Irakezen stemmen sektarisch

Vorig jaar was premier Maliki de grote winnaar van de provinciale verkiezingen.

Intussen heeft hij wat glans verloren – en dienen serieuze concurrenten zich aan.

De Koerden brandmerkten de Iraakse premier Nouri al-Maliki vorig jaar als een nieuwe Saddam Hussein. Dat oordeel was gekleurd door hun woede over Maliki’s harde blokkade van hun aanspraken op de oliestad Kirkuk. Veel niet-Koerdische Irakezen waren het tot op zekere hoogte met hen eens. Niet dat ze een reïncarnatie van Saddam zagen, maar wel een autoritaire leider – en ze waardeerden hem erom.

Zelf presenteerde de shi’itische Maliki zich in elk geval een jaar geleden in de provinciale verkiezingen als sterke man. Was onder zijn premierschap niet de burgeroorlog gedempt? Was hij niet zelf naar de zuidelijke stad Basra gegaan om toe te zien op het laatste grote offensief tegen de strijders van de shi’itische rebel Muqtada Sadr, die hele wijken terroriseerden?

De partijalliantie die Maliki aanvoert, de Staat van het Recht, Dawlat al-Qanun in het Arabisch, werd de grote winnaar van de provinciale verkiezingen. De belangrijkste concurrent, de fundamentalistisch-shi’itische Opperste Islamitische Raad, werd afgerekend op het zwakke, corrupte beleid in de provincies. Maliki’s belofte van orde en veiligheid, eindelijk een normaal Irak, sloeg aan.

Met dien verstande: het sloeg aan bij de shi’itische meerderheid (60 procent, tegen 20 procent Koerden en ongeveer evenveel sunnitische Arabieren) waar Maliki toe behoort. De Irakezen bleven grotendeels sektarisch stemmen. Shi’ieten op shi’ieten. Sunnieten op sunnieten. Koerden op Koerden.

Voor Maliki dienden de provinciale verkiezingen als voorwerk voor de parlementsverkiezingen die deze zondag plaatshebben. Die moeten hem een voortgezet premierschap opleveren. Maar het loopt niet helemaal zoals gedacht. Zijn partij en hij hebben wat van hun glans verloren. De concurrentie hoopt op een comeback.

Het is een combinatie van factoren. De burgers blijven klagen over de basisvoorzieningen: stroom, drinkwater, gezondheidszorg. Volgens een onderzoek van afgelopen najaar waaruit het Pentagon in zijn decemberverslag rapporteerde, is niet meer dan 18 procent van de bevolking enigszins of erg tevreden over het aantal uren stroom die ze krijgen. De drinkwatervoorziening is verbeterd, maar slechts 30 procent vindt die goed genoeg. De gezondheidszorg blijft een drama – duizenden artsen zijn voor het geweld gevlucht en nog maar een klein deel is teruggekeerd – driekwart van de bevolking is er ontevreden over.

Irak staat in de absolute top van het corruptieklassement van Transparency International. Geld voor modernisering van elektriciteitscentrales of van de belangrijke olie-installaties komt in de zakken van bestuurders terecht. Daarom is de olie-opbrengst nog steeds niet hoger dan in de laatste jaren van Saddam Hussein – en dat waren door de internationale sancties niet zijn beste. De werkloosheid bedraagt volgens schattingen tussen de 16 en 30 procent.

Vier series van bloedige aanslagen op zwaar bewaakte ministeries en internationale hotels in augustus, oktober, december en januari, met honderden doden, deukten tegelijk het imago van de premier als man die Irak op de terroristen had heroverd. Hij is immers verantwoordelijk voor de veiligheid sinds de Amerikaanse gevechtstroepen vorig jaar juni uit de steden zijn teruggetrokken.

Maliki wees van meet af aan Saddams – verboden – Ba’athpartij als hoofdschuldige aan voor de aanslagen, niet de oude vijand Al-Qaeda-in-Irak. In de verkiezingscampagne gebruikte Maliki de Ba’ath vervolgens als wapen tegen seculiere partij-allianties. Die dienden zich de laatste maanden als echte concurrenten voor Maliki en zijn shi’itische partij-alliantie aan. Honderden kandidaten werden van de seculiere lijsten geschrapt omdat ze ba’athistische idealen zouden nastreven.

De Ba’ath begon in de jaren dertig als een seculiere beweging. Dus het is niet toevallig dat huidige seculiere partijen en partijallianties veel voormalige ba’athisten in de gelederen hebben. Dat zijn zowel sunnieten als shi’ieten.

Neem ex-premier Iyad Allawi, een shi’itische arts die Iraqiya leidt, de kansrijkste van de seculiere allianties. Allawi startte zijn politieke leven als lid van de Ba’ath. Zijn sunnitische partner in deze alliantie, Saleh Mutlaq, werd vorige maand het prominentste slachtoffer van de anti-Ba’athcampagne. Toch wordt de Iraqiya-alliantie verkiezingswinst toegedacht. Niet alleen Maliki, ook Allawi heeft het imago van een harde jongen.

Dat is de derde factor die Maliki’s positie ondermijnt: de verbrokkeling van het shi’itische politieke establishment. Allawi trekt behalve sunnitische ook shi’itische kiezers. En ook de fundamentalistische shi’ieten, die zo zwaar verloren in de provinciale verkiezingen, zijn terug in de race. Nu onder de naam Iraakse Nationale Alliantie, die de oude ayatollah-families van de chique Hakims en de populistische Sadrs – in de persoon van de beruchte Muqtada Sadr – verenigt.

Om stemmen te winnen bedelven alle kandidaten de kiezers onder de cadeaus. Ze geven horloges en mobiele telefoons en geld. Er ontstond wat ophef over berichten dat vrienden van de premier ook wapens hadden uitgedeeld. Maar een regeringsfunctionaris zei later tegen het persbureau Reuters dat de wapens meer dan een jaar geleden waren cadeau gedaan en dat ze bovendien „niet zoveel hadden gekost, minder dan 300 tot 400 dollar per stuk”. Maliki bezweert de kiezers dat hij de man is die de olierijkdommen bij hen thuis zal bezorgen.

Maar er is geen enkele kans dat Maliki met zijn Staat van het Recht zondag de 50 procent haalt die hem meteen een nieuw premierschap zou opleveren. Een denkbaar scenario is zelfs dat Maliki, Allawi, de Hakim-Sadr-combinatie en de Koerdische alliantie allemaal redelijk scoren en vervolgens maanden gaan ruziën wie samen gaan regeren en de premier mag leveren. Te midden van de terugtrekking van alle Amerikaanse gevechtstroepen uit Irak, die voor 1 september een feit moet zijn, is het geen geruststellend vooruitzicht voor de Irakezen.