Overspeel je hand niet in het ranzige Rabat

Kees Beekmans: Sirocco. L.J. Veen, 176 blz. € 19,95.

Een paar jaar geleden verhuisde Kees Beekmans van Amsterdam naar Rabat, Marokko. Tot die tijd gaf hij Nederlandse les aan leerlingen op een zwarte school. Over hun vaak moeizame taalverwerving en over hun dagelijkse beslommeringen schreef hij interessante, vaak ook vermakelijke verhalen, gebundeld in Eén hand kan niet klapt (2004) en De jeugd van tegenwoordig (2006). In Rabat volgde Beekmans zelf lessen Arabisch en probeerde een sociaal leven op te bouwen. In Marokko voor beginners (2007) deed hij verslag van zijn inburgeringsperikelen. Er was veel leven in de brouwerij, zo viel te lezen, maar er was ook veel corruptie. De mensen waren gastvrij, maar soms ook erg wantrouwend. De vrouwen waren vaak hartelijk en meegaand, maar soms ook akelig berekenend.

Over Marokko schreef Beekmans nu geen autobiografisch relaas, maar een roman, Sirocco. Hoofdpersoon is de 37-jarige journalist Vincent die zijn geluk beproeft in een verwarrende islamitische samenleving, waarin uitbuiting, onderbetaling, werkloosheid en armoede bepalende factoren zijn. Tijdens het bezoek aan een kamelenrace ontmoet hij de 34-jarige Franse fotograaf Alain, een andere vreemde eend in de bijt.

Sirocco gaat over de wat merkwaardige vriendschap tussen de druistige Fransman en de veel bedeesdere Vincent. Zijn leven krijgt, om met Beekmans te spreken, een ‘boost’ door de omgang met Alain. Zijn reportages worden indringender, hij durft meer en wordt ook wat besluitvaardiger in de omgang met al te grijpgrage Marokkanen. Toch blijft hij in vergelijking met zijn Franse vriend een brave borst. Alain gaat regelmatig met iemand op de vuist, onder het motto: ‘het is slaan of geslagen worden’. En hoewel hij een vaste vriendin heeft, kan hij het niet laten om steeds weer nieuwe vrouwen op te pikken in ‘ranzige tenten’. Vincent beperkt zich, tenzij hij in het kielzog van zijn vriend echt niet anders kan, tot de 40-jarige Nadia. Over haar wordt gezegd dat zij ‘vroeger een schoonheid moet zijn geweest’.

Vanaf het begin laat Beekmans doorschemeren dat het niet goed af gaat lopen met de Fransman. Hij overspeelt zijn hand door op fotoreportage te willen in een buitenwijk van Rabat, waar mensen op en rondom een vuilstortplaats wonen. Iedereen raadt hem af zich in dit broeinest van zelfmoordterroristen, drugsdealers en fundamentalisten te begeven. Maar Alain gaat toch op pad. Hij wordt zelfs een regelmatige bezoeker van het vuilnisdorp als er een mooie jongedame blijkt te wonen. Hij moet het met de dood bekopen.

Er kleeft iets ongemakkelijks aan deze roman. Ik weet niet goed wat de status ervan is. Sirocco zou een thriller kunnen zijn, met een lijk aan het eind, maar zonder aanwijsbare dader. Of een avonturenverhaal over een Franse neo-koloniaal die heer en meester denkt te zijn in Marokko en dan, moraal, zijn verdiende loon krijgt. Of moeten we er een sociaal-realistische roman in zien, met veel begrip voor de arme drommels die uit lijfsbehoud wel misbruik moeten maken van de rijke import-Arabieren?

We krijgen, hoe dan ook, een weinig rooskleurig beeld van het leven in Rabat en andere Marokkaanse steden. Van ‘de spreekwoordelijke warmte en gastvrijheid van de Marokkanen’, waarvan ergens halverwege de roman een keer wordt gerept, valt in de praktijk weinig te bespeuren. Geen wonder dat Vincent na de gewelddadige dood van zijn vriend snel terugkeert naar Nederland.

Beekmans perste terrorisme, vrouwenonderdrukking, uitzichtloze armoede en andere sociale misstanden in een schelmenroman met thrillereigenschappen. Ik denk dat hij net iets te veel hooi op zijn vork nam.