecretaris Albayrak (PvdA), de Armeense genocide niet of niet expliciet genoeg veroordeeld hadden. Deze kritiek klonk, toen de campagne voorbij was, al minder luid. Dat wijst erop dat de genocide ook als een politiek issue hier en nu werd gebruikt.

In Turkije gebeurt dat zeker. Hoewel het onzeker is of de resolutie ook door het voltallige huis wordt aanvaard, is de Turkse ambassadeur al teruggeroepen. Volgens de regering in Ankara is het denkbaar dat het Turkse parlement nu het akkoord met Armenië niet zal ratificeren, ook al zegt ze zelf wel te willen doorgaan met het herstel van de betrekkingen.

President Obama, die bij monde van minister Clinton van Buitenlandse Zaken woensdag heeft geprobeerd om de stemming in het Huis te voorkomen, moet nu de schade voor de verhoudingen met de ooit zo trouwe bondgenoot proberen te beperken. De rol van Turkije in het Midden-Oosten en het Zwarte Zeegebied is zo belangrijk dat Amerika het zich niet kan veroorloven dat Turkije zich nog meer vervreemdt.

Die hersteloperaties kunnen leiden tot dubbele schade. Als de volksvertegenwoordiging nu toch onder het juk van de president doorgaat, wordt een historisch oordeel wederom onderworpen aan politieke motieven. De waarheid over de genocide wordt zo eerder geschaad dan bevorderd.