Thema voor 9 juni: méér immigratie

Als de economie weer gaat draaien, hebben we niet alleen hoogopgeleiden nodig, maar juist ook allerlei ‘handjes.’

Hoog tijd voor een actief immigratiebeleid.

De werkloosheid kruipt langzaam naar zes procent van de beroepsbevolking. Dit jaar kunnen een half miljoen mensen zonder werk thuiszitten, of ze nu laag- of hoogopgeleid zijn. Het economisch herstel laat vooralsnog op zich wachten.

De komende verkiezingscampagne zal ongetwijfeld gaan over ‘werk, werk, werk’. Wat zou er dan logischer zijn dan in tijden van crisis en werkloosheid de grenzen te sluiten? Het CDA maakt zich zorgen over in Nederland ontslagen Polen die een uitkering krijgen. En de PVV wil de arbeidsmarkt dichtgooien voor Bulgaren en Roemenen „die onze mensen in de WW houden en drijven”.

Een andere, meer gedurfde keuze is veel verstandiger: het actief binnenhalen van honderdduizenden arbeidskrachten in de komende decennia. Dat klinkt vreemd, maar is het niet. De hoge werkloosheid van vandaag is nauw verbonden aan de recessie. De afgelopen jaren heeft de arbeidsmarkt juist behoorlijke tekorten vertoond. En die gaan in de toekomst onherroepelijk oplopen. Minder dan drie jaar geleden trok ondernemersorganisatie MKB-Nederland aan de alarmbel omdat de personeelstekorten „de grootste bedreiging voor de economie” waren. Het kabinet zocht toen naar vrijwilligers om de zorgbedden bemand te krijgen.

Voornaamste boosdoeners bij personeelstekorten zijn economische groei en vergrijzing. Vanaf 2011 gaat de babyboomgeneratie met pensioen en zal volgens het CBS de potentiële beroepsbevolking tot 2040 met één miljoen dalen. Omdat het aantal kinderen per vrouw ook structureel is afgenomen, zal de werkende bevolking in Nederland relatief klein blijven. Intussen neemt de vraag naar (zorg)diensten toe: in 2025 is in de gezondheidszorg alleen al extra werk voor liefst 470 duizend mensen, berekende het Zorginnovatieplatform. Maar waar halen we deze billenwassers en zielenknijpers vandaan?

Ook in andere sectoren wordt structurele krapte op de arbeidsmarkt de norm. In het onderwijs, de meest vergrijsde bedrijfstak in Nederland, gaat de komende vijftien jaar zeker de helft van het personeel met pensioen. Daarnaast zitten de overheid, de landbouw en de industrie propvol babyboomers.

De economie zal de komende jaren naar verwachting weer groeien. En de verzorgingsstaat gaat op volle toeren draaien, doordat een groeiende groep ouderen diensten afneemt, zonder te produceren. Daarom staat ons een een grootschalig en langdurig gevecht om de werknemer te wachten. Niet alleen in Nederland tussen verschillende werkgevers en sectoren, maar óók tussen Europese landen.

Met name in Italië, Duitsland en Hongarije is de vergrijzing veel ernstiger. De arbeidsmarkt in geheel Europa komt volgens SEO Economisch Onderzoek in 2050 mogelijk 35 miljoen werkenden tekort.

Wat te doen? Veel landen kiezen voor beleid om mensen meer uren, tot op hogere leeftijd en vooral slimmer (efficiënter) te laten werken. Zo ook de demissionaire Nederlandse regering. De AOW-leeftijd wordt in principe verhoogd. In de zorgsector kijkt men naar technologische ontwikkelingen die zorg met minder personeel mogelijk moeten maken.

Het beter inzetten van de huidige personeelsvoorraad zal echter niet voldoende zijn. Daarvoor zijn de dreigende arbeidstekorten te omvangrijk. Daarom moet in de komende verkiezingen het grootste taboe-onderwerp sinds Scheffer, Fortuyn en Wilders op de politieke agenda komen: herinvoeren van een actief immigratiebeleid voor tijdelijke werknemers van buiten Europa.

Het gaat daarbij niet alleen om de hoogopgeleide zogenaamde ‘kenniswerkers’ waar al langdurig mee geflirt wordt (zij worden niet als bedreiging gezien voor de sociale samenhang in Nederland), maar juist om – wat oneerbiedig gezegd – handjes. Aan het bed in het verpleeghuis, achter het stuur van de tram, in het conciërgehok van de school. Juist voor laagopgeleid personeel zullen de komende decennia werkplekken vrijkomen, die Nederlanders onmogelijk allemaal kunnen opvullen.

Wie dit beeld overdreven vindt, raad ik aan te kijken naar de arbeidsmarkt in andere Europese landen en de Verenigde Staten. Er is in de zorgsector al een ware veldslag om de werknemer uitgebroken, en die race dreigt volledig aan ons voorbij te gaan. In Zwitserland is een structureel deel van het zorgverlenend personeel buitenlands en het xenofobe Japan heeft een wet aangenomen om Filippijnse werknemers toe te laten. Het Verenigd Koninkrijk is actief bezig operatiekamerpersoneel binnen te halen. En in de VS is volgens econoom Howard Rosen op termijn een extra immigratiegolf noodzakelijk omdat de bevolking uit te veel hoogopgeleiden bestaat, die geen simpel zorg- en dienstwerk willen doen.

Natuurlijk is slimmer en langer werken van de eigen beroepsbevolking de eerste voorwaarde om de vergrijzing op te vangen – naast een bezinning op de vraag hoe volledig de staatszorg in de 21ste eeuw kan zijn.

Maar buitenlanders zijn niet eng en zielig. Nederland heeft heel wat welvaart te verliezen. Om dat te voorkomen moeten we mensen van buiten de landsgrenzen juist de kans geven in die welvaart te delen.

Joop Hazenberg schreef het boek Change en is voorzitter van denktank Prospect.

Meer over de auteur op changegeneration.nl