Rintje

‘Eindelijk is de regen gestopt,’ zegt mama. ‘Waarom ga je niet naar Tobias? Dan kunnen jullie lekker buitenspelen.’

‘Dat was ik al van plan!’ zegt Rintje. ‘Je kan mijn gedachten lezen!’

Op straat liggen nog overal plassen. Rintje springt midden in een grote plas en schudt daarna zijn vacht uit. Een heerlijk gevoel is dat!

Als hij aanbelt bij Tobias doet de moeder van Tobias open. ‘Tobias is al naar buiten’, zegt ze. ‘Hij is op het veldje in het bos, waar jullie wel vaker spelen.’

Rintje rent er naartoe en vanuit de verte ziet hij Tobias op het gras liggen. Wat is hij aan het doen? Tobias heeft zijn voorpoten voor zich uitgestrekt en drukt met een oor tegen de grond. Zijn achterlijf steekt omhoog en zijn staart staat kaarsrecht in de lucht.

Opeens weet Rintje het! Tobias speelt voor radio. Dat heeft hij wel vaker gedaan. Zijn staart is een radioantenne waarmee hij kan horen wat er in de verte aankomt.

‘Wat hoor je allemaal vandaag?’ vraagt Rintje.

‘Van alles’, zegt Tobias. ‘Zo komt er op de weg langs het bos een auto voorbij.’

En inderdaad rijdt er even later een auto langs. Rintje zwaait. De auto toetert terug.

‘En nu hoor ik een paar fietsen’, zegt Tobias. ‘Ze zijn nog ver weg, maar ze komen deze kant op.’

Na een paar minuten rijden er drie dames op hun fiets voorbij. Alle drie laten ze hun fietsbel rinkelen als ze Tobias en Rintje zien. Ze zwaaien en Tobias en Rintje zwaaien terug.

‘En nu hoor ik in de verte een brandweerauto’, zegt Tobias.

‘Daar heb je geen antennestaart voor nodig’, lacht Rintje. ‘Die kan ik met mijn oren ook horen. Kan je ook dingen horen die bijvoorbeeld pas vanavond of morgen voorbij gaan komen? Dingen die heel erg ver weg zijn?’

‘Ja’, zegt Tobias. ‘Als ik heel erg stil ben dan kan ik dat. Doe maar met me mee.’

Rintje legt nu ook zijn oor tegen de grond.

‘Als je heel erg goed luistert, dan hoor je de lenteboem!’ zegt Tobias.

‘De lenteboem?’ zegt Rintje. ‘Wat is dat?’

‘Dat is het geluid van de aarde als de lente eraan komt’, zegt Tobias.

Rintje probeert heel goed te luisteren maar hij hoort niks. Muisstil blijven ze allebei tegen de grond aan gedrukt.

‘Ja!’ zegt Tobias. ‘Daar hoor ik het. Boem, boem boem, boem! Heel zachtjes, maar het komt steeds dichterbij.”

Nu hoort Rintje het ook.

Op weg naar huis komen ze de boswachter tegen. ‘Zo jongens, weer lekker aan het buiten spelen?’ zegt hij. ‘Heerlijk dat de lente er weer aankomt hè?’

Tobias en Rintje knikken allebei. ‘Zie je wel’, zegt Tobias. ‘De boswachter heeft de lenteboem ook gehoord. Nu wordt het echt lente.’