Primitieve held

De weerwolf is van symbool van verderfelijke beestachtigheid en lust veranderd in een begeerlijk mantype, een onbehouwen spierbundel die veel vrouwen aanspreekt. Ook vrouwen kunnen tegenwoordig weerwolf zijn en hun dierlijke kant tonen.

Meisjes, hoed je voor de wolf op twee benen! Ook een keurige edelman kan op een maanverlichte nacht veranderen in een wild beest, smachtend naar vrouwenvlees. De oude zigeuners zeiden het al: ‘Even a man who is pure at heart, and says his prayers by night, can become a wolf when the wolfbane blooms, and the autumn moon is bright.’ Dat laatste is niet echt een oude zigeuneroverlevering, maar werd verzonnen door scenarist Curt Siodmak voor de weerwolfklassieker The Wolf-Man uit 1941. Onlangs ging de remake in première, met Benicio del Toro in de rol van het gevaarlijke mensbeest. Het vormt het toevallige startsein voor een reeks films en televisieseries waarin de weerwolf de hoofdrol speelt. Na de plotselinge populariteit van de koelbloedige, aristocratische vampier vorig jaar, is in 2010 de explosieve, lustgedreven weerwolf aan de beurt.

Op de planning staan nieuwe versies van Teen Wolf met Michael J. Fox uit 1985 en van de komische horrorklassieker An American Werewolf in London (1981). In de populaire BBC-serie Being Human wordt de rol van de weerwolf prominenter, en hij duikt komend seizoen ook op in het door vampieren geteisterde plaatsje Bon Temps, in de serie True Blood. Ellen Page zal de hoofdrol gaan spelen in Jack and Diane, een lesbisch-weerwolven-liefdesdrama, verwacht in 2011. Regisseur Catherine Hardwicke, van de eerste Twilight-film, werkt aan een grimmige, freudiaanse versie van Roodkapje (oorspronkelijk een weerwolfverhaal): The Girl with the Red Riding Hood. En de Amerikaanse televisiezender Fox maakt op dit moment een serie over vier vrijgezelle weerwolfvrouwen in New York, getiteld Bitches.

Afgelopen najaar kregen we al een voorproefje met Twilight: New Moon, waarin de massief gespierde en grotendeels halfnaakte Taylor Lautner de weerwolf transformeerde tot sekssymbool.

Nu is de weerwolfmetafoor vaker verbonden geweest met seksualiteit, maar meestal in waarschuwende in plaats van aanbevelende zin. De oorspronkelijke, vroeg-middeleeuwse parabel over Roodkapje was seksuele voorlichting avant la lettre. Het rode manteltje moet – impliciet – suggereren dat het jonge meisje Roodkapje recentelijk de vruchtbare leeftijd heeft bereikt. Prompt dienen zich dan in het bos pratende en wandelende wolven aan die als enig doel hebben dit smakelijke hapje met huid en haar te verslinden. Mooi niet, waarschuwen grootmoeders van alle tijden.

Zoals in de van symboliek doordrenkte freudiaanse filmnachtmerrie The Company of Wolves (1984). Alle mannen zijn beesten, leert filmoma Angela Lansbury daarin haar puberende kleindochter Sarah Patterson, en: trap niet in hun mooie praatjes: The sweetest tongue has the sharpest teeth. Ook de oma in de korte film Blood Reunion (2001) houdt haar kleinkind angstvallig binnen. „I must die a virgin, or die violently”, vertelt die een aanbidder. Alleen is dat in dit geval omdat zijzelf de weerwolf is.

In films duikt misschien af en toe een vrouwelijke weerwolf op, in de overlevering is het meestal een man. Een van de oudste weerwolfverhalen is de Griekse mythe over koning Lycaon die door Zeus in een wolf werd veranderd.

