'In principe kunnen we een geschenk weigeren'

Na 25 jaar houdt de directeur van de CPNB, Henk Kraima, ermee op. De verstofte CPNB werd door hem opgepoetst. „Zowel schrijvers als lezers aanmoedigen. Dat is de chemie waarnaar je moet streven.”

De 75ste Boekenweek is de laatste van Henk Kraima (1950). Eind juni gaat de directeur van de CPNB (Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) met prepensioen. Maar een afscheidsinterview mag dit niet worden, wel een terugblik op de 24 Boekenweken die hij organiseerde. Aan de muur van zijn kantoor aan de Amsterdamse Herengracht waar de CPNB met 26 personeelsleden is gehuisvest, hangt de jeugdfoto van Bob Dylan door Barry Feinstein die op The Times They Are a-Changin’ staat. De voormalige reclamejongen die als marketing manager van uitgeverij Meulenhoff in het boekenvak belandde liet met spraakmakende campagnes een nieuwe wind waaien door de verstofte CPNB.

Heeft u al die 24 jaar zelf het thema van de Boekenweek vastgesteld?

„Niet helemaal. Mogelijke onderwerpen worden in brede kring besproken, er circuleren lijstjes, er wordt intern over gedebatteerd en er zijn lobby’s, bijvoorbeeld van mensen die al jaren vragen of sport een keer het thema wordt. Uiteindelijk kiest de CPNB. Daarbij geldt wel dat ik in het onderwerp moet geloven, ik heb een vetorecht.”

Geldt dat ook voor het aanwijzen van de auteur van het Boekenweekgeschenk?

„In principe wel. In de jaren zeventig was het thema van de Boekenweek ook het onderwerp van het Boekenweekgeschenk. Nu is dat losgekoppeld om de auteurs meer ruimte te gunnen. Er zweven continu namen rond van vijf tot tien schrijvers van wie wij denken dat ze geschikt zijn. Daar zitten stijgers en dalers bij. Wij vragen vaak aan boekverkopers of zij suggesties hebben, maar als ik op de boekhandel zou afgaan krijg je alleen de best verkopende auteurs van het moment.”

Dan kiest men voor Kluun?

„Als je het nu zou vragen, zou de boekhandel collectief voor Herman Koch kiezen. Uitgangspunt voor ons is dat het een auteur moet zijn die tot de Nederlandse literatuur wordt gerekend.”

Daar bestaat toch geen consensus over?

„Over het algemeen wel. En als er vraagtekens worden geplaatst, zoals in 2003 bij Giphart, dan kan onze keuze de discussie op scherp zetten. Dat is risicovol, maar ik denk dat Giphart er goed uitgekomen is.”

Hoe kan een schrijver er voor zorgen dat hij een keer aan de beurt komt. Moet hij of zijn uitgever het verdienen? Wat voor criteria hanteert u?

„Het enige wat vast ligt is de lengte en de inleverdatum. Als wij een schrijver op het oog hebben overleg ik eerst met zijn uitgever. Die weet wat zijn auteurs aankunnen, of ze er aan toe zijn en of ze het willen inpassen in hun werk. Denk niet dat er alleen maar voordelen aan kleven voor schrijvers. Doorgaans zoeken we auteurs die zich bewezen hebben, met een regulier boek kunnen die veel meer verdienen. Wij vragen hun om ruim een jaar alles opzij te zetten, eerst voor het schrijven en daarna voor alles wat zo’n Boekenweek met zich mee brengt.”

Daar krijgen ze veel lezers en publiciteit voor terug en ze zullen er toch ook wel aan verdienen?

„In totaal levert een Boekenweekgeschenk een schrijver 45.000 à 50.000 euro op. Dat is een mooi bedrag voor een manuscript, maar een bestseller levert meer op. Soms heeft het Boekenweekgeschenk als effect dat het oude fonds van een auteur extra in de belangstelling komt. Het hangt ervan af hoe de uitgever erop inspeelt. Connie Palmen had in 1999, dankzij alle belangstelling die haar Boekenweekgeschenk De erfenis op haar oeuvre vestigde, een fantastisch royaltyjaar, maar ik ken ook auteurs waarbij dat niet het geval was.”

Kunt u een Boekenweekgeschenk afwijzen omdat u het onder de maat vindt?

„In principe wel, de CPNB is de uitgever. Maar het is nog nooit voorgekomen. Soms moet er nog het nodige aan gebeuren.”

Komt het voor dat auteurs weigeren om een Boekenweekgeschenk te schrijven?

„Voskuil weigerde, hij zei dat hij het niet aankon. Maar twee jaar later publiceerde Voskuil De moeder van Nicolien en dat had ik wat graag als Boekenweekgeschenk gehad. Er zijn ook schrijvers waar ik jaren achteraan heb moeten zitten, zoals W.F. Hermans, die er aanvankelijk niets van wilde weten. Hij haatte de CPNB. Na vijf jaar masseren kwam hij in 1993 met In de mist van het schimmenrijk, wat volgens mij zijn oerboek is. Verder had ik F.B. Hotz graag gehad, die schreef het perfecte proza voor een Boekenweekgeschenk. Maar hem hoefde ik de vraag niet eens te stellen, hij leefde als kluizenaar. Je neemt als auteur van het Boekenweekgeschenk de rol van ambassadeur van de literatuur op je, die moet je ook willen en kunnen spelen.”

Behalve het Boekenweekgeschenk is er ook elk jaar een Boekenweekessay. Hoezo?

