Klem door de dikkemensenemancipatie in de lucht

Dikke mensen hebben ook recht op vliegen, ook als ze deels op jouw stoel zitten. De stewardess weet het politiek correct op te lossen.

Het vertrek was al niet zo gelukkig. Vliegtuig kapot, vertraging van onbekende duur. De medepassagiers reageerden met de passieve agressie die Amerikanen zo voortreffelijk beheersen. Geen stemverheffing, geen openbare woede. Lach de tanden bloot en blijf informeren bij de balie. Sorry hoor, sorry dat ik hier weer ben, maar ik, sorry hoor, ik dacht dat u misschien al zou kunnen zeggen wanneer wij gaan opstijgen?

Zo passeerden vele uren voordat ik eindelijk het toestel kon instappen. En toen was er pas echt een probleem.

Op stoel 10A zat een zwaarlijvige mevrouw die haar best had gedaan de stoelleuning naar beneden te klappen. Het was haar bijna gelukt. Op 10C zat een nog dikkere mevrouw die blijkbaar meer ervaring met dit vraagstuk had. Zij deed alsof er geen leuning bestond, zodat een flink deel van haar overgewicht op 10B rustte. Mijn stoel.

Ik probeerde het met de groet die we hier nu eenmaal niet letterlijk nemen. „Hoe gaat het met u?”

Zij gaf de standaardreactie – „En met u?” – maar haar intonatie en lichaamstaal gaven het werkelijke antwoord. Zij keek me in de ogen en was dus in het geheel niet van plan excuses te maken voor haar omvang. Dikkemensenemancipatie.

Zo langzaam mogelijk legde ik mijn spullen in het bovenvak. Ze bewoog geen centimeter. Ik zocht naar een krant in mijn rugzak. Toen naar een boek. Toen naar het mandarijntje dat ik nog ergens moest hebben. Geen beweging. Ik pakte mijn telefoon en deed alsof ik nodig nog mijn e-mail moest checken. Haalde allemaal niks uit. Ze zat waar ze zat.

Ik besloot maar te vragen of ik, sorry hoor, misschien mijn plaats mocht innemen. Zwaar hijgend werkte ze zich uit haar stoel de vliegtuiggang op en liet me passeren zonder een woord te zeggen. Nog maar net had ik mijn plaats bezet of ook zij maakte aanstalten haar stoel weer in te nemen. En een deel van haar lichaam viel over mij heen.

Ik keek naar links – maar mijn buurvrouw op 10A had duidelijk geen aanvechting zich in dit aanstaande conflict te mengen. Ik keek naar rechts. 10C keek niet terug. Ik zei zoiets als: dit is heel vervelend, het spijt me, het spijt me echt, maar ik geloof dat dit niet gaat.

Dit was bekend terrein voor haar. Zij sprak kalm. Dikke mensen zijn ook mensen, zei ze. Dikke mensen betalen ook voor hun ticket. Dikke mensen zijn niet dik omdat ze dik zijn leuk vinden. Dikke mensen worden al jaren en jaren gediscrimineerd.

Daar zat ik dan. Als ik het personeel aansprak op mijn situatie deed ik geen recht aan de zaak van de dikkemensenemancipatie. Als ik niet klaagde, zou ik naar Washington moeten vliegen onder andermans kwabben.

Een stewardess liep langs en zag dat er iets broeide bij ons. Ze sprak mijn buurvrouw aan. Die herhaalde, opnieuw in alle kalmte, haar uiteenzetting over de dikkemensendiscriminatie.

Ja, u hebt gelijk, zei de stewardess, en weg was ze.

Even later kwam ze terug. Ze fluisterde iets in het oor van mijn buurvrouw, maar die schudde beslist het hoofd.

Korte tijd daarna was ze er weer, nu met een andere dame van de luchtvaartmaatschappij, en op fluistertoon deden zij blijkbaar een interessant nieuw voorstel. Mijn buurvrouw was nu bereid mee te werken aan een oplossing en begon zich prompt uit haar stoel te werken. Ik heb haar nooit meer teruggezien.

Bij het verlaten van het toestel, uren later, wachtte de stewardess me op.

Eerst had ze natuurlijk een ingewikkelde uitruil van stoelen bedacht, vertelde ze, zodat mijn buurvrouw de ruimte had en niemand meer tot last zou zijn. Maar dat vond mijn buurvrouw onacceptabel. Typisch een dunnemensenoplossing.

Zij was pas overstag gegaan toen de stewardess haar toefluisterde dat ze zo graag advies van haar wilde – over afslanken.

„Wat ben ik blij dat je dat vraagt”, had mijn buurvrouw gezegd.

„Maar vind je het goed als we het achterin het toestel doen?” zei de stewardess. „Ik wil niet dat iedereen meeluistert.”