In de Middeleeuwen, toen er nog zo’n 30.000 wolven door de Europese bossen zwierven, was de weerwolfmythe populair. Hongerige wolven woelden nieuwe graven open en deden zich tegoed aan verse lijken; een gruwel die het makkelijkst met een monster kon worden verklaard. Sommige opgepakte seriemoordenaars probeerden zichzelf vrij te pleiten door te beweren dat ze hun daden als weerwolf hadden begaan – ze hadden er dan immers zelf geen controle over. Er zijn ook gevallen bekend van mannen die na marteling toegaven een weerwolf te zijn.

Het bestaan van angstaanjagende en in die tijd moeilijk verklaarbare ziektes voedde het bijgeloof. Zoals hypertrichose, dat hevige haargroei, ook in het gezicht, veroorzaakt. Of porphyria, waarbij patiënten overgevoelig zijn voor licht, en littekens krijgen in het gezicht. Ook hondsdolheid, na een honden- of wolvenbeet, dat resulteerde in krankzinnigheid sprak tot de verbeelding.

Ook bestaat er een psychische aandoening waarbij de patiënt daadwerkelijk gelooft op gezette tijden in een wolf (of een ander dier) te veranderen. Deze geestesziekte is later klinische lycantropie gedoopt. Psychiaters gaan ervan uit dat het een vorm is van schizofrenie, waarbij de patiënt een dierlijk alter ego creëert om onderdrukte (seksuele) agressie op te projecteren.

En dan is er natuurlijk nog die vreemde, gevreesde aantrekkingskracht van de volle maan. Rond dit natuurverschijnsel doen zich allerhande goed en minder goed te verklaren zaken voor, die hebben geleid tot verhalen over heksen, zombies, monsters en weerwolven.

Zo schijnen dieren rond de volle maan vaker mensen te bijten, hebben mensen meer last van epileptische aanvallen, en zijn psychiatrische patiënten er over het algemeen nog slechter aan toe dan normaal. Ook zijn er rond de volle maan meer geweldsincidenten, een toename van straatroven en andere criminaliteit, en gebeuren er vaker auto-ongelukken. Beroemde seriemoordenaars als Pietro Pacciani (Het monster van Florence) en Jack the Ripper pleegden veel van hun gruwelijke daden tijdens een vollemaansnacht.

De verklaringen voor de vermeende invloed van de maan variëren van wild speculatief (de maan trekt water aan, mensen bestaan voor een groot deel uit water) tot broodnuchter: bij volle maan kun je ’s nachts beter zien. Niet alleen zijn er dan sowieso meer mensen op straat – en hoe meer mensen, hoe meer problemen – ook vormt zo’n verlichte nacht het perfecte decor voor diverse gradaties van kattenkwaad: licht genoeg om te zien wat je doet, maar donker genoeg om niet betrapt te worden.

De verontrustende invloed van de maan op de mens staat centraal in het verhaal Suo Marito (Haar echtgenoot) van Luigi Pirandello uit 1911, in 1984 als Mal di Luna (Maanziekte) verfilmd door de gebroeders Taviani in het drieluik Kaos. Een jonge echtgenoot wordt hier zo wild van de maan dat zijn kersverse vrouw hem elke 28 dagen buiten moet sluiten en ramen en deuren vergrendelen. Wanneer zijn broer bij hen in huis komt om op de jonge vrouw te passen, blijkt de maan ook bij haar primitieve impulsen te doen ontwaken. Terwijl haar man buiten krijst en jankt tegen de maan, jaagt zij binnen lustig op zijn broer. Het verhaal eindigt met de hereniging van het paar – iedereen heeft zo zijn gebreken, is de moraal.

De Hollywoodverbeelding van de weerwolf, die bestaat sinds de film The Werewolf uit 1913, berust grotendeels op dit idee van dualisme in de mens. Het is het Dr. Jekyll en Mr. Hyde-principe: goed en kwaad huizen in één borst. Bij sommige mensen onder sommige omstandigheden krijgt dat kwaad de overhand; die mensen veranderen op dat moment – letterlijk – in monsters. Opvallend is dat voor die ‘afwijking’ in de meeste weerwolffilms een groot mededogen bestaat. Zeker, de weerwolf is gevaarlijk, maar hij is toch vooral een gekwelde ziel, die zijn vernietigende geweldserupties vaak wel wil maar niet kan beheersen. Het moment dat Lon Chaney Jr. in The Wolf-Man (1941) door zijn vader wordt gedood is ronduit verdrietig – ook al is hij dan een moorddadig beest.