„Het essay moet het thema van de Boekenweek neerzetten. Ik heb dat direct na mijn aantreden geïnitieerd voor de Boekenweek van 1987, die Europa als thema had.”

Dit jaar is het thema ‘Titaantjes: Opgroeien in de letteren’. Waarom is er nu geen essay, bijvoorbeeld over Nescio?

„We hebben gekozen voor een jubileumboek waarin 75 auteurs een brief aan hun jongere ik schrijven. Dit om te accentueren dat het de 75ste Boekenweek is. Daarnaast een Boekenweekessay vonden we te veel van het goede.”

Wat was uw mooiste Boekenweek?

„Moeilijk, maar aan die van 1992 over Nederlands-Indië bewaar ik erg goede herinneringen. Dat is één groot feest geweest omdat de hele Indische literatuur in de schijnwerpers kwam te staan. Indirect is het Oost-Indisch kampsyndroom van Kousbroek ook uit die Boekenweek voortgekomen en Heren van de thee van Hella Haasse. Beide boeken zouden ooit toch wel geschreven zijn, maar het hielp dat de Boekenweek erover ging. Haasse en Kousbroek stonden in die week op 1 en 2 in de toptien. Dan heb je een fantastische wisselwerking: je moedigt schrijvers en lezers aan. Dat is de chemie die je moet hebben.”

En de grootste teleurstelling?

„In 1995 hadden we vijftig jaar literatuur over WO II als onderwerp en dat is een van de slechtste Boekenweken geweest. ‘Wat valt daar nu nog over te zeggen’, was de algemene stemming. Tegelijk was het ondenkbaar dat we niets zouden doen aan vijftig jaar bevrijding. Voor het jaar daarna hadden we ‘religie’ als onderwerp gepland. We hadden alles daarvoor klaar staan. Maar we zijn toch op het laatste moment geswitcht, omdat het een onderwerp was dat niet zou kunnen aanslaan. Er werd met zoveel dedain gesproken over schrijvers die zich met religie bezighielden. Ik wilde geen twee mislukte Boekenweken achter elkaar op mijn geweten hebben, dus besloten we te kiezen voor Latijns-Amerika, Suriname en de Antillen.

De religie hebben we een jaar later gedaan, in 1997. Het was een fabelachtige Boekenweek. Het thema is van de kansels af gepropageerd, we hadden het christelijke volksdeel achter ons, maar ook alle andere. Er werd natuurlijk ook aanstoot aan genomen door orthodoxe stromingen, die protesteerden tegen een processie dwars door het Boekenbal om het boek te wijden. Er zijn zelfs Kamervragen over gesteld. Protesten uit streng-christelijke hoek tegen het Boekenweekgeschenk zijn trouwens vast pandoer dat we dit jaar wel weer zullen krijgen. Het eerste woord van Zwagermans Boekenweekgeschenk Duel is ‘Godverdomme’.”

Waarom is er nog nooit een dichter gevraagd voor het Boekenweekgeschenk?

„Omdat we nu eenmaal voor de novelle gekozen hebben. Maar in 1994 was het thema van de Boekenweek poëzie. Dat weet ik nog goed, omdat ik daar reacties op kreeg die we nu hatemail zouden noemen. Veel boekhandels vonden het rampzalig, omdat ze weinig poëzie verkochten. Maar het werd wat omzet betreft de beste Boekenweek ooit. Mensen gingen naar de winkel om met de aankoop van een roman het Boekenweekgeschenk te bemachtigen – Transit van Hella Haasse – en kochten daar, dankzij de aandacht die erop poëzie gevestigd werd, dichtbundels bij.”

Spelen e-boeken nog een rol in de komende Boekenweek?

„Een e-boek is geen boek, en wie een e-book koopt krijgt daar dus niet het Boekenweekgeschenk bij cadeau. Maar het jubileumboek Titaantjes waren we met die 75 schrijversbrieven kan tijdens de Boekenweek gedownload worden. We zullen zien hoe het loopt. Vooralsnog verwacht ik voor het algemene boek nog weinig van het e-boek. Voor studie- en wetenschappelijke boeken ligt dat mogelijk anders.”

Wat voor effect hebben de aangekondigde bezuinigingen op cultuur voor de CPNB?

„De CPNB is niet afhankelijk van overheidssubsidies. Wij worden betaald door de boekverkopers, de uitgevers en de bibliotheken die elk jaarlijks vier ton storten. Maar indirect kunnen de bezuinigingen van de overheid ons wel treffen. In alle gemeentes staan bibliotheken onder druk. Ik ben benieuwd of zo’n campagne als ‘Nederland leest’ overeind kan blijven. Wij bedenken dat het aardig is om het boek dat daarin centraal staat gratis weg te geven, maar de bibliotheken betalen dat. Nu moeten ze zich gaan afvragen of ze er nog geld in kunnen steken.”

Krijgt de CPNB er last van dat cultuur volgens een partij als de PVV tot de ‘linkse hobby’s’ behoort?

„Dat is het populisme ten top. Je kunt onmogelijk volhouden dat alleen linkse mensen gebruik maken van de bibliotheek of van boeken houden. Cultuur is grensverleggend en bedoeld voor nieuwsgierige mensen. Rechtse populisten mikken op kiezers die alles willen terugdraaien. Voor de culturele infrastructuur zou het rampzalig zijn als de PVV aan de macht komt. Laten we vooral wakker blijven met z’n allen.”