Oud-NAVO-chef: Afghanistan toont crisis bondgenootschap

De NAVO staat aan de rand van de afgrond, volgens haar voormalige secretaris-generaal Lord Robertson, die het bondgenootschap leidde van 1999 tot 2004. En het Nederlandse besluit om de troepen voor het eind van het jaar terug te trekken uit Afghanistan heeft de aard van de crisis binnen de NAVO scherp aan het licht gebracht.

Nederland heeft in Afghanistan een waardevolle bijdrage geleverd, aldus Robertson dinsdag in een toespraak in Washington, net als Canada dat zijn militairen naar verwachting eveneens zal terugtrekken. „Maar als deze twee stevige bondgenoten, én degenen die overwegen hetzelfde te doen, én degenen die minder bijdragen dan ze zouden moeten, als die allemaal kunnen wegduiken voor hun verplichtingen die voortvloeien uit het besluit dat we in 2003 unaniem hebben genomen, dan is dit toch een crisis?”

Als we voortijdig Afghanistan verlaten weten we allemaal wat er gebeurt, aldus de Schotse voormalige NAVO-chef. „Als de Talibaan en hun bondgenoten de meest succesvolle militaire alliantie in de geschiedenis kunnen verslaan, waarom zouden ze dan stoppen in Afghanistan? Dat zullen ze niet doen en dat weten we allemaal.”

Nederland, stelt Robertson, „is maar één gevallen regering, één verdeeld parlement, één gepolariseerde bevolking en één verbijsterd leger. Maar ook de publieke opinie in Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en zelfs het Verenigd Koninkrijk neigt ernaar de troepen terug te trekken en de handen omhoog te steken.”

En waarom is dat? vraagt Robertson retorisch. „Omdat regeringen niet met voldoende kracht en hartstochtelijke overtuiging uitleggen waarom het er voor de veiligheid van onze bevolkingen toe doet dat we in Afghanistan zijn en dat we winnen.” Het is niet genoeg dat de secretaris-generaal van de NAVO en zijn voorgangers dat zeggen. „Politieke leiders overal in het bondgenootschap moeten dat hoognodig doen.”

Vorige week signaleerde Robertsons opvolger De Hoop Scheffer in deze krant in minder harde woorden hetzelfde probleem. „We zijn er in Europa nooit in geslaagd om duidelijk te maken dat de militaire missie in Afghanistan noodzakelijk is om je teweer te kunnen stellen tegen het terrorisme”, zei hij. „Het is de Nederlandse regering, en ook mijzelf als secretaris-generaal, niet gelukt dat op een overtuigende manier over te brengen. Dat wreekt zich nu.”

Robertson vindt dat het nu hoog tijd is om „de bokshandschoenen uit te doen” en onverbloemd de inwoners van de NAVO-landen en hun politieke leiders wakker te schudden. „We staan aan de rand van een afgrond en kijken neer op een wereld van toenemende wanorde en ontevredenheid. Alleen door klare taal te spreken kunnen we voorkomen dat we naar beneden storten.”

Toespraak Robertson via nrc.nl/buitenland