Naar Bagdad met de auto om te zien of er vooruitgang is

Arnon Grunberg keert terug naar Bagdad en doet verslag van zijn belevenissen. Eerste aflevering.

Ruim een jaar geleden vloog ik van Istanbul naar Bagdad. Het was mijn tweede reis naar Irak. Terwijl ik uit het vliegtuigraam naar de Turkse bergen keek, bekroop mij het verlangen de reis per auto te maken.

Als er in Irak vooruitgang was geboekt, dan moest Bagdad per auto kunnen worden bereikt en zo niet, dan wisten we dat ook weer.

Hoewel het er maar vanaf hangt hoe je ‘vooruitgang’ definieert. Ik zou zeggen: vooruitgang is minder lijden.

Ook deze definitie is bedenkelijk. Het lijden uitroeien kan onvoorziene neveneffecten hebben.

Woensdagavond arriveerde ik in Grand Hotel de Londres in Istanbul. Een betrekkelijk vervallen hotel met een bar waar een grote motor staat, maar iedereen die beweert artiest te zijn krijgt vijfentwintig procent korting op de kamerprijs. Ik had geen scherfvest of helm bij me, bezoek aan het Amerikaanse leger zou worden overgeslagen.

Alleen ging ik deze reis niet maken. Tot de Irakese grens zou Gül meegaan als tolk. Gül woont al jaren in Nederland, zij heeft een Turks-Nederlands/ Nederlands-Turks woordenboek geschreven. Van de zomer logeerde ik bij haar zus toen ik ‘embedded’ was in de Vinex-wijk Leidsche Rijn.

Dan was er de chauffeur, Umit, die ons tot de grens zou rijden. Vandaar zou een Irakese chauffeur het overnemen.

En ook Eva zou meegaan, een kunstenares die bij mijn vorige reizen vanuit Nederland geassisteerd had maar die nu zelf wilde zien hoe het eraan toeging in Irak.

Met Gül had ik alleen contact gehad per e-mail. Toen ik haar woensdagavond op haar kamer in Hotel de Londres belde zei ze: „Kunnen we morgen kennismaken? Ik heb twee nachten niet geslapen.”

We spraken af elkaar donderdagochtend te ontmoeten in de ontbijtzaal van Grand Hotel des Londres.

Gül herinnerde mij aan een van mijn nichtjes die in een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever woont. Dezelfde kuise kleding, hetzelfde volle en tegelijkertijd spitse gezicht, hetzelfde kapsel, dezelfde hoge, zangerige stem.

Ze vertelde dat ze geesteswetenschappen had gestudeerd maar dat ze nu werk zocht, het maakte niet meer uit wat voor werk.

Vrienden en familieleden hadden haar opgedragen een Turkse man te vinden op deze reis. Ze hadden haar een bezoek aan een schoonheidssalon aangeboden, maar dat had ze afgeslagen.

Een echt bevredigend antwoord waarom ik met de auto van Istanbul naar Bagdad wilde, had ik nooit kunnen geven.

Misschien was dit het antwoord: om een man voor Gül te vinden.

(wordt vervolgd)