David J. Skall, schrijver van het boek The Monster Show, een culturele geschiedenis van de horror, verklaart de populariteit van de weerwolf in de jaren veertig met het feit dat voor de tweede keer in korte tijd een vernietigende geweldsstorm over de wereld raasde – die onmogelijk leek te kunnen worden gestopt of beheerst, al wilden velen dat wel.

Nu staat ‘het beest in de mens’ natuurlijk niet alleen voor het onbeheersbare kwaad, maar ook voor de lastig te bedwingen wilde, de oermens in ons, in seksuele zin. In een vroege soortgenoot van de weerwolffilm: Cat People, uit 1941, weigert de hoofdpersoon met haar kersverse echtgenoot het huwelijk te consumeren, omdat ze bang is dat dit haar in een bloeddorstig wezen zal doen veranderen. Ook de weerwolf symboliseert vaak de onderdrukte, primaire lustgevoelens die in elke mens (maar in Hollywood nog altijd meestal de man) schuilen. In The Howling (1981) heeft de gestoorde psychiater Dr. Waggner zelfs een soort vakantiepark ingericht, waar mensen (in dit geval dus weerwolven), ongestoord die wilde kant van zichzelf kunnen loslaten. Een vrouw die er wordt geïntroduceerd als nymfomane, blijkt – uiteraard – een weerwolf. Wanneer zij seks heeft met een getrouwde man, transformeren beiden tijdens de daad in beesten. In gesproken columns voor de televisie verdedigt Dr. Waggner zijn theoriën: „Repressie is de oorzaak van neuroses en zelfhaat. Als we onze neigingen onderdrukken ontstaat stress. […] We mogen het dier, het beest in onszelf niet negeren.”

Maar ondanks dit soort teksten is deze film, evenals veel van zijn soortgenoten, natuurlijk juist een pleidooi voor repressie van onze primitieve kant – de beschaafde mens wint het altijd van het beest. Met Dr. Waggner en zijn weerwolvenpark loopt het vanzelfsprekend niet goed af.

De periode dat het beest in de mens zich voor het eerst roert en het meest dominant is, is waarschijnlijk de puberteit – de periode van het seksueel ontwaken. De weerwolf is dan ook vaak een metafoor voor adolescentie. De uiterlijke kenmerken van het beest komen overeen met de transformatie van jongen tot man, zij het wat heviger: het snelle groeien, haar dat opeens overal opduikt, de stem die een paar octaven zakt tot een angstaanjagend grommen, plus een moeilijk te beheersen driftleven dat plotseling de dienst uitmaakt.

Commercieel gezien was er ook een goede reden om de weerwolfmythe op het witte doek te paren aan puberteit: tienerjongens waren decennialang de belangrijkste doelgroep voor horrorfilms. Films als I was a teenage werewolf (1954) en Teen Wolf (1985) leggen de relatie zelfs expliciet.

Dat doet ook de Canadese cultfilm Ginger Snaps (2000), maar dan vanuit een vrouwelijk perspectief. Ook daar zijn goede redenen voor – waarom bijvoorbeeld is de maancyclus precies even lang als de menstruatiecyclus? Dat laatste onderwerp komt in Ginger Snaps expliciet en uitvoerig aan bod. De eerste keer dat de 16-jarige sociale outcast Ginger ongesteld is (in haar eigen woorden: „I have the curse”) wordt ze in het bos gebeten door een wild beest. In de periode daarop gaat ze zich uitdagender kleden, jaagt ze plots achter alle kerels aan, is ze seksueel initiatiefrijk, veeleisend en dominant. Tot zover niets mis. Maar ze wordt ook egoïstisch, onuitstaanbaar, hysterisch en ronduit gewelddadig. Het duurt niet lang eer er doden vallen, en uiteindelijk wordt Gingers korte seksueel geëmancipeerde periode haar fataal. De wolf in jezelf loslaten wordt ook in deze film niet aanbevolen.

Inmiddels is dat anders. De laatste jaren zijn er tientallen romantische dan wel erotische boeken verschenen, veelal van vrouwelijke schrijvers, waarin een weerwolf de woest aantrekkelijke held voorstelt. Titels als Seducing the Wolf, The girl’s guide to werewolves, Racing the moon en Shiver zeggen wat dat betreft genoeg. In deze boeken moet het beest in de man vooral niet worden onderdrukt. Integendeel: de licht ontvlambare, hartstochtelijke, ruwe, gespierde manbeesten vormen er een masculien ideaal. Kennelijk is het in deze tijd niet meer verkeerd of gevaarlijk om je primitieve kant zo nu en dan te laten triomferen – het is zelfs aantrekkelijk. Dat krijg je van al te veel beschaving, en van de lange heerschappij van aalgladde, gecoiffeerde, zoetgevooisde metroseksuelen (zie vampier Edward in Twilight). De echte man is terug, en hij stroopt niet alleen konijnen in het bos.

Dit mannelijk ideaalbeeld van de weerwolf heeft ook in de film een vertaling gekregen. De filmweerwolf van nu is wild, ongeremd, onaangepast en onweerstaanbaar. Acteur Michael Sheen (die eerder verrassend genoeg een volmaakt zijige Blair neerzette in The Queen) heeft in de serie Underworldmet zijn lange leren jas en blote bast dat beeld mede bepaald. Ook Hugh Jackman als Wolverine, hoewel niet echt een weerwolf, draagt eraan bij. En natuurlijk Jacob (Taylor Lautner) uit Twilight, met zijn explosieve aard, zijn dominante gedrag, zijn adembenemende spierpartijen en – klassiek – zijn snelle motor. Schrijvers en filmmakers hebben de weerwolf, het beest in de man, de laatste jaren succesvol gekoppeld aan het klassieke ‘rebel’-filmpersonage. Maar in plaats van tatoeages en leren jassen dragen deze bad boys bont.

Waarom spreekt de figuur van de weerwolf plots zo’n enorm (voornamelijk vrouwelijk) publiek aan? Hebben we inderdaad onze bekomst van al te veel beschaving? Verlangen we terug naar iets primairs, iets natuurlijks? Dat de weerwolf dicht bij de natuur staat, zal in deze milieubewuste en klimaatbezorgde tijden wellicht aantrekkelijk lijken. In veel weerwolffilms zitten scènes waarin de hoofdpersoon naakt door het bos rent – al dan niet in een droom. Maar een deel van de verklaring schuilt natuurlijk ook in de veranderde positie van de vrouwelijke seksualiteit. Moesten vrouwen in oma’s tijd vooral uit de buurt blijven van de wolf, die in het bos, en die in zichzelf, tegenwoordig mogen ze openlijk aan die kant van zichzelf toegeven.

In de populaire cultuur, series als Sex and the City, of het nummer She-Wolf van Shakira, waarin zij haar innerlijke wolf loslaat, wordt dit zelfs expliciet gepropageerd. Was de wolf, ofwel de lust, ooit een bedreiging, nu geven we eraan toe en genieten we ervan. In 1984 waarschuwde oma in The Company of Wolves voor de wolf in de man, in Blood Reunion (2001) is de vrouw zelf de wolf.

In de film Wolf (1994) zegt Michelle Pfeiffer tegen weerwolf Jack Nicholson: „Ik heb nog nooit een aardige man ontmoet die zo naar me kijkt als jij.” ‘Zo’ wil zeggen: gretig, met nauwelijks te bedwingen begeerte. En daar is tegenwoordig niets meer mis mee. Want zoals de moeder in The Company of Wolves, de zorgelijke grootmoeder al terecht wijst: „If there’s a beast in men, it meets its match in women too.”